‘Allround politicus’ met een uitgekiend liberaal profiel

Rutte IIIVVD-er Cora van Nieuwenhuizen werkte op vrijwel alle politieke niveaus. In Rutte III treedt ze aan als minister van Infrastructuur en Milieu.

Foto: BArt Maat/ANP

Al toen ze 8 was speelde Cora van Nieuwenhuizen dat ze beurshandelaar was, met vier telefoons op een tafel. Maar die droom kwam niet uit. Ze werd „allround politicus”, aldus de VVD-er op haar eigen site.

Cora van Nieuwenhuizen (1963) heeft zo’n beetje alle kanten van de politieke arena gezien. Raadslid in het Brabantse Oisterwijk, Statenlid en gedeputeerde van de provincie Noord-Brabant, Tweede Kamerlid en Eurparlementariër. En nu: minister van Infrastructuur en Milieu in Rutte III.

Na haar studie kreeg ze een baan bij de Credit Lyonnais Bank Nederland in Tilburg. Maar begin jaren negentig stopte ze met werken, na het overlijden van haar eerste kind. Ze rolde via de lokale VVD-afdeling in de raadspolitiek van Oisterwijk. In eerste instantie niet omdat ze politiek zo gedreven was, ze zag het meer als een manier om mensen te leren kennen. Maar het ging snel. Ze werd fractievoorzitter en stapte vervolgens over naar het provinciebestuur van Noord-Brabant.

Liberaal profiel

In 2012 kwam ze in de Tweede Kamer. Daar voerde Van Nieuwenhuizen het woord over een breed scala van onderwerpen: over energie en luchtvaart. Maar ook asiel, migratie en integratie. Tijdens het tweede kabinet-Rutte was ze woordvoerder Sociale Zaken en voorzitter van de vaste Kamercommissie Financiën. In 2014 stapte ze over naar het Europese Parlement.

In de media bewaakt ze altijd zorgvuldig haar liberale profiel. Zoals over een pleidooi van haar collega-Eurparlementariër, Agnes Jongerius in dagblad Trouw om lidstaten te verplichten om werkloosheid op maximaal 5 procent te hebben: „onzinnig maakbaarheidsdenken. Voor de werkgelegenheid kun je hooguit de goede voorwaarden scheppen. Dat moeten bedrijven doen.” Over energie- en milieuregelgeving zei ze in het Financieel Dagblad: „Het is mijn drijfveer om binnen Europa een gelijk speelveld voor ondernemingen te creëren. Wat regelgeving rond energie en milieu betreft, is dat nu bepaald niet het geval.” En: „Nederland is geneigd voorop te lopen. Ik vind dat riskant. Daarmee kun je veel bedrijven om zeep helpen.”