‘Ik wil dat mijn opvolgers het beter krijgen’

Sporten met een beperking

Marlou van Rhijn wil meer zijn dan atlete. Ze begon Project Blade om kinderen met een amputatie van een sportprothese te voorzien.

Zowel op de Paralympics van Londen als Rio won Van Rhijn goud op de 200 meter. Haar volgende doel: Tokio 2020. Foto André de Heus

Marlou van Rhijn blijft maar glunderen. Tien kinderen hebben zich aangemeld voor haar Project Blade en zelfs demissionair minister Lodewijk Asscher was als belangstellende even bij de lancering aanwezig. Wat wil een initiatiefnemer meer? Het antwoord: nog meer kinderen die een amputatie hebben ondergaan aan het sporten krijgen. En dat lukt, stukje bij beetje. Uitbundig: „Tien aanmeldingen! Dat is écht veel, hoor.”

Betrokkenheid bij haar sport blijft voor de meervoudige paralympisch en wereldkampioene sprint niet beperkt tot de atletiekbaan. Van Rhijn voelt een sterke, morele plicht een volgende generatie in beweging te krijgen. „Ik zou niet kunnen sporten om het sporten. Als ik merk dat er voor kinderen met een beperking obstakels zijn, kan ik niet zeggen: sorry, nu even niet, ik moet trainen. Dan kom ik in actie. Ik wil dat mijn opvolgers het weer beter krijgen dan ik. Ik wil die hokjes niet meer, ik wil de maatschappij dwingen paralympische sport normaal te vinden.”

Daarvoor is Van Rhijn (25) Project Blade begonnen. Ze vindt het gek dat naast sportschoenen geen blades, de gekromde fiberprotheses waarop zij zo hard kan rennen, in de winkelschappen liggen. Natuurlijk, de atlete weet ook wel dat een groep van ongeveer 550 jongeren onder de 24 jaar met een prothese een niche is, maar toch. Op blades kunnen kinderen met een amputatie meedoen en hoeven ze bij sport niet toe te kijken, zoals nog vaak het geval is. De drijfveer van Van Rhijn: die drempels weghalen.

De sprintster, die vanwege ontbrekende kuitbenen (fibula-aplasie) bij de geboorte haar onderbenen moest laten amputeren, broedde lang op de vraag hoe ze kinderen met een beperking kan helpen. Op basis van haar talent werd Van Rhijn zelf kosteloos gefaciliteerd, maar zij is een uitzondering. Lotgenoten moeten zich maar zien te redden. En als zij naar een sportwinkel gaan, kunnen ze niet worden geholpen. Naast de sportschoenen liggen geen blades. Maar ik heb sportkledingfirma Nike en prothesefabrikant Ottobock als persoonlijke sponsors, bedacht Van Rhijn. Als ik die twee eens bij elkaar breng.

Managementvergadering

Na primaire, positieve reacties vond Van Rhijn zich plotseling terug in een managementvergadering om aan de hand van factsheets haar project toe te lichten. Het resultaat: Ottobock stelt voor tien kinderen met een amputatie een gratis blade beschikbaar en Nike biedt in zijn Amsterdamse filiaal aan de Kalverstraat ruimte om aangemelde kinderen kennis te laten maken met een blade. Op de drie testdagen van deze week volgen in een later stadium meer bijeenkomsten.

Op de eerste dag van haar project is de smile met geen bijtel van Van Rhijns gezicht te krijgen. Op de derde etage van de Nike-winkel weet de atlete zich omringd door specialisten van de sportfirma en ottobrock, die metingen verrichten en voor de specifieke informatie zorgen. De ingeschreven kinderen en hun ouders worden verwelkomd met een persoonlijke praatje, evenals minister Asscher, die Van Rhijn heeft leren kennen tijdens huldigingen van paralympiërs en die haar via social media had toegezegd te zullen komen. Ze is maar wat trots dat haar Project Blade dan toch van de grond is gekomen.

Prothese van 5.000 euro

In de winkel worden Marlène Out en haar vader Marco over de details van het project ingelicht. De achtjarige Marlène had bij de geboorte, net als Van Rhijn, fibula-aplasie, en moest haar rechter onderbeen laten amputeren. Met haar prothese tennist ze en surft ze op een snowboard over de sneeuw. Dat lijkt haar met een blade fijner. „Nee, niet om te hardlopen. Daar houd ik niet van”, zegt het meisje uit Bussum met lichte afschuw.

Vader Marco heeft een andere zorg: de kosten. Haar prothese kost nu al vijfduizend euro en moet vanwege de groei om de zeven, acht maanden vervangen worden. De verzekeraar vergoedt, maar dat geldt niet voor een extra blade. Een aanvullende uitgave wordt te begrotelijk, hoezeer hij zijn dochter een blade gunt. Pa is gerustgesteld als hij hoort dat de prothese bij Van Rhijns project kosteloos is.

Dat Marlène niet wil hardlopen, deert Van Rhijn niet. Het gaat haar erom dat kinderen met een beperking niet aan de kant blijven staan, maar kunnen meedoen. Ach, en hardlopen kan altijd nog. Van Rhijn is tenslotte als zwemster begonnen. Via het project wordt Marlène uitgenodigd voor Marlou’s runclub om op blades te leren lopen, dus wie weet.

Intussen werkt Van Rhijn gestaag verder aan haar succesvolle carrière. Op haar weg naar de Paralympics van 2020 in Tokio heeft ze sinds een jaar de Britse coach Keith Antoine in de arm genomen. Kan ze sparren met Richard Whitehead, haar mannelijke equivalent met twee gouden, paralympische sprintmedailles. „Ik liep maar steeds dezelfde tijden. Ik wilde trainen met meiden die harder lopen dan ik. Maar dat lukt niet, omdat ik al de snelste ben. Maar Richard is wel sneller en ik leer veel van hem, vooral over de opbouw van een race. En Antoine is een fijne trainer, die veel kennis heeft op het gebied van blades.”

Weg uit Nederland dus, wat volgens Van Rhijn nog wel „een dingetje was”. De atlete verliet Papendal omdat ze was uitgeleerd bij bondscoach Guido Bonsen. Ze verruilde hem voor Percy Marte, die haar twee jaar tot en met de Spelen van Rio de Janeiro begeleidde. Met Antoine denkt Van Rhijn nog specifiekere sprinttrainingen te krijgen, om in Tokio voor de derde keer op rij te gloriëren.