Elf plannen voor een nieuw Europa langs de meetlat

EU-top

Europa sleept zich van crisis naar crisis. Leiders van de EU-lidstaten praten donderdag en vrijdag over een unie met toekomst. Waar liggen de problemen en mogelijkheden? Elf thema’s.

Jean-Claude Juncker spreekt het Europees Parlement toe. Foto Jean-Francois Badias/AP

Visie? Daarmee ga je „naar de oogarts”, zegt premier Mark Rutte steevast als iemand zich waagt aan Europese vergezichten. Dat ambitieuze gesleutel aan die EU – bah!

Toch is dat waar de EU nu voor staat. Sinds de verkiezing van Emmanuel Macron tot Franse president wordt er driftig gesleuteld aan ‘project Europa’. In maart gaf de Europese Commissie een voorzet, door vijf mogelijke toekomstvisies te bundelen in een ‘witboek’. Maar Macrons wervelwind aan ideeën heeft het proces naar het meest relevante politieke niveau in Europa getild: dat van de EU-leiders. Op hun herfsttop donderdag en vrijdag sleutelen zij verder.

Hoe moet het verder met de EU? En welke mogelijkheden zijn er? We leggen het je in vier minuten uit in deze video:

De urgentie is hoog, na alle houtje-touwtjeoplossingen waarmee de laatste tien jaar alle crises – van euro- tot vluchtelingencrisis – werden bedwongen. Het werkte, voor even. Maar de EU mist daadkracht om structureel de uitdagingen het hoofd te bieden. Daarvoor is nieuw beleid nodig, met een mandaat van de leiders die verder durven kijken dan hun regeerperiode in eigen land. En daarvoor is ook en vooral het vertrouwen nodig van de Europese burger.

In zijn jaarlijkse septembertoespraak, de State of the Union, gaf Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker zijn kijk op de zaak. Twee weken later presenteerde Macron zijn ‘EU 2.0’-plannen. De een – Juncker de topambtenaar – wat terughoudend. De ander – Macron de bezieler – grenzeloos ambitieus. Maar hun boodschap klonk identiek: de EU moet op de schop.

Want er is veel dat de Europese burger uit balans heeft gebracht: sociale onzekerheid in een ruige wereldeconomie, oorlog aan de buitengrenzen, honderdduizenden migranten die aankloppen, klimaatverslechtering en energietekorten. En wat de burger daarbij in groeiende mate furieus maakt, is het uitblijven van een antwoord op de vraag: welke invloed heb ík er nog op?

Tijdens hun top in Estland eind vorige maand spraken de regeringsleiders af dat hun voorzitter, Europees ‘president’ Donald Tusk, alle ideeën op nut en realisme inventariseert en samenvoegt in een ‘leidersagenda’. In de weken erna kwamen ze één voor één – ook Rutte – met een lijstje wensen en bezwaren naar Tusks hoofdkantoor in Brussel. Dinsdagavond maakte de Pool bekend dat hij tot de Europese verkiezingen van 2019 maar liefst twaalf thematische toppen wil organiseren, en dat elke top idealiter tot doorbraken in vastgeroeste dossiers moet leiden.

Aan de vooravond van de EU-top dook NRC alvast de Europese keuken in, op zoek naar wat er stinkt en rot, en naar wat er veelbelovend staat te pruttelen op het vuur.

Naar een gezamenlijke defensie

Visie

Een Europese ‘interventiemacht’, zoals Macron het noemt, met eigen middelen uit een Europees Defensiefonds. EU-landen moeten samen militaire inkopen doen en gezamenlijk investeren in het militair-industriële apparaat. Tegelijk nauwere samenwerking tussen de bestaande militaire EU-capaciteit – onder verantwoordelijkheid van de Europese ‘diplomatieke dienst’ EEAS – en de NAVO.

Waarom?

De meeste Europese landen hebben hun defensie laten „verslonzen”, klagen topmilitairen al jaren. Kijk maar naar het ongeval in Mali waarbij Nederlandse militairen omkwamen en dat Defensieminister Jeanine Hennis de kop kostte. Slechts een paar landen halen de NAVO-norm om 2 procent van het nationaal inkomen te besteden aan defensie. Het Europees defensieprobleem is acuut sinds de Russische inname van de Krim. Staat de NAVO klaar als meer misgaat in Europa’s achtertuin? Nee, waarschuwde de Amerikaanse president Trump vorig jaar. Ook de aanstaande Brexit is een wake-up call: daarmee verlaat een van Europa’s grootste militaire mogendheden de EU.

Haalbaar?

