Te lamgeslagen om nog schuldhulp te zoeken

Problematische schulden

Mensen zoeken vaak pas hulp voor hun schulden als die hoog zijn opgelopen. De gemeente Arnhem wil dat voorkomen. Het verhaal van een inwoner toont waarom dat streven de moeite waard is.

De man had hoge schulden en geen geld voor inrichting van zijn flat. Zijn kinderen, woonachtig bij zijn ex, liet hij uit schaamte niet in de woning op bezoek komen. Foto’s Merlin Daleman

Hoe een mens kan knakken. De Arnhemmer, geboren in Istanbul, runde twee bedrijven: een schoonmaakbedrijf en sinds 2014 een snackbar in het centrum. Hij werkte zeven dagen per week, jarenlang. De zaken gingen goed. Tot de zomer van 2015. Toen sloot gemeente Arnhem in de straat van de snackbar vier andere horecazaken, vanwege drugshandel, onduidelijke financiering, geluidsoverlast. De straat kreeg een slechte naam, vaste klanten van de snackbar bleven weg, de zaak ging failliet.

De Arnhemmer, nu 41, ging onderuit. Hij raakte overspannen, en moest ook zijn schoonmaakbedrijf opgeven. De spanningen sloegen over op zijn huwelijk. Zijn vrouw verliet hem, hun twee kinderen gingen met haar mee.

Zijn schulden bedroegen nu zo’n 80 mille

Zijn koophuis kon hij niet meer betalen, hij verkocht het met een restschuld van tienduizenden euro’s en betrok in maart dit jaar een flatwoning in de wijk Presikhaaf. Zijn schulden waren inmiddels opgelopen tot, als hij alles optelde, „een euro of 80.000”.

Een batterij schuldeisers

Dit soort vergevorderde geldproblemen wil Arnhem voorkomen. In april begon de gemeente daarom in drie wijken op proef met een project, dat ze deze weken in de hele stad invoert. ‘Vroeg Eropaf Arnhem’ heet het, en er doet een batterij mogelijke schuldeisers aan mee. Daaronder zijn zorgverzekeraar Menzis, de dienst gemeentelijke belastingen, energieleverancier Nuon, waterbedrijf Vitens, en drie woningcorporaties.

Als een Arnhemmer aan het einde van de maand bij twee of meer van deze organisaties een betalingsachterstand heeft – zeg: een maand zonder betaling van huur en zorgpremie – dan stuurt de gemeente een hulpverlener. Die komt van de lokale welzijnsorganisatie Rijnstad, en heeft één vraag: kunnen we u helpen? Is het antwoord ja, dan maakt Rijnstad met de inwoner een plan om de beginnende geldproblemen op te lossen, bijvoorbeeld door de woningcorporatie in termijnen terug te betalen.

Eerste achterstand

De gemeente spreekt van een „succes”. In de proefperiode bezocht Rijnstad 144 Arnhemmers, en bijna drie op de vier stonden open voor hulp. Er is een begin gemaakt aan het wegwerken van hun betalingsachterstanden. Negentien huishoudens bleken te kampen met grotere schulden en zijn verwezen naar een traject voor langdurige schuldhulp.

Onder die negentien bevindt zich de man van het schoonmaakbedrijf en de snackbar. Rijnstad kwam begin augustus in zijn flat langs. Met hulp van familie in Turkije had hij de eerste maanden huur van zijn nieuwe woning kunnen betalen, maar in de zomer was de eerste huurachterstand een feit.

Een betonnen vloer zonder tapijt. Een matras zonder lakens in de woonkamer. Oude kranten als gordijnen. Campingbestek als servies

Ginette Flederus, hulpverlener bij Rijnstad, trof een „verzorgde, aardige man” aan in een woning waar ze van schrok. Een betonnen, tapijtloze vloer. Een matras zonder lakens in de woonkamer. Oude kranten voor de ramen als gordijnen. Campingbestek als servies. „Iemand die zo lamgeslagen was dat het zoeken van hulp nauwelijks in hem opkwam.”

Zijn kinderen bleken zijn woning nog niet gezien te hebben sinds hij er, vijf maanden eerder, in was getrokken. Hij had z’n flat taboe verklaard: te troosteloos voor jonge ogen.

Zijn kinderen zagen alleen zijn auto. De man liet hen instappen bij de woning van zijn ex, en vervolgens reed hij met hen naar het park en, als hij een paar euro had, naar het zwembad.

Hij schaamde zich niet alleen voor zijn kinderen: maandenlang ging hij slechts de deur uit om boodschappen te doen. Verder niet. Dat zou maar tot ongemakkelijke gesprekken leiden met de vele buurtbewoners die hem goed kennen. Ze kennen hem van zijn snackbar en anders van een plaatselijke sportclub, waar hij vrijwilligerswerk deed.

Niemand die wist dat hij onverzekerd in zijn auto rondreed. Ook was zijn rijbewijs ingenomen.

Eindelijk leefbaar

Rijnstad, het lokale wijkteam en Herzorg, organisatie voor maatschappelijk werk, helpen de man nu zijn leven op de rit te krijgen. Bijstand is aangevraagd, voor het eerst sinds anderhalf jaar komt er weer geld op zijn rekening binnen. De auto, die inmiddels kapot was gegaan, ging van zijn naam en naar de sloop.

Met een zogenoemde leenbijstand van 2.200 euro heeft de man vorige week zijn huis leefbaar gemaakt. Op de betonnen vloer in woonkamer, keuken en gang ligt nu zeil, door hemzelf gelegd. De woonkamer oogt verzorgd, met twee nieuwe bankstellen, een eettafel, een salontafel.

Hulpverlener Flederus noemt de situatie van de man „de ergste die ze tot dusver was tegengekomen” en tegelijkertijd „niet uitzonderlijk”. Want het patroon is herkenbaar. Mensen raken lamgeslagen van de ellende die hun overkomt. Ze proberen hun schulden af te betalen maar falen omdat de vaste lasten voor nieuwe schulden zorgen, ze ervaren schaamte, ze mijden hulp.

Gemiddeld kloppen Nederlanders pas aan voor hulp als hun schulden zijn opgelopen tot gemiddeld 40.300 euro. Dat blijkt uit het verslag over 2016 van de branchevereniging voor schuldhulp NVVK.

Vergelijk dat met de beginnende schulden van Arnhemmers bij wie Rijnstad aanklopt: daarbij gaat het meestal om bedragen tussen de 150 en 1.500 euro. Wethouder Gerrie Elfrink (sociale zaken, SP): „Je kunt heel veel problemen oplossen voordat ze uit de hand lopen.”

Elfrink vroeg zich vóór het proefproject af of Arnhemmers boos zouden worden, als Rijnstad voor de deur zou staan met de vraag of ze hulp nodig hadden. Boos om de bemoeizucht. Dat is niet het geval, zo is de wethouder het afgelopen halfjaar gebleken. „Mensen zijn blij dat er wordt aangebeld. Het is fijn om wat hulp en aandacht te krijgen, zeggen verreweg de meesten.”

De man in de flat staat pas aan het begin van zijn weg terug omhoog. Hem wachten nog jaren in de schuldhulp, en lichamelijk is hij niet de oude: hij trilde flink na het leggen van het zeil in zijn woning.

Toch kan hij lachen, vooral deze week. Het is herfstvakantie, en voor het eerst logeren zijn kinderen in zijn flat. Zijn dochtertje rent de woonkamer binnen en vraagt om „zo’n roze koek”.

Het mag.