Neem eens een deelscooter naar kantoor

Woon-werkverkeer

Nederlanders zaten vorig jaar meer in de auto dan ooit. Vooral zakelijke rijders maakten meer kilometers. Wat zijn de alternatieven?

NRC Studio

Nog nooit werd er zo veel autogereden in Nederland als afgelopen jaar, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige week. In 2016 legden Nederlandse bestuurders samen 118,5 miljard kilometer af, een stijging van 2,2 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Een groot deel van die kilometers werd gemaakt door zakelijke rijders: personenauto’s van bedrijven reden 25,3 miljard kilometer, 5 procent meer dan in 2015.

Met het aantal kilometers nam vorig jaar ook het aantal files toe. Volgens de ANWB is de zogeheten filezwaarte (lengte keer duur van de file) ten opzichte van 2015 met 12 procent gestegen. De reden: sinds de crisis kopen mensen meer auto’s en leggen ze grotere afstanden af, zowel privé als zakelijk.

En dat is slecht nieuws voor het milieu. Eerder dit jaar bleek uit een onderzoek van ICCT, een internationaal centrum dat vervuiling door transportmiddelen onderzoekt, dat nieuwe leaseauto’s op de Nederlandse markt steeds viezer worden. De gemiddelde CO2-uitstoot van leaseauto’s aangeschaft in 2016 is 10 procent hoger dan die van leaseauto’s uit 2015. De belangrijkste oorzaak zou zijn dat de fiscale voordelen op hybride auto’s voor leaserijders zijn verdwenen. Daardoor worden vaker ‘viezere’ modellen aangeschaft.

Kan het ook anders? Dat is een vraag die vijftig medewerkers van bedrijven op de Amsterdamse Zuidas deze maand proberen te beantwoorden. In ruil voor het laten staan van hun leaseauto, krijgen ze 1.000 euro om zich van A naar B te verplaatsen. Hoe – openbaar vervoer, taxi, (leen)fiets, deelscooter, of -auto – mogen ze zelf bepalen. De gemeente wil met de proef onderzoeken hoe zij ervoor kan zorgen dat de stad niet dichtslibt; de deelnemende bedrijven krijgen inzicht in alternatieven voor het aanbieden van een leaseauto.

Low Car Diet

Volgens Niels van Geenhuizen, manager duurzaamheid bij advies- en ingenieursorganisatie Arcadis, is het openbaar vervoer vaak nog een blinde vlek voor bedrijven. „De voordelen van autorijden zijn bekend: je komt snel van A naar B, je bent flexibel. Maar aan de nadelen wordt minder aandacht geschonken.”

Als manager duurzaamheid is Van Geenhuizen zowel verantwoordelijk voor het duurzamer maken van zijn eigen bedrijf als het adviseren van klanten op dit gebied. Zelf was hij jarenlang verstokt leaserijder, maar sinds een aantal jaar is hij overstag. „Ik kwam iedere keer heel gestresst aan op mijn werk in Den Bosch, terwijl ik nota bene in dezelfde stad woon.” Tegenwoordig maakt hij 70 procent van zijn zakelijke kilometers met het openbaar vervoer.

Het is hem door zijn werkgever gemakkelijker gemaakt: Arcadis (2.000 medewerkers) besloot vijf jaar geleden alle tien kantoren in de buurt van een treinstation te vestigen waar een intercity stopt. „In Den Bosch stond het kantoor eerst langs de snelweg, en kwam slechts 2 procent met ander vervoer dan de auto”, vertelt Van Geenhuizen. „Nu we naast het station zitten, komt meer dan 35 procent van het personeel met het ov.”

Makkelijk is het niet om verstokte rijders uit de auto te krijgen, weet Van Geenhuizen. „Gedrag verander je nu eenmaal niet snel.” Aan het openbaar vervoer kleeft volgens hem een negatief imago van vertragingen, ongemak en lange reisduur. „Grappig genoeg is het vaak het beeld dat automobilisten hebben: in tevredenheidsonderzoeken geven zij het ov een drie, terwijl treinreizigers het een acht geven.”

Om automobilisten toch te overtuigen is het volgens Van Geenhuizen belangrijk ze kennis te laten maken met de alternatieven. Bijvoorbeeld door deelname aan het Low Car Diet, een ‘mobiliteitswedstrijd’ waarbij medewerkers van bedrijven, organisaties en overheden dertig dagen zo min mogelijk met de auto reizen.

Bij Arcadis had de proef meetbaar effect, zegt Van Geenhuizen. „In die proefmaand noteerden we 30 procent reductie in CO2-uitstoot en kosten. Daarna bleef het 20 procent minder dan voor het experiment. Mensen overtuigen zichzelf. Een collega die dagelijks van Wijchen naar Amsterdam reed, komt nu standaard met de trein. En hij is niet de enige.” Wie toch een auto nodig heeft, kan een beroep doen op een deelauto van het bedrijf.

Geen parkeerplaatsen

Ook vanuit de overheid worden forenzen langzaam maar zeker gestimuleerd om de auto te laten staan. Voor steden in de Randstad komt het nieuwe kabinet met een mobiliteitsplan om de doorstroom te bevorderen. Vanaf eind dit jaar gaat iedere tien minuten een intercitytrein rijden op het traject Amsterdam Centraal-Eindhoven.

Werknemers bij het Rijk worden eveneens ontmoedigd om met de auto naar het werk te komen. In het gebouw waar het ministerie van Buitenlandse Zaken, Infrastructuur en Milieu en de IND sinds deze zomer zijn gevestigd, zijn geen parkeerplaatsen voor de zesduizend medewerkers. Wie wel met de auto wil komen, is aangewezen op openbare parkeergarages. „Het gebouw is gelegen naast het station”, zegt een woordvoerder. „ Treinkosten worden volledig vergoed, die voor een auto maar deels. Je bent een dief van je eigen portemonnee als je de auto neemt.”

Wil je nóg meer mensen uit de auto krijgen, dan is volgens Van Geenhuizen meer samenwerking nodig. „Ieder bedrijf heeft te maken met het vervoer van personeel, maar kennis blijft veelal tussen de muren van het eigen gebouw hangen.” Met het mobiliteitsnetwerk Anders Reizen, waarin naast Arcadis onder meer NS, ABN Amro en de Rotterdamse haven verenigd zijn, wordt nu steeds meer informatie uitgewisseld. Maar Van Geenhuizen ziet meer mogelijkheden: „Bedrijven moeten elkaar ook in de praktijk opzoeken. Als ik in Groningen een auto nodig heb, maar we hebben daar geen kantoor, waarom zou ik dan geen leaseauto van een ander bedrijf kunnen gebruiken?”