Samen een leger opbouwen – gaat dat gebeuren? „Het was nog nooit zo in beweging als nu”, zegt Sven Biscop, defensie-expert van denktank Egmontinstituut. De doorbraak was het Frans-Duitse besluit om structureel samen te werken bij bijvoorbeeld de bouw van gevechtsvliegtuigen door Europese militaire bedrijven. Na de Brexit is Frankrijk de enige echte militaire mogendheid. Duitsland is rijk, maar sinds de Tweede Wereldoorlog militair terughoudend. De druk op Duitsland om uit die historische ‘schuldkramp’ te schieten neemt toe. Naast Frankrijk en Duitsland tekenden ook Spanje, Italië, Tsjechië, Finland, België en Nederland de ‘Permanente Gestructureerde Samenwerking’ (PESCO, in EU-jargon) over defensie-integratie. De grootste weerstand tegen een Europees leger komt uit Oost-Europa, waar landen vanouds meer vertrouwen hebben in de ‘Amerikaanse’ NAVO dan in de EU.

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert treedt af.Foto David van Dam

Handelsverdragen, maar niet tegen elke prijs

Visie

Meer handelsverdragen, waarbij de Europese Commissie de onderhandelaar blijft namens de lidstaten. Onderhandelingen moeten transparanter en Europese milieu- en sociale normen worden gewaarborgd, belooft de Commissie. De Franse president Macron pleit voor een Europese ‘handelsadvocaat’ die moet controleren of concurrenten, vooral in voor de EU strategische cruciale sectoren, zich aan de EU-regels houden.

Waarom?

Handelsverdragen zijn voor de EU een belangrijke bron van economische groei. Tegelijk is er vaak grote publieke onrust over. Tegenstanders van TTIP (het verdrag met de VS) en CETA (het verdrag met Canada) vinden dat alleen grote bedrijven profiteren van de verdragen. Groot pijnpunt: de extra arbitragemogelijkheden die bedrijven via handelsverdragen krijgen, buiten de gewone rechtsgang om. Vorig jaar kwam het Waalse regio-parlement tegen CETA in opstand en ging pas overstag na toezeggingen dat het akkoord niet leidt tot banenverlies in de Waalse landbouw en verlaging van milieu- en arbeidsnormen.

Haalbaar?

Na de Waalse kwestie: wachten op de volgende clash? Met de komst van Donald – ‘America First’ – Trump staat TTIP in de ijskast. „Zeer vervelend,” zegt Europarlementariër Marietje Schaake (D66). Dan maar met China in zee? „China ons nieuwe vriendje noemen is ongepast”, vindt Schaake. „China is een land van censuur en machtspolitiek waar Europese investeerders niet gelijk worden behandeld.” Zij ziet liever een ambitieuze Commissie die „moderne, nieuwe” handelsafspraken maakt zoals volgens haar nu gebeurt met Canada, Japan en Mexico.

Protesten tegen CETA en TTIP. Foto Jacek Turczyk/EPA

Meer cyberveiligheid, minder naïviteit

Visie

Voorstel van de Commissie is installatie van een Europees agentschap voor cyberveiligheid. Om alle lidstaten te overtuigen, wordt verwezen naar Estland dat doelwit was van een grote, waarschijnlijk Russische, cyberaanval. Dit land stalde in Luxemburg een backup van cruciale informatie, zodat de digitale overheid bij een calamiteit kan blijven functioneren. Estland neemt het thema serieus. Nu de rest nog.

Waarom?

Probleem is dat niet elk land cybermisdaad als een acute bedreiging ziet. Intussen is de open, interne Europese markt een ‘feest’ voor cybercriminelen. Cybercrime kost alleen al het Nederlandse midden- en kleinbedrijf jaarlijks 1 miljard euro, berekende onlangs adviesbureau Deloitte. Cyberaanvallen nemen „alarmerend snel” toe, zegt Sico van der Meer, cyber-expert bij denktank Clingendael. „Nederland profileert zich graag als kenniseconomie, maar wat ben je nog waard als al die kennis wegsijpelt door cyberinbraken?”

Haalbaar?

Opofferen van privacy voor meer veiligheid ligt in sommige landen gevoeliger dan in andere. „Maar we kunnen ons in heel Europa geen enkele naïviteit meer veroorloven”, vindt Van der Meer. „De kwetsbaarheid zit overal. Je kunt nu zelfs het vlees op de wifi-barbecue van de buurman laten aanbranden.” Cyberveiligheidsexperts waarschuwen: je hebt bedrijven die gehackt worden en bedrijven die niet weten dat ze gehackt worden. „Industriële geheimen verdwijnen al op grote schaal naar China.” Bedrijven en burgers verplichten om te investeren in cyberveiligheid „moet Europa-breed” want de ketting is zo sterk als de zwakste schakel.” Maar net als bij euro- en vluchtelingencrisis is er een ‘Pearl Harbor’-moment nodig eer regeringsleiders overstag gaan, vreest Van der Meer. „Tót Cyber-Pearl Harbor zich aandient, zullen landen met een kleine digitale economie op de rem staan.”

Meer solidariteit bij klimaat en energie

Visie

De ambitie is groot: schonere energie (40 procent minder CO2-uitstoot in 2030) in een eengemaakte ‘Energie Unie’. Gestreefd wordt naar meer ‘interconnectiviteit’: door de landelijke energiemarkten op elkaar aan te sluiten, ontstaat een efficiëntere Europese energievoorziening. Het moet Europa, voor 30 procent van haar energie-import afhankelijk van Rusland, ook een steviger geopolitieke positie opleveren.

