Column

Alleen witte mannen objectief over racisme?

‘Van de racisten, bedoel je?”, antwoordde ik op de vraag of ik ook naar de „andere kant van racisme” kijk. Het publiek lachte ongemakkelijk en de interviewster liep rood aan. „Aan andere kleuren bedoel ik… omdat je zelf…”, stamelde ze. Ik zat – als enige zwarte journalist – in een panel om over objectiviteit te praten. Bij mij lag de focus op racisme, hoewel dat niet het enige is waar ik over schrijf. Er werd gevraagd of ik wel wederhoor pleegde, alsof ik vanwege mijn kleur niet beschouwend zou kunnen kijken. Objectiviteit bestaat niet en toch wordt er binnen de journalistiek van uitgegaan dat alleen witte mannen erover beschikken.

De Gouden Freelancer Award werd georganiseerd om freelancers in het zonnetje te zetten. Ik werd uitgenodigd om ‘pleitjournalistiek’ te bespreken. De structurele verandering in het medialandschap met media zoals Teen Vogue en haar kritische Trump-artikelen en The New Yorker – waarvan de voorpagina na de Vegas-shooting rood kleurde met daarop 58 kogels met de namen van slachtoffers – doen vragen rijzen over pleitjournalistiek: journalisten die misstanden aankaarten en hun eigen aversie daartegen niet verbergen. De afschuw.

Tijdens mijn studie journalistiek – waar ik met een rugzak vol idealisme aan begon – kwam ik subiet van een koude kermis thuis. In het Basishandboek Journalistiek werd gesuggereerd dat ‘allochtonen’ niet de beste journalisten maken. En dat hoofdredacteuren „graag op zeker” spelen door journalisten aan te nemen van wie zij denken dat het „de beste mensen” zijn. Dat waren „in veruit de meeste gevallen blanke journalisten”. Als ik van de objectiviteit van die stelling was uitgegaan, had ik niet voor meerdere omroepen gewerkt of in deze krant gestaan.

Wie je bent, waar je vandaan komt, wie je ouders zijn, wat je leert – dit alles heeft invloed op hoe je naar de wereld kijkt en dus ook op hoe je er verslag van doet. Journalisten zijn – hoewel het ze soms ontgaat – net mensen. Je kunt als journalist niet objectief maar wel rechtvaardig zijn en dat kan alleen als je je bewust bent van je eigen blinde vlek. De hardnekkige mythe van objectiviteit die in journalistieke kringen dwaalt, doet me denken aan Sinterklaas: iedereen doet alsof ze erin geloven, ook al weten we dat het niet bestaat.

Tijdens het Gouden Freelancer-panel vertelde hoogleraar mediastudies Mark Deuze dat er niet één manier is om journalistiek te bedrijven en dat die er ook nooit is geweest. Journalistiek is, mijns inziens, de macht bevragen en niet enkel feiten kopiëren zonder te vertellen wat ze betekenen. Dat is als het alfabet doceren zonder de leerling te leren lezen.

De gerenommeerde journalist Christiane Amanpour – bekend vanwege haar kritische oorlogsverslaggeving – stelt dat journalisten bij onrecht de verantwoordelijkheid hebben de daders aansprakelijk te houden. Pleitjournalistiek is – in tijden van nepnieuws, discriminatie en repressieve regeringen – geen overbodige luxe.

Journalisten zoals Jesse Frederik (De Correspondent) met zijn manifest voor verbetering van de aanpak van schuldenproblematiek en Hasna El Maroudi (Joop en Huffington Post), Floortje Smit (de Volkskrant) en Alma Mathijsen (NRC) die bij DWDD niet vragen naar ‘de andere kant’ van seksueel geweld, maar aantonen waarom het systematisch en onaanvaardbaar is, zijn essentieel voor verandering.

Het ernstigste waar je pleitjournalistiek van kunt beschuldigen, is dat ze op onverholen wijze voor minderbedeelden opkomt. Met het oog op het nieuwe regeerakkoord lijkt het me – als je niet een multinational of ‘gewone Nederlander’ bent – niet het ergste wat je als journalist kunt doen. Maar waarschijnlijk ben ik dan weer niet objectief genoeg.

Clarice Gargard is programmamaker bij BNNVARA en publicist.

Correctie (20-10-2017): in een eerdere versie van de column stond dat Floortje Smit voor Het Parool werkt. Zij werkt voor de Volkskrant.