Opinie

Dance brengt juist mensen samen

NRC-dance-verslaggever schaamt zich voor een vergelijking op de Achterpagina (14/10) tussen de vormgeving van danceraves en die van NSDAP-partijdagen. „Dance brengt nu juist zonder retoriek mensen uit allerlei lagen samen.”

DJ Tiesto tijdens ADE (2016) in de Ziggo Dome. Foto Paul Bergen / ANP

Afgelopen dinsdag was de opening van Amsterdam Dance Event (ADE) in dancewinkel Mary Go Wild. Daar predikte Chuck Roberts – dominee, dj en producer uit Chicago – luidkeels en met trillende stem de grondbeginselen van dance zoals hij die ooit zo mooi in het nummer ‘My House’ (1987) heeft verwoord:

‘You may be black, / you may be white, / you may be Jew or Gentile. / It don’t make a difference / in our house.’

Luisterend naar die woorden, schaamde ik me weer kapot over de pijnlijk misplaatste vergelijking die redacteur Bernard Hulsman in NRC maakte, de krant waarvoor ik over dance schrijf. Hulsman vergeleek ‘de standaard’ lichtshows op technofeesten met de lichtarchitectuur op NSDAP-bijeenkomsten. Zoals nazi’s Hitler – staand op een uitbouw – verheerlijkten, zo zouden danceliefhebbers de dj – ook staand op een verhoging – verheerlijken. Sluitstuk van deze ‘redenering’ was dat Faithless het nummer ‘God is a dj’ heeft gemaakt.

Bernard, ga een avondje mee naar ADE. Lichtshows zijn er lang niet altijd, in clubs staat de dj regelmatig vrijwel gelijkvloers. Bovendien geldt: voor ieder nummer dat een dj verheerlijkt, zijn er genoeg over de essentie van dance: verbinding, liefde, eenheid. Niet voor niets was dat de slogan van Amerikaanse ravers uit de jaren negentig: Peace Love Unity Respect.

Neem ‘Luv Dancin’ of ‘My House’ dus, met de woorden van Chuck Roberts. Het heeft iets statigs, iets plechtigs, zoals de Malcolm X van de dance trillend en galmend de woorden uitspreekt.

Maar ook als je niets met gospel of religie hebt, herken je dit vast wel: je staat op een dansvloer. Op het moment dat de dj een plaat start die je raakt, knijp je je hand dicht, bijt je op je lip, doe je je ogen even dicht en dan weer open om vervolgens iemand aan te kijken die precies hetzelfde ervaart. En dan lach je misschien, een beetje verlegen. Omdat je voelt: hij of zij keek even recht bij mij naar binnen. Je draait je weg omdat we niet meer gewend zijn om ons kwetsbaar op te stellen, om te glimlachen naar een vreemde, om buiten onze eigen sociale cirkels te bewegen. Maar in de nacht lukt dat wel.

En dat is nou juist het mooie aan dance. Het brengt mensen uit allerlei lagen samen zonder dat daar religie of retoriek voor nodig is (laat staan retoriek die aanzet tot rassenhaat). Op de dansvloer ontstaan relaties en vriendschappen enkel op basis van een gedeelde (muzikale) ervaring. Het moment waarop je synchroon muziek produceert of ervaart zorgt ervoor dat je je verbonden voelt en dat maakt gelukkig. Dat blijkt niet alleen uit tal van anekdotes, maar ook uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam.

Nazi’s zouden dance in de ban doen

Techno en house zijn bovendien laagdrempelig. De meeste teksten zijn niet meer dan fragmenten. Er zijn geen ingewikkelde refreinen en de inhoud kan niet verkeerd vallen door cultuurverschillen of taalbarrières. Je moet ook wel een heel beroerde danser zijn wil je een vierkwartsmaat niet kunnen volgen. Body Music, zo wordt techno ook wel genoemd. De tribale snelle ritmes werken niet alleen hypnotiserend, maar zetten ook aan tot bewegen. Het is functionele muziek die je letterlijk dichter tot elkaar brengt.

Diversiteit zit ook in het DNA van dance. In Chicago ontstond house in de Warehouse, een club waar overwegend homoseksuele donkere mannen kwamen. Dj Sprinkles vertelde me ooit hoe club Sally II in New York een plek was waar prostituees, transseksuelen en AIDS-activisten samenkwamen om de ellende van zich af te dansen. Minderheden kregen een stem door eigen dj-helden op de dansvloer – van het meer militante zwarte techno-collectief Underground Resistance uit Detroit tot een dj als Tony Humphries, vanavond te horen in Disco Dolly, die in Zanzibar in New York medeverantwoordelijk was voor de ontwikkeling van house uit disco.

Bovendien merkt muziekjournalist en Mary Go Wild-auteur Gert van Veen terecht op Facebook op dat dance door de nazi’s „onmiddellijk in de ban zou zijn gedaan als entartete Kunst of entartete Musik – ontspoorde kunst, die daarom verboden werd. Alleen al omdat de muziek (net als door de nazi’s gehate jazz) voortkomt uit de zwarte Amerikaanse muziektraditie (dat was al fout) en dan ook nog eens ontstond in de gay-scene van het clubleven in Chicago.”

God is geen dj. De dj is eerder een dominee. Die zijn er in veel verschillende soorten maar hebben een ding gemeen: ze streven naar verbroedering.

Het artikel van Bernard Hulsman: