Minimuseum gewijd aan één kunstwerk

Galerie

De nieuwe Amsterdamse galerie Eenwerk maakt steeds tentoonstellingen met één kunstwerk. „Ik houd van kleinschaligheid”, zegt oprichter Julius Vermeulen.

Steve McQueen, Remember Me (2016) Foto Peter Cox

Tussen de statige herenhuizen aan de Koninginneweg in Amsterdam Oud-Zuid is de nieuwe galerie EENWERK een vreemd buitenbeentje. Opgebouwd uit drie bouwblokken van basalt, staal en glas, heeft het gebouw wel iets weg van het New Museum in New York. Een minimuseumpje is het, ontworpen door architect Barend Koolhaas. Langs de stoeprand heeft de nieuwe kunstruimte zelfs een eigen voortuintje van Piet Oudolf – met zes vierkante meter de kleinste die de tuinarchitect ooit heeft gemaakt. Groot hoeft de galerie ook niet te zijn: het biedt slechts ruimte aan één werk.

„Ik houd wel van die kleinschaligheid”, zegt oprichter Julius Vermeulen. „Door slechts één werk te tonen, dwing je bij de bezoeker automatisch concentratie af.” Zelf was hij als kunstadviseur bij de PTT bijna dertig jaar lang verantwoordelijk voor de postzegelontwerpen – veel kleiner kan een kunstwerk niet worden. Hij maakte in die tijd diverse tentoonstellingen, maar koesterde ook altijd de droom ooit een eigen galerie te beginnen. Drie jaar geleden, toen het huis van de buren te koop kwam, deed die kans zich plotseling voor. Op de plek van de garage bleek het bestemmingsplan een hoger gebouw toe te laten. Dat werd galerie Eenwerk.

Steve McQueen, Remember Me (2016)

Foto Peter Cox

Steve McQueen

De openingstentoonstelling is meteen een indrukwekkende. Vermeulen wist de in Amsterdam wonende Oscar-winnende filmmaker en beeldend kunstenaar Steve McQueen over te halen om een werk in zijn nieuwe galerie te tonen. Dat werd Remember Me (2016), een installatie van 39 blauwgeverfde neonwerken die aan weerszijden van de ruimte aan de muur hangen en die samen een angstwekkend gezoem voortbrengen. Ieder neonwerk toont in een ander handschrift de woorden ‘remember me’.

„Ze zijn geschreven door mensen uit McQueens omgeving, bekend en onbekend”, vertelt Vermeulen. „Het is een kunstwerk dat zowel persoonlijk is als universeel. Want de handschriften blijven anoniem. Het zouden bij wijze van spreken vluchtelingen kunnen zijn.” Zelf heeft Vermeulen al enkele uren samen met het kunstwerk doorgebracht en erop kunnen reflecteren. „Voor mij gaat het over de vluchtigheid van ons bestaan, en dat we daar wat vaker over na zouden moeten denken.”

Met aan weerszijden twee grote glazen wanden is galerie Eenwerk een ruimte die tegelijk kleinschalig en intiem is maar ook semi-openbaar. Vanuit tramlijn 2 kun je zo naar binnen kijken en het kunstwerk zien hangen. Overdag is het daglicht fel en gloeien de neonwerken nauwelijks op. Maar bij zonsondergang is McQueens kunstwerk op zijn best, zegt Vermeulen. Dan reflecteren de ramen de woorden en word je echt door het kunstwerk omhelsd.

Vanuit de galerie loop je zo het kantoor binnen van Vermeulens partner, boekontwerper Irma Boom. In het bestaande woonhuis heeft zij een persoonlijke bibliotheek ingericht waar ook presentaties gehouden kunnen worden. „In feite is alles mogelijk, als het maar één werk is”, zegt Boom. Ze kan zich een modeshow voorstellen, een veiling van één kunstwerk, of een lezing uit het werk van Jan Wolkers, de oom van Julius. „We hebben geen vastomlijnd businessplan. We zijn commercieel, want we verkopen kunstwerken, maar we organiseren ook niet-commerciële presentaties met bruiklenen van particulieren en musea. We willen vooral een publieke, interdisciplinaire plek zijn.”

Galerie Eenwerk, Amsterdam.

Foto Peter Cox

De bovenste etage van het gebouw is ontworpen als een plantenkas, met een dak van glas. Daar wil Vermeulen zijn groentetuin gaan beginnen. En in de kelderruimte hebben Boom en Vermeulen een garage in gedachten. „We hebben allebei iets met auto’s”, zegt Boom, die catalogi ontwierp voor Ferrari en Maserati. „Laatst zagen we een auto van papier-maché. Dat zou toch geweldig zijn, als we die hier naar binnen zouden kunnen rijden?”