Het onbehagen over ‘commissie stiekem’

Tweede Kamer
De fractievoorzitters die toezicht houden op de inlichtingendiensten, vragen vaak niet door. Tijd voor een andere opzet van de ‘commissie stiekem’?

Minister Plasterk in de Kamer, terwijl hij langs de hoofden van de AIVD (helemaal rechts) en de MIVD loopt (daarnaast). Foto’s David van Dam

Begin september had de AIVD enkele critici van de dienst uitgenodigd voor een openbare bijeenkomst in de Rolzaal van de Ridderzaal. Ze mochten hun licht laten schijnen over de parlementaire controle op het werk van de geheime dienst.

Het werd een bijeenkomst vol onbehagen. „De dienst krijgt niet het tegenspel en publieke debat dat hij verdient”, zo vatte de belangrijkste spreekster, oud-GroenLinks-leider Femke Halsema, dat gevoel samen. Dat er juist grote behoefte is aan zo’n publiek debat, blijkt volgens haar uit de steun voor een referendum over de nieuwe wet op de inlichtingendiensten. Dat referendum komt er heel waarschijnlijk, blijkt nu.

Halsema en andere sprekers schetsten een decor waarbij de AIVD door nieuwe wetgeving meer mogelijkheden krijgt om chats, e-mail en ander internetverkeer in te zien. Waarbij de diensten groeien als kool. En waarbij de invloed van de AIVD binnen het staatsapparaat toeneemt, bijvoorbeeld bij de voorbereiding van ingrijpende besluiten, zoals het afnemen van iemands Nederlanderschap.

De dienst krijgt niet het tegenspel en publieke debat dat hij verdient

Daartegenover staat een verkleining van de commissie die parlementaire controle uitoefent, de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD). Het lidmaatschap van deze ‘commissie stiekem’, zoals ze bekendstaat, met daarin de fractieleiders, is onlangs beperkt tot vijf partijen. Dit gebeurde om lekkages, zoals in 2014, te voorkomen. „Die beperking speelt de zittende macht in de kaart”, zei Halsema. Drie van de vijf zijn straks coalitiefracties (VVD, CDA en D66).

Bovendien krijgt de commissie concurrentie van technocratischer toezichtsorganen zoals de CTIVD en de nog op te richten TIB (Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden).

In haar kritiek krijgt Halsema vandaag bijval van VVD-prominent Johan Remkes. Hij was als minister van Binnenlandse Zaken van 2002 tot en met 2007 politiek verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de AIVD. Bovendien is Remkes, nu commissaris van de koning in Noord-Holland, voorzitter van de staatscommissie die voorstellen moet doen voor een betere werking van het parlement. In een terugblik op de periode 2002-2007 zegt Remkes: „Het debat van de commissie stiekem was, in elk geval in de tijd dat ik minister was, lang niet diepgravend genoeg.”

Eerst terug naar het feitelijk functioneren van de controlecommissie. Daarover is bij het publiek weinig bekend. NRC vroeg het aan Remkes en Sybrand van Hulst, van 1997 tot 2007 hoofd van de AIVD. Uit hun relaas blijkt dat de commissie een keer per twee maanden bijeenkomt, en dan gemiddeld anderhalf uur vergadert.

Zonder microfoons

De bijeenkomst is zonder microfoons en zonder publiek. De opstelling in het zaaltje is informeel; deelnemers zitten niet in een rijtje naast elkaar, zoals bij openbare vergaderingen, maar meer tegenover elkaar. In het midden zit de voorzitter, nu nog VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra, met naast hem de minister van Binnenlandse Zaken, soms ook die van Defensie. Die worden geflankeerd door het diensthoofd van de AIVD, soms ook die van de MIVD, en door de secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken, soms ook die van Defensie. Elders aan tafel zitten de fractievoorzitters. Ergens ertussen zit een griffier die alles opschrijft. Diens verslag is geheim.

