Recensie

Govert Flinck en Ferdinand Bol uit Rembrandts schaduw

Twee Amsterdamse musea presenteren een prachtig overzicht van het werk van Govert Flinck en Ferdinand Bol, Rembrandts belangrijkste leerlingen.

Govert Flinck, Zelfportret Wallraf-Richartz-Museum & Fondation Corboud, WRM

De zeventiende-eeuwse Amsterdamse schilders Govert Flinck en Ferdinand Bol waren tegen het einde van hun leven succesvolle, achtenswaardige heren. Bol (1616-1680) kon het zich veroorloven op 53-jarige leeftijd te gaan rentenieren in zijn monumentale pand aan de Keizersgracht, waar nu Museum Van Loon is gevestigd. Flinck (1615-1660) kreeg in november 1659 de eervolle en lucratieve opdracht tot het schilderen van twaalf historische voorstellingen voor de galerij van het Amsterdamse stadhuis op de Dam. Als zijn onverwachte overlijden twee maanden later hem niet had verhinderd de opdracht te voltooien, had hij daarvoor het toentertijd immense bedrag van 1.000 gulden per schilderij ontvangen.

Aan de basis van de glansrijke carrières van de twee schilders lag een leertijd in het atelier van niemand minder dan Rembrandt (1606-1669). Hoewel ze hun leermeester in aanzien en populariteit zouden overtreffen, hebben deze belangrijkste leerlingen van Rembrandt lang in zijn schaduw gestaan. Rembrandts faam groeide vooral in de loop van de achttiende en negentiende eeuw tot zulke grote hoogten dat er weinig plaats meer was voor zijn entourage. Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw ontstond een hernieuwde belangstelling voor schilders als Flinck en Bol.

Daarop voortbouwend hebben twee Amsterdamse musea de handen ineengeslagen om een groot overzicht te presenteren. Aan de hand van zo’n zestig schilderijen en vijftig tekeningen en prenten, illustreert het Rembrandthuis de leertijd van de kunstenaars en het Amsterdam Museum hun zelfstandige activiteit. Hoewel de bijbehorende publicatie veel meer werken bespreekt dan er in de exposities te zien zijn, geven die een prachtig beeld van de oeuvres, aan de hand van soms recent gerestaureerde schilderijen, en vaak weinig bekende werken uit privé-collecties. Twee zelfportretten van elk van beide schilders zijn weer teruggevonden nadat ze decennia spoorloos waren, en een portret door Bol van Cornelis Tromp was tot dusverre zelfs geheel onbekend.

Ferdinand Bol, Zelfportret, ca. 1647. Particuliere collectie U.S.A.

Dat anderhalf meter hoge schilderij, een los geschilderd kniestuk van de zeeheld in harnas die letterlijk de handen uit de mouwen heeft gestoken, lijkt een resultaat van Tromps rivaliteit jegens Michiel de Ruyter. In 1667 had Bol een vergelijkbaar officieel portret van de Zeeuwse admiraal geschilderd en blijkbaar boden de twee zeebonken ook in artistieke zin tegen elkaar op.

Leeftijdgenoten

De behandeling van Bol en Flinck in deze exposities heeft iets paradoxaals. Beoogd wordt de twee schilders, bijna precieze leeftijdgenoten en in ongeveer dezelfde tijd leerlingen van een en dezelfde meester, elk op hun eigen merites te beoordelen. Dat wil dus zeggen los van Rembrandt, maar ook los van elkaar.

Daarvoor is ook alle aanleiding. Govert Flinck was geboren in het Duitse Kleef, was opgeleid in Leeuwarden en kwam in 1634 onder Rembrandt te werken in het atelier van kunsthandelaar Hendrick van Uylenburgh. Toen Rembrandt daar in 1635 vertrok, nam Flinck de leiding over. Flincks vroege werken zijn gemaakt naar het voorbeeld van zijn meester, maar ze verraden ook al snel het vermogen op een flexibele manier van stijl te veranderen en zo aan de eisen van uiteenlopende clientèle te voldoen.

Ferdinand Bol, Jongensportret van Fredrick Sluijsken, 1652. Londen, The National Gallery

Door directe kopieën te maken naar werken van Rembrandt kreeg Flinck, net als later Bol, de kneepjes van het vak in de vingers. Maar een schitterende tronie van een jonge man met halsberg (een soort metalen kraag) toont iets van de zelfverzekerde bravoure die ook veel van zijn latere werk zou kenmerken. Met zijn lippen iets van elkaar onder een parmantig omhoog krullende snor, lijkt de man met zijn rode baret en grote witte pluim ons verwachtingsvol aan te kijken.

Net iets later dan Flinck kwam Ferdinand Bol, vanuit Dordrecht, naar Amsterdam. Vanaf 1636 werkte hij een jaar of vier in Rembrandts atelier. Ook hij schilderde werken van de meester na: van een kopie naar Rembrandts zwierig geklede ‘Vaandeldrager’ uit 1636 kan zelfs niet eens met zekerheid worden vastgesteld of die van de hand is van Flinck of Bol. Anders dan zijn kompaan bleef Bol het voorbeeld van Rembrandt langer en consistenter volgen. Een voorbeeld is zijn grote portret van een vrouw die abusievelijk maar algemeen bekendstaat onder de naam ‘Elisabeth Bas’. Niet voor niets werd de beeltenis van een matrone op leeftijd met molensteenkraag op een met bont afgezette zwarte mantel lange tijd toegeschreven aan Rembrandt.

Gladder

Pas in de jaren 1650 treden er grote veranderingen op in de stijl van Bol, als hij kleuriger en gladder afgewerkte schilderijen gaat maken. Daarvan getuigt het meer dan levensgrote portret van een achtjarige jongen ten voeten uit, poserend als miniatuurvolwassene met de hand aan een roemer wijn die op tafel staat.

Govert Flinck, Schets Salomon, 1658. Amsterdam, Paleis op de Dam.

Onlangs is, in het tv-programma Kunstraadsels met hoogleraar kunstgeschiedenis Frans Grijzenhout, van dit portret komen vast te staan dat het Frederick Sluijsken voorstelt. Diens vader was ongetwijfeld goed bekend met Bols schoonvader, die net als vader Sluijsken wijnkoper was en woonde aan dezelfde Amsterdamse gracht. Deze familierelaties geven een interessant inkijkje in de manier waarop Ferdinand Bol door middel van een netwerk in de betere kringen aan zijn opdrachten kwam. Bij Flinck was het zijn doopsgezinde achtergrond die hem verzekerde van opdrachten.

Bol en Flinck brachten elk een leertijd door in Rembrandts atelier. Maar ze waren er achtereenvolgens, dus hun loopbanen hebben elkaar daar net niet geraakt. Elk pikte het nodige op van het voorbeeld van de meester. En elk week er op zijn eigen manier weer van af, al was het maar om tegemoet te komen aan de nieuwe classicistische smaak. De samenhang in het werk van Bol en Flinck bestaat uit die veelzijdigheid.

In Museum Van Loon wordt een deel getoond van de collectie van de kunstenaar, t/m 8 jan. Het Koninklijk Paleis Amsterdam organiseert in de weekeinden rondleidingen langs de werken van Bol en Flinck.