De drie vervangers van Mark Rutte

Kabinetsformatie

De nieuwe vicepremiers in het kabinet-Rutte III zijn bekend. Wie zijn zij? En wat kunnen we van hen verwachten?

  • Carola Schouten (ChristenUnie)

    De boerendochter kan iets terugdoen voor de sector

    Foto Bart Maat/ANP

    Dat Carola Schouten minister wordt in het kabinet-Rutte III was geen verrassing. En ook dat ze als vicepremier namens de ChristenUnie zou aantreden lag voor de hand. Wel verrassend is waar Schouten nu terechtkomt: op Landbouw, Voedselkwaliteit en Regio, waarvoor een nieuw ministerie wordt opgericht.

    Het was niet haar eerste keus, geven bekenden toe. Maar helemaal vreemd is de keuze voor Schouten (1977, Den Bosch) op Landbouw ook niet. Als dochter van een Brabantse melkveehouder kent ze de agrarische wereld. Na de vroege dood van haar vader, Schouten was pas negen, werd ze al jong bij het boerenbedrijf betrokken. „Als ik met mijn zoon aan het fietsen ben en ik zie ergens boeren die aan het kuilen zijn, word ik helemaal enthousiast”, vertelde ze vijf jaar geleden aan vakblad Boerderij Vandaag.

    Rond het Binnenhof staat Schouten bekend als bedachtzaam en nuchter. Als het grote publiek haar al kent, dan is dat door de lof die ze vaak van journalisten en collega’s krijgt. Toen ze in 2011 als fractiemedewerker in de Kamer kwam werd ze meteen verkozen tot Politiek Talent van het jaar. En toen gelekt was uit de commissie stiekem, die over inlichtingendiensten gaat, waren Kamerleden het er al snel over eens wie het onderzoek daarnaar moest leiden: Carola Schouten.

    Namens haar partij onderhandelde financieel specialist Schouten de afgelopen jaren al verschillende malen met het kabinet: eerst in 2013 over het Lente-akkoord, daarna om het tweede kabinet-Rutte in de Eerste Kamer aan een meerderheid te helpen. Ze denkt strategisch, ziet politieke problemen snel aankomen, onderhandelt hard. Dat hebben lang niet alle ChristenUnie-politici. Schouten was als fractiemedewerker „van onschatbare betekenis” tijdens onderhandelingen over het crisisakkoord van Balkenende IV in 2009, zou oud-partijleider André Rouvoet later zeggen. Schouten neemt haar werk serieus en is heel voorzichtig.

    De schoonheid ontging haar onlangs niet, toen haar nieuwe positie definitief werd. Op Landbouw zou de boerendochter eindelijk eens iets terug kunnen doen voor de sector.
    Door: Clara van de Wiel

  • Kajsa Ollongren (D66)

    Meer bestuurder dan visionair

    Foto Koen van Weel/ANP

    Rust. Dat is, in variaties, steevast de eerstgenoemde kwaliteit van D66’er Kajsa Ollongren, nu wethouder en plaatsvervangend burgemeester in Amsterdam. „Als zij een dossier behandelt, weet je dat je je daar geen zorgen meer over hoeft te maken”, zegt een collega-wethouder.

    Kajsa Ollongren (1967, Leiden) kreeg meteen complimenten van grootste oppositiepartij PvdA, toen ze de taken van Eberhard van der Laan had overgenomen. „Ze deed het heel goed. Ze staat boven de partijen en kan de zaken goed managen”, zegt Marjolein Moorman, PvdA-fractievoorzitter.

    Van zo’n beetje de hoogste positie in Den Haag, secretaris-generaal bij Algemene Zaken en daarmee de naaste adviseur van premier Rutte, kwam Ollongren in 2014 zonder politieke ervaring in Amsterdam als wethouder economische zaken en cultuur. Na het eerste jaar keek ze in een interview met NRC terug op het verschil. „Als je altijd naast iemand staat om in zijn oor aanwijzingen te fluisteren, dan spreek je heel kort. Er is alleen tijd voor het hoogst noodzakelijke. Als wethouder verwachten de mensen van mij dat ik een heel verhaal houd. Als ik ergens op bezoek ben en heel kernachtig zeg wat ik bedoel, kijken ze me aan en dan zie ik ze denken: Ja, en verder?”

    Dat is het tweede wat mensen over Ollongren zeggen. Dat ze meer manager dan politicus is. „Ze mag wel wat meer visie tonen”, zoals Moorman zegt. Ollongren heeft zich in Amsterdam niet ontpopt als het type Eric Wiebes (VVD) of Arjan Vliegenthart (SP). Dat zijn bestuurders die vrolijk knutselen aan creatieve oplossingen – en die ook graag even in de etalage leggen. Ollongren is, zoals een collega-wethouder het omschrijft, iemand die ervoor zorgt dat de samenwerking soepel verloopt. „Zo iemand heb je graag in je team.”

