Eigengereide advocaat met uitgesproken ideeën

Rutte III Ferdinand Grapperhaus ruilt de advocatuur in voor een ministerspost op Justitie. Hij schreef een politiek boek met een pleidooi voor minder ongelijkheid, Zijn daadkracht komt van pas op een ministerie met grote probleemdossiers.

Hilz & Verhoeff

Zijn vader was staatssecretaris, zijn zoon praeses van de Leidse studentenvereniging Minerva, en hijzelf is één van de bekendste advocaten van Nederland. Ferdinand Grapperhaus (1959) ís de elite. Maar dan wel de maatschappelijk verantwoorde tak ervan, zal hij zelf vinden.

In zijn eerder dit jaar verschenen boek Rafels aan de Rechtsstaat werpt Grapperhaus zich op als voorvechter van een samenleving met minder ongelijkheid en een meer dienende overheid. Een groeiende groep mensen kan niet meekomen, zakt af naar de onderklasse, en wordt daarmee vatbaar voor het populisme, stelt Grapperhaus. Bij de uitreiking van de Prinsjesprijs voor het beste politieke boek – hij was genomineerd maar won niet – zei hij: „Het idee van gelijke kansen van mensen in onze samenleving verkruimelt steeds meer.”

De Amsterdamse arbeidsrechtadvocaat, die jarenlang kroonlid was van de Sociaal-Economische Raad (SER), is hard voor wie de rechtsstaat probeert te ondermijnen, of dat nu autochtonen zijn die zich met geweld tegen de komst van azc’s keren, of geradicaliseerde moslims die de fundamenten van de rechtsstaat niet erkennen. Wat dat laatste betreft past Grapperhaus prima in het nieuwe kabinet, dat een vergelijkbare visie heeft.

Daadkrachtig

Het ministerschap is voor Grapperhaus zijn eerste publieke politieke functie – een kandidatuur voor het voorzitterschap van het CDA mislukte in 2010. Deze zomer trad Grapperhaus voortijdig af als bestuursvoorzitter van advocatenkantoor Allen & Overy. Hij was vijftien jaar voorzitter van de raad van toezicht van het Olympisch Stadion, en vier jaar lang bestuurder bij het Concertgebouwfonds.

Begin deze maand begon hij als voorzitter van de raad van toezicht van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Toen vlak daarna bleek dat directeur Beatrix Ruf nevenfuncties niet had opgegeven maar er wél flink aan verdiende, handelde Grapperhaus meteen. Er komt een diepgravend onderzoek en Ruf vertrekt.

Lees ook de recensie die NRC eerder dit jaar schreef over Grapperhaus’ boek Rafels aan de rechtsstaat

Die daadkracht kan hem op het zware ministerie van Veiligheid en Justitie – dat naar verluidt Justitie en Veiligheid gaat heten – goed van pas komen. Er liggen tal van probleemdossiers: Nationale Politie, geld- en personeelsgebrek bij het Openbaar Ministerie, de cultuur op het ministerie. Grapperhaus is eigenzinnig en openhartig, is niemands knecht. Dat maakt hem een boeiende aanstelling in dit kabinet, maar mogelijk ook een risico als zijn eigengereidheid botst met de gewenste eensgezindheid van het kabinet.