Recensie

Langdurig loeren voor het levendigste licht

Fotograaf Werner Mantz combineerde ambachtelijkheid met kunstzinnigheid. Een expositie in Keulen toont zijn werk; van strakke architectuurfotografie tot engelachtige kleuterportretten.

Artistieke pretenties had hij nauwelijks. Werner Mantz (1901-1983) legde zijn ziel en zaligheid in zijn werk, maar was eerst en vooral fotograaf om den brode. Architect Peter Franz Nöcker legde uit waarom hij en zijn collega’s Mantz zoveel opdrachten gunden. „Hij liet op perfecte wijze zien wat wij te verkopen hadden.” Er was geen mens te zien op die foto’s. Toch waren ze volgens Nöcker extreem levendig.

De wat stille Mantz zette zichzelf niet op een voetstuk. Op de vraag wat hij met architectuur had, antwoordde hij: „Eigenlijk niet zoveel.” En niet hijzelf, maar het licht had grote verdiensten. „Laat de zon voor je werken! Geef de wolken een opdracht! Zon en wolken doen vaak meer voor een beeld dan ik.”

Geen wonder dat Mantz pas na zijn pensionering, in de jaren zeventig van de vorige eeuw, als kunstenaar werd ontdekt. Zijn foto’s werden plots geëxposeerd op de Documenta in Kassel en op een overzichtstentoonstelling in Bonn. Mantz’ roem bleef daarna bestaan.

Watersnood op postkaarten

Nu is er een expositie in het Ludwig Museum in zijn geboorteplaats Keulen, die volgend jaar ook te zien zal zijn in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Architectuur en mensen, vastgelegd tijdens zijn Keulse en Maastrichtse jaren, staan centraal. Een deel van zijn oeuvre (onder meer abstract aandoende blikken op moderne trappenhuizen, de Limburgse mijnen en Maastrichtse stadsgezichten) schittert door afwezigheid. De tentoonstelling wil ook geen compleet carrière-overzicht bieden. Door het groeperen van vergelijkbare foto’s ligt de nadruk op de aanpak en beeldcompositie van Mantz.

Portret jong kind, familie Castorp, Maastricht, 1960

Die begon met fotograferen, toen hij op veertienjarige leeftijd van zijn ouders een camera kreeg. De watersnood van 1920 bezorgde hem zijn eerste verkoophit. De opnames die hij maakte in de ondergelopen Keulse binnenstad drukte hij af op postkaarten, die goed verkochten. In de jaren daarna bekwaamde Mantz zich verder in het ambacht aan de Bayerische Lehr- und Versuchsanstalt für Photographie in München. Daarna begon hij een zaak in Keulen.

Een opdracht in 1926 om het interieur van een kapsalon te fotograferen bleek zijn ticket naar succes. Architect Wilhelm Riphahn zag het werk en begon hem opdrachten geven. Veel van diens collega’s volgden spoedig.

Spelen met licht

Mantz vereeuwigde het Nieuwe Bouwen op de voor hem zo typerende manier. Spelend met het licht. Liever in sepia-achtige tinten dan in het scherpe zwart-wit waar collega’s bij het fotograferen van moderne architectuur voor kozen. Die haalden het meestal niet in hun hoofd om ook de bomen mee te nemen in hun beelden. Mantz deed dat wel; hij gebruikte het groen voor sfeer en dieptewerking.

Aan zijn zeven vette jaren kwam een einde in 1933, toen de nazi’s de macht overnamen. Een jaar eerder was Mantz, die een joodse moeder had, al een filiaal begonnen in Maastricht, een stad waarin hij Keulse trekjes ontwaarde. In 1938 verhuisde hij definitief naar de Limburgse hoofdstad.

ML/F 1981/1201
ML/F 1981/1195

Portretten

In Maastricht ging Mantz zich steeds meer toeleggen op portretfotografie. Die had vaak dezelfde schilderachtige effecten: diepte, de precisie, levendigheid. Jonge kinderen werden een specialiteit: talrijke baby’s en heel veel communicantjes, jongens in kostuumpjes en meisjes in engelachtig witte jurkjes, toonbeelden van devotie. ‘Makkelijk is het maken van zo’n kinderfoto niet’, schreef Mantz in 1952 in een vaktijdschrift. ‘Als zo’n kleutertje onafgebroken zit te huilen en moelief wil toch per se een lachende foto, of als je de blokken van een bouwdoos kunstzinnig voor de kleine klant opbouwt om deze dan stuk voor stuk tegen je voorhoofd of tegen je toestel terug te krijgen, dan is het nog erger als het wachten op zon en wolken bij de architectuuropnamen.’

De tentoonstelling maakt duidelijk hoe bij Mantz kunstenaarsoog en ambachtelijkheid samengingen – en hoe geduld loonde. Bij al dat ontleden blijft iets van de magie in stand. Want hoe Mantz zelfs van in opdracht gefotografeerde, uitgestorven provinciale wegen in Limburg iets bijzonders wist te maken, dat is toch een raadsel.