    Het derde dat je vaak hoort over Ollongren is dat ze wat kleurloos schijnt en koel. Wat dat laatste betreft: na het overlijden van Van der Laan sprak ze in de gemeenteraad persoonlijk en warm over hem. Wat het eerste betreft: Boris van der Ham, oud-Kamerlid voor D66, schatte haar aanvankelijk in als een „adaptieve realist”, iemand die „de boel zo goed mogelijk wil besturen zoals-ie die aantreft”. Hij kreeg dat idee toen hij in januari las dat ze pleitte voor een minder rigide omgang met het bonusbeleid van banken. In een interview met de Volkskrant zette ze de aarzelingen op een rijtje van bedrijven uit de Londense City die nadachten over verhuizing na de Brexit. Van der Ham twitterde toen dat hij dat „wereldvreemd” vond. „Als je te lang in een bepaalde scene zit, kun je soms hun redeneertrant overnemen”, zegt hij nu.

    Maar hij was aangenaam verrast toen Ollongren vorige maand met een vergaande maatregel kwam tegen de oprukkende toeristenindustrie. Via het bestemmingsplan wil ze een stop zetten op winkels die zich eenzijdig richten op toeristen. In eerste instantie scheen ze tamelijk laconiek te kijken naar de drukte in de binnenstad. Totdat burgemeester Van der Laan haar publiekelijk maande „naar voren te stappen”. „Dan schakelt ze heel snel bij”, zegt een partijgenoot in Amsterdam. „En zo heeft ze, om vijf voor twaalf, met deze mooie juridische oplossing uiteindelijk ballen getoond.”
    Door: Bas Blokker

  • Hugo de Jonge (CDA)

    Domineeszoon in maatpak

    Foto Hilz Kamp; Verhoeff

    Op het stadhuis van Rotterdam werkt de zoon van een dominee. Hij maakt tachtig tot negentig uur per week, heeft zijn dossiers altijd op orde, schreeuwt zijn ambities niet van de daken. „Onuitputtelijk”, met een „groot verantwoordelijkheidsgevoel”, wordt er over hem gezegd – met een paar „kleine uitspattingen”. Hij draagt dure maatpakken, puntschoenen met bloemenprint, zingt liedjes van Michael Bublé in de gangen van het stadhuis.

    Hugo de Jonge (1977, Bruinisse) wordt namens het CDA vicepremier en minister van Ouderenzorg in het kabinet-Rutte III, bevestigen bronnen in Den Haag. Sinds 2010 is De Jonge wethouder in Rotterdam. Hij is er verantwoordelijk voor onderwijs, jeugd en zorg. Geen man die genoegen neemt met ‘nee’, vertelt de Rotterdamse CDA-fractievoorzitter Sven de Langen. „Hugo houdt niet van middelmaat.”

    Dus beginnen mensen die met Hugo de Jonge, zelf vader van twee kinderen, hebben gewerkt altijd over zijn strijd voor verplichte anticonceptie. Vorig jaar kwam de wethouder met een zeer controversieel plan om heel kwetsbare vrouwen te verplichten tot geboortebeperking. „Niet geboren worden is ook een vorm van kinderbescherming”, zei De Jonge erover in NRC. Hij wist best dat de landelijke CDA-fractie het niet met dit plan eens was, maar dat hield hem niet tegen. Relus Breeuwsma, tot een paar jaar terug de rechterhand van De Jonge: „Hij kleurt nu eenmaal niet binnen de lijntjes.”

    Na een carrière als basisschoolleraar en schooldirecteur vertrok De Jonge in 2004 naar Den Haag om beleidsmedewerker bij het CDA te worden. Later was hij politiek assistent van verschillende ministers en zelfs eventjes van premier Jan Peter Balkenende. Zijn komst naar Den Haag is dus eigenlijk een terugkeer. De Jonge was vaak in de Tweede Kamer om te lobbyen voor zijn Rotterdamse ideeën.

    Zijn plan voor verplichte anticonceptie stuitte op veel weerstand, ook omdat het wettelijke gezien onmogelijk was. Maar De Jonge gaf niet op en kwam met een proef om kwetsbare vrouwen vrijwillig aan effectieve geboortebeperking te helpen. Het werkte – circa 80 procent koos voor een spiraaltje.

    Zo’n „lefdossier” kan De Jonge alleen goed afronden door zijn goede politieke gevoel, zegt De Langen.

    Afgelopen zomer verloor de coalitie van Leefbaar Rotterdam, CDA en D66 haar meerderheid toen een Leefbaar-raadslid overstapte naar een andere partij. Binnenskamers was De Jonge belangrijk bij het bedenken van een oplossing. De coalitie werd gered door gedoogsteun van de ChristenUnie/ SGP-fractie.

    Toen het college eerder in de clinch lag met de gemeenteraad, bedacht De Jonge een list. Tijdens het kerstdiner stonden wethouders en burgemeester op en begonnen Always on my mind te zingen. Op een filmpje is te zien dat De Jonge, schoenen van wit leer onder een donker pak, een raadslid omhelst tijdens de uitvoering.

    Op het ministerie van Volksgezondheid komt De Jonge oude bekenden tegen. De secretaris-generaal is Erik Gerritsen – ze kennen elkaar al jaren. De directeur publieke gezondheid op het departement, Ciska Scheidel, kreeg nog maar een paar maanden geleden haar afscheidsspeech van De Jonge.
    Door: Enzo van Steenbergen