Column

Verbod op kattenluikjes

Wat is dat toch met katten de laatste tijd? Mijn tijdlijn op Twitter raakt steeds meer vervuild met zogenaamd snoezige poezenfoto’s en kattenverhaaltjes, en in de Rotterdamse Kunsthal is zelfs een langlopende expositie gewijd aan deze hooghartige roofdieren. De aankondigingsposter alleen al doet me griezelen: een poes met gouden kroon op haar kop, die nuffig in de lens van de fotograaf kijkt.

Onlangs vroeg een clubje vrouwen (met Nijmeegs accent) me voor het Centraal Station de weg naar het Museumpark en het was gemakkelijk te raden waar ze naar op weg waren. Van die typische kattenvrouwtjes waren het: oudere, alleenstaande dames – gok ik zo – met ongeverfde haren en zwart (of paars) fluwelen broeken, vol kattenharen natuurlijk.

Nee, als hondenmens is de expositie ‘Kattenliefde’ niet aan mij besteed, maar wel bezocht ik eerder het grote ‘Kattendebat’ in debatcentrum Arminius. Een interessant debat, vooral vanwege de gedurfde stelling van bioloog Jelle Reumer. Hij vindt dat het gevaarlijkste roofdier van de stad moet worden opgesloten en alle kattenluikjes moeten worden dichtgetimmerd. Katten zijn namelijk een directe bedreiging voor onze stadse fauna, zegt hij, want duizenden (ook zeldzame) vogels en andere stadsdieren eindigen jaarlijks in een poezenbek. Onacceptabel en onnodig bovendien, betoogde Reumer, want ze komen thuis niets tekort en „krijgen hun pate’s zelfs geserveerd met een toefje peterselie”. Tegenover hem stond dierenethicus Frans Stafleu, die de vrije uitloop voor katten – vanwege hun jachtinstinct – zo belangrijk vindt dat daar best wat andere dierenlevens voor mogen worden opgeofferd. Een lastige kwestie vol dilemma’s zou je denken, maar de debatzaal bleek vooral gevuld met vooringenomen kattenvrouwtjes en Reumer had geen schijn van kans. Ook aanwezig waren vertegenwoordigers van de lokale Partij voor de Dieren, die niet zo goed wisten welke kant ze moesten kiezen, want waarom zou het ene dierenleven meer waard zijn dan het andere?

Toen ik deze week in het halfdonker mijn Franse bulldog uit ging laten, stoven er bij de voordeur wel een stuk of acht katten uit elkaar, die na hun nachtelijke jachtpartij kennelijk nog even samen waren gekomen voor een geheime kattenvergadering ofzoiets. De bulldog mocht er van mij even achteraan, want ook die heeft naar mijn mening recht op vrije uitloop en het bevredigen van zijn jachtinstinct. Terwijl de katten zich uit de voeten maakten, bedacht ik ter plekke dat een stedelijk verbod op kattenluiken eigenlijk best een interessant onderwerp zou kunnen zijn voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. De Partij voor Dieren moet misschien nog even de achterban raadplegen, maar ik ben vooral benieuwd hoe onze vegetarische ‘dierenwethouder’ Joost Eerdmans van Leefbaar Rotterdam hierin staat. Waar zou hij voor kiezen? Voor de vogel of de kat?

En als hij, behalve dat moorden, ook het schijten in je tuin, het verharen op je net gepoetste motorkap en dat krolse krijsen in de nacht nog even in zijn overwegingen meeneemt, dan moet de keuze niet al te moeilijk zijn.

(@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.