‘Media verstoorden de zoektocht’

Anne Faber

Er kwam kritiek op de verslaggeving rondom de zaak-Anne Faber. Is de politie belemmerd in haar zoektocht? Zijn de media te ver gegaan?

Bloemen in de buurt van de vindplaats van het lichaam van Anne Faber in Zeewolde. Foto ANP/BAS CZERWINSKI

Bij een grote mediazaak maakt politiewoordvoerder Bernhard Jens een scan van een plaats delict. Hoe kan de omgeving het beste afgeschermd worden, zodat onderzoek niet door media of omstanders verstoord gaat worden? Zo deed hij dat vorige week donderdag ook, in Zeewolde, rondom de plek die een dag eerder door verdachte Michael P. was aangewezen als plek waar Anne Faber moest worden gezocht. Met politielint en blauwe hekken werd een zoekgebied afgezet.

Om 12 uur diezelfde dag stijgt er in Lelystad een helikopter op, aan boord een fotograaf van persbureau ANP. Zijn opdracht: ‘de zoekplaats in beeld te brengen’. Om 13.15 uur staan de eerste foto’s online, waarop te zien is hoe forensisch medewerkers in witte pakken omhoogkijken.

De foto’s verschijnen op sites als NOS.nl, en op de voorpagina’s van De Telegraaf, Trouw en ook op die van NRC. Ze zorgen voor discussie. Een dag na publicatie sprak Trouw-ombudsman Adri Vermaat over „onfatsoenlijke journalistiek”. „De politie zoekt daar naar een mens. Dit soort berichtgeving raakt de ethiek van ons vak, de privacy van betrokkenen, en belemmerde de opsporing van Faber.”

De inzet van een helikopter was niet de enige verslaggeving waar commentaar op kwam. Op sociale media wordt sinds de vermissing van Anne Faber gediscussieerd over de berichtgeving. Zo deed RTV Utrecht live verslag van het dreggen in de vijver bij Huis ter Heide, waar de fiets van Faber was aangetroffen. De Telegraaf stuurde een pushbericht uit dat er een lichaam ‘bij zoektocht naar Anne Faber’ was gevonden – en trok dat bericht een paar minuten later weer in.

Verstoord

Is de politie door alle media-aandacht belemmerd in haar zoektocht? Zijn de media te ver gegaan?

De opsporing werd door de media-momenten niet belemmerd, zegt Jens, maar verstoord. „We moesten dingen anders doen omdat er een helikopter boven hing. Op de foto die vanuit de ANP-helikopter werd gemaakt, staat een tafel waarop bewijsmateriaal had kunnen liggen. Dat moest nu naar een afgedekte plek worden verplaatst, zodat het niet gefotografeerd kon worden. Dat is de reden dat we tegen de media hebben gezegd: stop ermee.”

We moesten dingen anders doen omdat er een helikopter boven hing

Op de plaats-delict-foto die de kranten haalde, stonden geen dingen die het onderzoek in gevaar brengen, zegt de politiewoordvoerder. „Maar jij en ik weten niet wat voor foto’s er nog meer gemaakt zijn, en waar die zijn.” Er zijn foto’s niet gepubliceerd omdat ANP „niet goed kon inschatten wat erop te zien was”, mailt de hoofdredactie van ANP. „Niet-gepubliceerde foto’s worden altijd verwijderd.”

Om het onderzoek af te schermen laat de politie het luchtruim soms sluiten. Dat gebeurde in 2013, toen de lichamen van de broertjes Ruben (9) en Julian (7) na een publieke zoektocht werden gevonden. Jens: „De vindplek was bijna niet af te dekken, in een sloot, half in het water. Daar kon je niet met goed fatsoen een normale tent overheen zetten.”

Maar dat was vorige week niet het geval. Het lichaam van Faber werd op een ‘verdekte plek’ gevonden, zegt de politiewoordvoerder. „Ik wist: die kunnen ze niet een-twee-drie zien.”

Mediahype

Behalve verstorend kunnen media ook bevorderend werken. De selfie die Anne Faber vlak voor haar verdwijning maakte, stond bij velen op het netvlies. Burgers hielpen mee zoeken, deelden online hun eigen theorieën over de verdwijning. Jens zegt dat de politie de burgerparticipatie „omarmde”. „Mensen kwamen met hele goede dingen.” De media-aandacht werd dan ook zorgvuldig georkestreerd. Jens: „In Zeewolde hebben we een plek gecreëerd waar goede plaatjes geschoten konden worden, met witte pakken ook.”

„De media voorzagen in de informatiebehoefte”, schreef journalistenvakblad Villamedia, „maar dat ging soms te ver en ook gruwelijk fout.”

Waarom doen de media dit eigenlijk? Waarom gaan ze zo ver? Mark Deuze, hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam noemt de Faber-zaak een klassieke mediahype. Nieuwsfeiten, berichten en reacties volgen elkaar in zo’n hoog tempo op dat er geen houden meer aan is. „Een medium kan niet meer zeggen dat ze rustig aan doen. Als er een gebeurtenis is waardoor we massaal naar de journalistiek kijken, wil je ook de bestemming zijn voor dat publiek.”