Voor de zware bezetting met fractieleiders is ooit gekozen om het gewicht van de commissie te onderstrepen en lekken te voorkomen. De fractieleiders hebben een, voor hen, onnatuurlijke rol: ze luisteren vooral. „De bijeenkomst heeft – of had in elk geval in mijn tijd – het karakter van een briefing”, vertelt oud-AIVD-chef Van Hulst. „Er worden door de minister en het diensthoofd mededelingen gedaan en geheime informatie gegeven over incidenten en gebeurtenissen en wat de dienst daar vervolgens aan doet. Fractieleiders vragen om verduidelijkingen en detailleringen van die geheime informatie. Maar als het gaat om informatie waarvan ministers en fractieleiders vinden dat die thuishoort in publieke debat, zullen zij daarover niet in de commissie stiekem discussieren.”

Vergeet niet, het was de tijd van aanslagen zoals Madrid in 2004

Als – fictief – voorbeeld noemt Van Hulst: „Stel je voor, het diensthoofd meldt dat er indicaties zijn dat een aantal strijders uit Syrië terugkeert naar Nederland. De minister deelt met de fractievoorzitters de geheime informatie die ten grondslag ligt aan die melding.” Van debat hierover of stemmingen is geen sprake. „Wil men toch discussiëren of stemmen, dan kan dat in de vergaderingen van de vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken”, zegt Van Hulst. „Die zijn openbaar, en daar gaat het om de partijpolitieke weging. Bijvoorbeeld of het paspoort al dan niet moet worden afgenomen van uitreizigers.” In deze commissie zitten de specialisten Binnenlandse Zaken.

Sybrand van Hulst vond dit model destijds goed functioneren. Remkes is minder tevreden. „Er werd destijds nauwelijks doorgevraagd door de fractievoorzitters”, zegt hij. „Vergeet niet, het was de tijd van aanslagen zoals Madrid in 2004. Toch vroeg bijna niemand of de diensten genoeg capaciteit hadden om dreigingen bij ons het hoofd te bieden. Ikzelf wist dat dit niet zo was, en heb daarom initiatieven genomen om dat recht te trekken.” Ook de instelling van de commissie-Havermans, die in 2004 de werkwijze van de AIVD onderzocht en daarop ernstige kritiek had, was een initiatief van hemzelf, zegt Remkes.

Tijdens de AIVD-bijeenkomst wees Femke Halsema op nog een andere reden voor het niet-doorvragen. Controle van inlichtingendiensten staat laag op het prioriteitenlijstje van fractieleiders, zei ze. Frits Bolkestein (VVD) zei ooit: „Ik lette alleen op wat er in de ochtendkranten stond. Daar was de veiligheidsdienst nooit bij.”

Kritiek op de commissie stiekem is er al veel langer. Volgens Halsema en Remkes is het daarom tijd nu eindelijk eens stappen te zetten. Beiden pleiten er voor om de fractieleiders in de commissie te vervangen door fractiespecialisten die zijn te vertrouwen en kennis van zaken hebben. Als lichtend voorbeeld geldt Piet Stoffelen, van 1971 tot 1994 lid van de Tweede Kamer voor de PvdA. „Over hem werd gezegd dat hij regelmatig op zijn werkkamer zat te fluisteren aan de telefoon”, schreef AIVD-kenner Constant Hijzen eens. „Dan wisten zijn collega’s dat hij weer met de BVD (voorganger van de AIVD) aan de telefoon hing om opheldering te vragen over een krantenbericht of rapport.”

Ik lette alleen op wat er in de ochtendkranten stond. Daar was de veiligheidsdienst nooit bij

Pikant genoeg pleitte VVD-politicus Klaas Dijkhoff ooit voor een grotere rol voor specialisten. Hij zei in 2013 de verdeling van de controle op de diensten over twee commissies onnodig ingewikkeld te vinden, en voorzag een grotere rol voor de Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken. Dijkhoff, nu kandidaat-fractievoorzitter en daarmee mogelijk de nieuwe voorzitter van de commissie stiekem, wil nu geen toelichting meer geven.

Oud-minister Remkes laat zich wel uit. Over een nieuwe bemanning van de commissie stiekem zegt hij: „Het moeten fractieleden zijn die betrouwbaar zijn, kennis van zaken hebben, en die betrokkenheid tonen bij het reilen en zeilen van de dienst. Die kunnen dan hun fractieleiders adviseren als die in het openbaar een verhaal willen houden over de dienst. De ongemakkelijkheid van de omgang met geheime informatie blijft. Maar daar zadel je dan niet meer de fractieleiders mee op.”