Zien wat Anne Frank dacht en hoopte

Zeventig jaar na verschijning is het dagboek van Anne Frank op indringende en ook geestige manier verstript door Ari Folman en David Polonsky.

Anne, getekend als de gelauwerde journalist en schrijver die ze hoopte te worden

Voor het eerst is een officiële stripversie van Anne Franks dagboek Het Achterhuis verschenen, begin deze maand. De Israëlische filmmaker Ari Folman (bekend van de animatiefilm Waltz with Bashir) en tekenaar David Polonsky hebben het dagboek-in-brieven omgezet in een graphic novel. Ze deden dat op verzoek van het Anne Frank Fonds in Bazel, dat de rechten van het dagboek bezit. Aanleiding voor de geautoriseerde verstripping is het feit dat het zeventig jaar geleden is dat Anne Franks dagboek in druk verscheen. Haar vader Otto Frank, de enige van het gezin die de oorlog en de kampen overleefde, gaf Annes verslag van het verblijf in de onderduik in het Achterhuis in 1947 uit. Onder meer na advies van schrijfster Cissy van Marxveldt, wier boeken Anne Frank bewonderde, en waar ook de vorm van Annes dagboek – brieven aan een (denkbeeldige) vriendin op gebaseerd is. („Cissy van Marxveldt schrijft knal”, schreef Anne op 14 oktober 1942).

Een nieuw, jong, publiek

Folman en Polonsky hebben vijf jaar aan het project gewerkt. Aanvankelijk zag hij niets in het project, schrijft Folman in het nawoord: wat kun je toevoegen aan het dagboek van de dertienjarige dat al wereldberoemd is, en die zo beeldend en humoristisch schreef? Het fonds van erfgenamen van de familie Frank vroeg hem ook een animatiefilm te maken over Annes leven – die komt volgend jaar uit. Dat verzoek viel hem minder zwaar dan de verstripping van het boek. Het Anne Frank Fonds wil graag deze strip (en animatiefilm) om het verhaal van Anne en de moorddadige Jodenvervolging levend te houden voor een jong publiek, dat door de moderne media eerder door beelden aangesproken wordt dan door teksten.

Uiteindelijk zetten Folman en Polonsky zich toch tot de taak om Annes dagboek te verbeelden. Ze volgen soms het dagboek letterlijk, met complete brieven, dan weer dikken ze Annes tekst in tot beelden met tekstballonnen. Zoals Annes beschrijving van alle acht onderduikers in het Achterhuis tijdens het avondeten – waarbij alle personen als grappige diersoorten getekend worden.

Dat is in de geest van Anne, niet haar letterlijke beschrijvingen. Er zijn wel meer van die geslaagde vrije beeldende oplossingen om de sfeer van Annes dagboek te vatten. Zoals haar angstdromen, of hoe ze de voortdurende kritiek op haarzelf ziet – we zien Anne in de vorm van Edvard Munchs schilderij De Schreeuw. Ook is er een portret van Anne waarin we haar op latere leeftijd zien, als beroemd schrijfster en journalist – daar droomde ze van: „[…] Zal ik ooit nog eens schrijfster of journaliste worden? Ik hoop het, o ik hoop het zo […]” (5 april 1944).

Het verdrietige einde is een nawoord

De benauwende sfeer in het onderduikershuis, het doordringende oorlogsnieuws, Annes humoristische blik op medebewoners, haar ontluikende seksualiteit – ze zijn erg geslaagd gevangen in stripvorm. Omdat ook af en toe letterlijk haar dagboekbrieven zijn opgenomen, krijg je toch het gevoel heel dicht bij het geschreven origineel te komen. De strip houdt op waar Annes dagboek ophoudt, op 1 augustus 1944. Hoe zij en anderen uit het Achterhuis opgepakt worden drie dagen daarna en in de kampen overlijden, wordt kort verteld in een nawoord. In de animatiefilm die Folman over Anne Franks leven maakt, wil hij haar einde wel in beeld brengen, heeft hij gezegd.

Anne Frank: Het Achterhuis. Graphic novel, bewerking Ari Folman en David Polonsky. Uitgeverij Prometheus, 160 blz. € 19,99

●●●●●