Politicus Sint-Eustatius excuseert zich voor dreigement

Van Putten, politicus op Sint-Eustatius, heeft op de radio gezegd dat zijn eerdere uitspraken dat hij Nederlandse militairen zou doden, “verwerpelijk” zijn.

Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tijdens een bezoek afgelopen september aan het door de orkaan Irma getroffen eiland Sint-Eustatius. Foto Vincent Jannink/ANP

Clyde van Putten, politicus op het Nederlandse eiland Sint-Eustatius, heeft excuses aangeboden voor het bedreigingen van Nederlandse militairen. In een speech op 9 oktober zei de partijleider van de PLP, dat als Nederlandse militairen naar het eiland zouden komen hij ze zou doden en op straat verbranden. De Nederlandse overheid deed daarop aangifte van bedreiging.

Nederland had toen net militairen gestuurd naar de eilanden Sint-Eustatius, Saba en Sint-Maarten om te helpen met het bewaken van de openbare orde nadat orkaan Irma flinke schade had aangericht. Na de natuurramp werd er op Sint-Maarten geplunderd. Het was onduidelijk of Van Putten, die voor meer autonomie is van Sint-Eustatius en tegen Nederlandse invloeden is, doelde op die militairen.

In een interview met het radiostation PJB50 Radio Statia heeft Van Putten nu gezegd dat zijn opmerkingen niet bedoeld waren om daadwerkelijke dreigementen te uiten tegen Nederlandse militairen.

“Tijdens die speech zijn de woorden doden en verbranden naar voren gekomen. Maar het was niet mijn bedoeling om aan te sporen tot het plegen van geweld of haat te zaaien, zoals dat nu geïnsinueerd wordt. Mijn opmerkingen zijn daarna uit de context gehaald en gebruikt voor anderen hun eigen politieke agenda.”

Van Putten biedt vervolgens zijn verontschuldigingen aan en verwijst naar de aangifte van Nederland tegen hem:

“Ik geloof dat de verklaringen verwerpelijk waren en onnadenkend en daarom distantieer ik me ervan. Want het zijn opmerkingen waar wij als land en als volk niet voor staan en die wij niet tolereren als samenleving. En ik bied mijn nederige excuses aan, aan degenen die door deze woorden zijn gekwetst. Er is aangifte gedaan door Nederland. Ik neem als burger volledige verantwoordelijkheid voor wat ik gezegd heb. Als de zaak voorkomt, zal ik me verantwoorden voor de rechtbank en de gevolgen onder ogen zien.”