Column

De heel enge ziekte waaraan Rutte III lijdt

Ik weet niet of het u is opgevallen. Zelf had ik er even overheen gekeken. Maar het nieuwe kabinet blijkt te lijden aan hele een enge ziekte. Bestuursobesitas heet dat. Bestuursobesitas: een zwaarlijvig openbaar bestuur, rijp voor afslanking. Een overaanbod van ministers die ons, gewone burgers, maar in de weg zitten.

Ik kwam erop toen ik de laatste dagen geamuseerd namen van nieuwe ministers hoorde passeren. De Jonge, Hoekstra, Schouten. Boeiend dat zo’n kabinetsformatie, na al die omwegen, eindigt bij ministersnamen met de allure van een dorpsslootje. Doe normaal man.

Bij al die rondzoemende namen, ook voor posten die nog niet zijn vervuld, viel me op hoevéél nieuwe ministers er komen.

En je hoort daar niemand meer over, maar vooral voor Rutte is dit een interessante oefening in nederigheid.

Vlak voordat hij premier werd, in 2010, voerde hij nog campagne op een verkiezingsprogramma dat „halvering van de ministerraad” bepleitte. Destijds had het land zestien ministers.

In de formatie van 2010 bracht Rutte het aantal ministers terug naar twaalf – want Nederland had ‘bestuursobesitas’, zei hij in de regeringsverklaring: „We beginnen de kleine overheid letterlijk bij onszelf.”

Twee jaar later, in de campagne van 2012, wilde de VVD in haar programma „dat het aantal bewindslieden verder wordt teruggebracht”. In het regeerakkoord lukte dit niet helemaal: Rutte II ging van twaalf naar dertien ministers, maar het beloofde het Rijk „goedkoper, flexibeler en efficiënter” te maken.

In de laatste campagne hoorden we Rutte niet meer over bestuursobesitas of een enige andere aandoening, en zie: aan het slot van de formatie keert zijn derde kabinet terug bij de enge ziekte waarmee hij zijn premierschap begon: zestien ministers.

Je kunt hier lacherig over doen, maar dit gevalletje laat vooral zien hoe lastig veranderingen in Den Haag zijn, zeker rigoureuze veranderingen. Kleine stapjes zijn doorgaans de effectiefste manieren om Haagse omwentelingen te bereiken – nu maar hopen dat de nieuwe bewindslieden dit ook weten.

Overigens had je eerder een politiek columnist die graag schetste hoe Rutte zijn aandoeningen besprak met zijn dokter. De arts schreef de premier pillen voor om zijn neiging tot tegenstrijdigheden te bestrijden, maar 8 april 2014 stopte Rutte de medicatie: hij werd er toch niet meer op aangesproken. „Wat ik ook zeg, er is niemand [...] die er een punt van maakt”, zei Rutte.

Die columnist was Kees Berghuis, destijds bij RTL Nieuws, nu VVD-woordvoerder in de Tweede Kamer.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.