Duurzame energie? Het gaat al sneller

Nationale Energieverkenning

In 2020 haalt Nederland doel duurzame energie niet, in 2023 wel. Vooral de trage aanleg van windparken speelt een rol.

Windmolens in Oostelijk Flevoland. Het percentage duurzame energie in Nederland is dit jaar ongeveer 7,5 procent; een van de laagste percentages van Europa. Foto Bram van de Biezen /ANP

Pessimistisch voor de komende jaren, optimistisch voor het volgende decennium. Zo zou je de toon kunnen samenvatten van de Nationale Energieverkenning, het jaarlijkse rapport over de voortgang naar een schonere energievoorziening.

Het slechte nieuws dat onderzoeksinstituten ECN, PBL en CBS donderdag opdienden, ging over 2020. Om te beginnen: het gaat niet lukken om over drie jaar 14 procent van de Nederlandse energie duurzaam op te wekken. De onderzoekers zijn daar stellig in: we blijven steken op 12,4 procent. Het betekent dat Nederland niet voldoet aan een verplichting die in 2009 was opgelegd door de Europese Unie. Over sancties voor lidstaten die hun portie schone energie niet leveren, is in Europa nog niets afgesproken.

Nederland stoot ook te veel broeikasgassen uit. Over drie jaar moet de uitstoot 25 procent lager zijn dan in 1990, bepaalde de rechter in de Urgenda-zaak. „Waarschijnlijk” wordt het 23 procent, en dat is dus niet genoeg. „En het komt steeds dichterbij, dus het wordt moeilijker om het nog voor elkaar te krijgen”, aldus hoofd energie en klimaat Pieter Boot van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

En om het boodschappenlijstje voor 2020 nog even verder af te strepen: de werkgelegenheid in de ‘groene’ energiesector blijft achter, en de totale energiebesparing schiet tekort. Het enige hoofddoel voor 2020 dat wél gehaald wordt, is dat Nederland in een prettig tempo energiezuiniger wordt.

Het wordt moeilijker om het nog voor elkaar te krijgen

Als je de rode en groene kruisjes telt, is er dus weinig reden voor vrolijkheid. De oorzaken die een rol spelen, zijn velerlei: van een tragere aanleg van windparken tot het nog altijd aanzienlijke gebruik van steenkool in elektriciteitscentrales, van tegenvallers rond duurzame kassen tot beperktere handhaving van milieuwetten. Het bijbehorende persbericht spreekt van „horden op weg naar 2020” en concludeert dat er „heldere beleidskeuzes” nodig zijn.

Onderzoekers toch optimistisch

Toch stonden er donderdag twee tamelijk optimistische onderzoekers achter de microfoon in perscentrum Nieuwspoort. „We staan aan de vooravond van een heel grote versnelling”, zei Koen Schoots van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). En Pieter Boot van PBL noemde, gevraagd naar een verrassing uit de rapportage van dit jaar: „Dat de totale energievraag zo daalt.” Sinds 2013 verbruikt Nederland ieder jaar 1,7 procent minder energie. Dat percentage is naar boven bijgesteld. Boot verklaart: „Kantoren besparen meer energie dan we dachten.”

In de Nationale Energieverkenning zijn de eerste tekenen van die versnelling zichtbaar. Die hebben overigens niets te maken met de plannen uit het regeerakkoord van vorige week, want die zijn in het rapport niet meegerekend.

Als we nog een paar jaar verder zijn, worden volgens de prognose, de doelen wél gehaald. In 2023 ligt het percentage duurzame energie (in de praktijk vooral hout en wind) boven de 16 procent, en dat is volgens het in 2013 gesloten Energieakkoord genoeg. En: in het komende decennium gaat ook de uitstoot van broeikasgassen sneller dalen dan eerder gedacht.

Kantoren besparen meer energie dan we dachten

In 2030 stoot Nederland 31 procent minder broeikasgas uit dan in 1990, is de nieuwe prognose. Vorig jaar werd nog rekening gehouden met een afname van 24 procent. Dat is de opvallendste en meest optimistische wijziging ten opzichte van de Nationale Energieverkenning van 2016. Over dertien jaar laat het zich voelen dat Nederland echt energiezuiniger is geworden, dat dan overal in West-Europa meer windmolens staan, en dat onze gas- en kolencentrales vaker stilstaan. Boot: „Overal, ook in de buurlanden, groeit windenergie harder dan verwacht. En tegelijkertijd daalt de vraag naar elektriciteit.”

Het is een onzekere voorspelling, tekenden de rekenmeesters donderdag meteen aan. Wat er echt gebeurt, hangt sterk af van het onvoorspelbare aanbod van elektriciteitscentrales en windparken in onze buurlanden. Nederland is dan van ver gekomen. Het percentage duurzame energie is dit jaar ongeveer 7,5 procent – een van de laagste percentages van Europa. En de uitstoot van broeikasgas is tussen 1990 en 2016 met slechts 11 procent afgenomen.

Vergelijk dat met een 31 procent klimaatvriendelijker Nederland in 2030, en je kunt zeggen: de energietransitie is nu echt begonnen.

Doel regeerakkoord gaat verder

Eerlijker is het om te zeggen: het is nog steeds te weinig. Het is minder dan de 40 procent die de EU van Nederland eist. Het is ook minder dan de 49 procent die de coalitie zich vorige week tot doel stelde in het regeerakkoord. En het is zeker minder dan de circa 55 procent reductie die nodig is om de temperatuurstijging op aarde op termijn in toom te houden.

En trouwens: nog even en dan wordt de voorspelling voor 2030 alweer herschreven. Over een dag of tien komt het Planbureau met de doorrekening van de klimaatmaatregelen van het regeerakkoord.