Tbs: ‘Zelfs een praatje van tien minuten is een risico’

Advocaten

Soms riskeer je met tien minuten praten al opname in een tbs-kliniek. Wanneer adviseert een advocaat zijn cliënt deelname aan gedragsonderzoek?

De Penitentiaire Inrichting Vught aan de Lunettenlaan 501. Rob Engelaar / ANP

Praten, zwijgen, ontkennen, dat zijn de smaken waaruit de verdachte van een misdrijf kan kiezen. Ja, en liegen, maar dat is meestal niet zo’n goed idee, zegt strafrechtadvocaat Jan-Jesse Lieftink. „Daar prikt de rechter vaak doorheen.” Als een cliënt net is opgepakt, adviseert Lieftink meestal te zwijgen, tenzij gehandeld is uit zelfverdediging. En wie zwijgt, kan beter ook niet meteen meewerken aan een gedragsonderzoek. Wie weet wat de psychiater, gestuurd door het Openbaar Ministerie, daar aan belastend materiaal uit ontfutselt.

„Zelfs een praatje van tien minuten is een risico”, betoogt Lieftink, bestuurder van de Vereniging van TBS-advocaten, voor de PowerPoint in een zaaltje van een hotel in Breukelen. „Want dán ligt er al een rapportage.” Zo’n twintig cursisten, vooral advocaten, pennen driftig mee. Ze zijn hier om meer te weten over de rol van de advocaat in tbs-waardige zaken. „Geen beter moment voor zo’n cursus”, merkt Lieftink op.

Het bruggetje naar verdachte Michael P. wordt vandaag vaker gemaakt. P., verdacht van betrokkenheid bij de dood van Anne Faber, heeft zijn vermoedelijke daad gepleegd tijdens zijn verlof. Hij had die vrijheid omdat hij na een dubbele verkrachting in 2010 weigerde aan een gedragskundig onderzoek mee te werken en zo terbeschikkingstelling (tbs) ontliep. Hij werd toerekeningsvatbaar verklaard en kreeg in hoger beroep elf jaar cel.

„Uiteindelijk is het aan de cliënt om te bepalen of-ie wil meewerken”, zegt Lieftink. „Wij advocaten kunnen hem alleen zo volledig mogelijk voorlichten, toch?”

„Zeker, zeker”, klinkt uit de zaal.

Het aantal weigeraars is de afgelopen jaren verdubbeld, want veel cliënten hebben liever geen tbs uit vrees voor behandeling zonder einde. Maar medewerking aan een gedragskundig onderzoek weigeren is lang niet altijd de beste keuze, legt Lieftink uit. Eénderde van de weigeraars legt de rechter alsnóg een tbs-maatregel op en dan ben je eigenlijk nog veel verder van huis. „Ze kunnen eerder rekenen op tbs met dwangverpleging, terwijl een meewerkende cliënt meer kans heeft op tbs met voorwaarden.” Die laatste vorm is een veel lichtere tbs-variant, waarbij de cliënt onder voorwaarden – bijvoorbeeld geen drugsgebruik – vaak poliklinisch in plaats van in een tbs-kliniek kan worden behandeld.

Lees meer over de kliniek waar Michael P. in verbleef: Kliniek Den Dolder schroeft beveiliging op na incident

„Maar ik blíjf het moeilijk vinden om te bepalen welke cliënten ik nu wel of niet moet laten weigeren”, zegt iemand achterin de zaal.

Dat hangt vooral af van de cliënt, zegt Lieftink. „Ik heb ze gehad die ontkenden het delict te hebben gepleegd en zeiden ‘ik ben niet gestoord, laat me maar onderzoeken’. Maar pas op, je zit in een tbs-kliniek zo jaren vast als je blijft ontkennen.”

Voor de bekénnende verdachte is het ingewikkelder. Het verleden van een cliënt telt mee. Grote kans dat een weigeraar die al een dik strafblad en een bewezen stoornis had, alsnog tbs opgelegd krijgt. „Dus bestudeer oude rapportages.”

Meer druk

Juridisch kan de rechter tbs opleggen als hij een stoornis vermoedt die gelijktijdig met het delict aanwezig was. Een causaal verband is niet nodig, „er is dus best veel ruimte voor de rechter om het zelf te interpreteren”. Maar als er geen eerdere rapporten zijn en een strafblad nagenoeg ontbreekt, zoals bij Michael P., is een tbs-oplegging voor de rechter niet eenvoudig.

„Het kán”, zegt Lieftink, „als iemand duidelijk psychotisch is en waanbeelden heeft. Dan zal een rechter ook zonder rapport een stoornis kunnen vaststellen.” Maar bij alleen een vermoede persoonlijkheidsstoornis is dat moeilijk. „Die mensen zijn beter in weigeren dan mensen met een psychose.”

De druk op weigeraars om toch mee te werken is de afgelopen jaren toegenomen. Zo heeft het Pieter Baan Centrum sinds kort een afdeling waar weigeraars zeven weken verblijven en psychologen en psychiaters ondanks het zwijgen alsnog een rapport opstellen. Die rapporten worden steeds beter, merkt Lieftink. Vroeger waren ze twintig pagina’s, nu tachtig. „Knap, als iemand niets zegt.” In die rapporten leest hij onder meer hoe zijn cliënt zich op de afdeling gedraagt. „Maar ze bellen nu óók de moeder op en de oude schooljuf om meer over iemand te weten te komen.” En bedenk ook, zegt hij, sommige cliënten zijn zo ‘praterig’, die zullen niet eens kúnnen weigeren.

Sommige cliënten zijn zo ‘praterig’, die zullen niet eens kúnnen weigeren

Juist in zulke gevallen kan het helemaal niet gek zijn wél mee te werken aan een onderzoek van zeven weken in het Pieter Baan Centrum. „Ik merk onder collega’s angst voor zo’n opname. Maar die angst komt voort uit onwetendheid, want ze maken daar tenminste wel gedegen rapporten. En als je cliënt er dan toch niet onderuit kan, dan liever geen half maar een goed onderzoek.”