Nederland haalt doelstelling duurzame energie niet

Dit blijkt uit de Nationale Energieverkenning. Het is nog niet duidelijk of Brussel sancties gaat opleggen.

De kolencentrale van RWE in de Eemshaven.

Nederland gaat de doelstelling om in 2020 14 procent van zijn energiebehoefte duurzaam op te wekken niet halen. Dit blijkt uit de Nationale Energieverkenning (NEV) die donderdag is gepubliceerd. Die verkenning gaat ervan uit dat het aandeel duurzame energie op 12,4 procent ligt.

De norm van 14 procent is in Europese wetgeving vastgelegd. Het is nog niet duidelijk of Brussel sancties gaat opleggen.

De bepaling om in 2023 een aandeel van 16 procent duurzame energie (zoals zon en wind) op te wekken, wordt naar verwachting wel gehaald. Over zes jaar zou dit op 16,7 procent liggen.

De NEV wordt jaarlijks door drie onderzoeksinstituten – PBL, ECN en CBS – gemaakt in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en geeft een indicatie in hoeverre milieudoelen worden gehaald. Het gaat om doelen die onder meer gesteld worden in het Energieakkoord van 2013 en in het net verschenen regeerakkoord van het kabinet Rutte III. Ook vorig jaar uitte de verkenning twijfels over de haalbaarheid van 14 procent duurzame energie in 2020.

Nog meer slecht nieuws: ook de energiebesparing die voor 2020 op 100 PJ (de energie-eenheid petajoule) was gesteld komt niet in zicht. De onderzoekers verwachten dat de besparing op 75 PJ uit zal komen. Nieuwe maatregelen in de energie-industrie en in de woningbouw zorgen voor meer besparing (22 PJ) dan verwacht, maar dat effect wordt deels teniet gedaan (15 PJ) door tegenvallers in de glastuinbouw en door problemen met de handhaving van milieuwetten.
Uitstoot van broeikasgassen

Ook de nagestreefde reductie van de uitstoot van broeikasgassen wordt met het huidige milieubeleid niet gehaald. Daarvoor werd al langer gevreesd. De verwachte afname ten opzichte van het ijkjaar 1990 komt net als bij de vorige NEV op 23 procent in 2020 uit. In de zogeheten Urgenda-zaak heeft de rechter bepaald dat de reductie op 25 procent moet liggen. „En het komt steeds dichterbij, dus het wordt moeilijker om het nog voor elkaar te krijgen”, aldus hoofd energie en klimaat Pieter Boot van het Planbureau voor de Leefomgeving. De Nederlandse staat is overigens in beroep gegaan tegen deze uitspraak.

Lees ook: ‘Enorme investeringen nodig in klimaattechnologie om ‘Parijs’ te halen’

De onderzoekers tekenen wel aan dat de prognose rond de uitstoot van broeikasgassen onzeker is, vooral doordat moeilijk in te schatten is hoeveel goedkope elektriciteit er in de buurlanden geproduceerd gaat worden en door Nederland wordt geïmporteerd.

Eén toekomstbeeld ziet er juist gunstiger uit. Voor 2030 ligt de afname van de uitstoot van broeikasgassen op 31 procent, ten opzichte van ijkjaar 1990. Die prognose is flink naar boven bijgesteld in vergelijking met vorig jaar. Toen, en ook in het vorige week gepubliceerde regeerakkoord, werd nog gerekend op een afname van 24 procent.

Het regeerakkoord stelde vorige week een broeikasreductie van 49 procent als doel. Daar komt Nederland met het huidige beleid dus nog niet in de buurt, maar de maatregelen uit het regeerakkoord zijn nog niet meegenomen in het donderdag gepubliceerde rapport.

PBL, ECN en CBS voorzien nu dat windenergie in het volgende decennium sterk zal toenemen, en dat gas- en kolencentrales het moeilijker krijgen. Boot: „Overal, ook in de buurlanden, groeit windenergie harder dan verwacht. En tegelijkertijd daalt de vraag naar elektriciteit.”

Koen Schoots van ECN constateerde donderdag dat drie van de vijf doelen uit het Energieakkoord niet gehaald zullen worden: duurzame energie in 2023, de energiebesparing en de werkgelegenheid. Naar verwachting levert naleving van het Energieakkoord in 2020 76.000 extra banen op, terwijl op 90.000 was gemikt. „Er moeten echt nog stappen worden gemaakt om de doelen binnen bereik te krijgen.”