Column

Dit is de taal van ‘Heel Holland Bakt’

Japke-d. Bouma schrijft wekelijks over de taal die ze om zich heen hoort. Deze week: een ode aan de taal van Heel Holland Bakt

Als Nederlanders érgens massaal voor aan de buis kluisteren, dan is het wel voor Heel Holland Bakt, de Nederlandse versie van het Britse bakkersprogramma The Great British Bake Off. Het zal de tantaluskwelling zijn – kijken naar bergen chocola en slagroom maar je kan het niet pakken – de gezelligheid, de virtuositeit van de bakkers, maar vlak ook de taal niet uit. Want na al die seizoenen is tussen de taartjes, de cakejes, de soezen, de broodjes en de spritsen een heel eigen vocabulaire ontstaan waaraan ik me in ieder geval graag laaf. Daarom een ode aan de taal van Heel Holland Bakt van dit seizoen. Ter ere van de finale, zondag.

Inschieten, schiften en crèmepjes. Bakkers hebben dus ook hun eigen jargon! Ik wist het niet, maar „inschieten” blijkt bijvoorbeeld „in de oven zetten” te betekenen, spijs maak je niet, die „draai” je en iets kan „in de schift schieten”. Erg fijn dat er ook weer van alles werd „uitgerold” dit seizoen. Dat gebeurt ook op allerlei kantoren in Nederland, met pilots, concepten en nieuwe producten, maar in Heel Holland Bakt gebeurt dat letterlijk met marsepein en deeg – eindelijk.

Laagjes, strak en beeldschoon. Ik ken niemand die zo genietend kan praten over baksels als jurylid Janny van der Heijden. Zo zijn taartjes „beeldschoon”, „verrukkelijk”, heeft biscuit „mooie laagjes”, soms „een krokantje”, kan bavarois „een prettig mondgevoel” hebben en is er vaak „heel mooi strak gewerkt”. Zodra Janny iets zegt, schuif ik altijd een moorkop naar binnen, anders haal ik het niet.

De taal van de mislukking, altijd mooi. Zo zei kandidaat Hans: „Als je twee scheve lagen op elkaar plakt, heb je ook een rechte”, zei jurylid Robèrt van Beckhoven: „Ik vind hem van verre mooier dan van dichtbij” en zei kandidaat Nico: „Ik had niet verwacht dat het ook echt geproefd zou worden.”

Begrippen. De „meesterbakker” is al een begrip geworden bij ons thuis (de winnaar van de week), maar ook de „blinde jurering” doen we dagelijks met onze boterhammen en we spreken al over „de tent” als we het over onze keuken hebben (waarom is het programma eigenlijk in een tent?!, zo roep ik elke keer als de regen onder de flappen in de baksels slaat). Ook mooi: de „eigen twist” die er aan traditionele baksels geven wordt. Niet hun eigen invulling, of hun eigen idee, nee, hun eigen twist. Waarom? Tja. Dat is Heel Holland Bakttaal.

Porno. Ik zal wel weer niet volwassen genoeg zijn, maar hallo zeg, wat een dubbelzinnigheden elke week weer! Ik ben maar gestopt met noteren na: „Is die van jou ook zo heet?”, „Ik hoop dat hij op tijd opstijft”, „Hij is te hard om te spuiten”, „Je moet hard in de zak knijpen, anders komt er niets uit”, „Ik heb nog nooit iemand met zo’n spuit in de weer gezien” en „Je hebt een mooie rechte naad aan de onderkant.” Maar de mooiste kwam van Janny: „Je Eiffeltoren is heel lekker, Gwenn. Mooi formaat, ook.”

Kandidaat Hans is waar het taal betreft, een buitencategorie dit seizoen met uitspraken als „vijf kandidaten zijn er al afgevallen, maar ik ben alleen maar aangekomen”, „dit is geen taart voor mensen die niet van E-nummers houden” en „je moet lief zijn voor je deegje, teder”. Maar zijn mooiste uitspraak was toch wel: „Ik zou niet weten wat ik zou moeten als het programma straks is afgelopen.” Dat vragen wij ons ook af, Hans.

Dat vragen wij ons ook af.

Taaltips op Twitter via @Japked