Waarom?

Het basisprobleem is dat klimaatbeleid Europees is, en energiebeleid nationaal. Dat schuurt, getuige Nord Stream, de gaspijp tussen Rusland en Duitsland. Nord Stream laat Oost-Europa links liggen, waardoor landen daar transitopbrengsten mislopen en kwetsbaar worden voor Russische druk. Een geopolitieke clash met gevolgen voor het milieu, vreest Groen Links-europarlementariër Bas Eickhout. Om Polen, dat nog draait op vuile kolencentrales, te ‘ontkolen’ moet je het land onder druk zetten. ,,Maar als je Polen tegelijk dwingt om lijdzaam toe te zien hoe Duitsland met Polens aartsvijand Rusland in zee gaat, verlies je politiek krediet.”

Haalbaar?

Op weg naar duurzamere energie gaat het „nog flink botsen”, denkt Eickhout. Er is niet alleen een Oost-West-breuklijn, „het botst ook tussen Noord- en Zuid-Europa”. Neem Cyprus, dat zich in de eurocrisis moest onderwerpen aan de Noord-Europese begrotingsdiscipline. „Toen werden er plots gasvelden ontdekt voor de kust van Cyprus. Het zal moeilijk worden om het land te dwingen die gasvelden om milieuredenen ongemoeid te laten.” Maar de echte pan-Europese clash verwacht Eickhout als leiders beseffen dat terugdringen van CO2 een systeemverandering vergt. „Dat wordt een pijnlijk verdelingsvraagstuk.” Ierland, met een grote landbouwsector, wil boeren uit de wind houden. Duitsland zal de auto-industrie beschermen. „En zo zal elk land uitzonderingen bedingen. Regeringsleiders gaan elkaar in de haren vliegen.”

Een gaspijp in Duitsland.Foto Armin Weigel/EPA

Europa moet democratischer en begrijpelijker

Visie

Meer transparantie bij Europese besluitvorming, door (zegt Macron) een kleinere Europese Commissie, niet met 28, maar met 15 leden. Juncker wil zelfs bepaalde topposten binnen de EU samenvoegen, want een minder ingewikkelde EU is voor de burger een minder vijandige EU. De dialoog met die burger moet worden geïntensiveerd, middels ‘democratische conventies’, zoals Macron ze noemt. Hij pleit ook voor pan-Europese kieslijsten, wat stemmen op iemand uit een ander land mogelijk maakt.

Waarom?

Europese instellingen missen de politieke dynamiek en spanning die wel bestaat op nationaal niveau. Het Europees Parlement „zit klem”, schrijft Luuk van Middelaar in zijn boek De nieuwe politiek van Europa. Het is geen klassiek parlement dat een regering kan laten bungelen; Europa heeft geen regering. De Europese Commissie lijkt er een klein beetje op, maar heeft geen echte beslissingsmacht. Onvrede met de EU kan leiden tot de roep om meer macht voor EU-instellingen, maar net zo goed om minder „want die mensen vertegenwoordigen ons niet”.

Haalbaar?

Om van het Europarlement een echt parlement en van de Commissie een regering te maken, moeten regeringsleiders een stapje opzij doen. „Dat zal helaas niet snel gebeuren”, zegt Stefan Rummens, hoogleraar politieke filosofie aan de universiteit in Leuven. Met die behoudzucht voeden de regeringsleiders de euroscepsis. Rummens: „Want het parlement, als potentiële politieke speler namens de burger, blijft machteloos.” Daarvoor worden regeringsleiders bij verkiezingen thuis afgestraft door eurosceptische burgers. Een prisoner’s dilemma. Macrons pleidooi voor pan-Europese kieslijsten is volgens de hoogleraar een stap in de goede richting.

Demonstranten protesteren tegen de arbeidshervormingen in Frankrijk. Foto Jean-Philippe Ksiazek/AFP

Laat jongeren weer dromen

Visie

De jeugd moet gemobiliseerd worden, klinkt het. Juncker wil 340 miljoen euro steken in het Europese Solidariteitskorps, jonge vrijwilligers die bijvoorbeeld inzetbaar zijn na een aardbeving. Macron wil meer uitwisselingsprogramma’s, in navolging van het succesvolle Erasmus. De helft van de scholieren en studenten onder de 25 zou minstens zes maanden in een ander EU-land moeten doorbrengen.

Waarom?

De eurocrisis heeft jongeren in vooral Zuid-Europa hard geraakt. Volgens de laatste cijfers van Eurostat is de jeugdwerkloosheid in Spanje nog steeds ruim 44 procent, ondanks het economische herstel daar. Een verloren generatie dreigt. Daarnaast is er in Brussel het gevoel dat jongeren de EU te veel voor lief nemen. Zo liet de jeugd zich tijdens het Brexit-referendum in juni 2016 moeilijk mobiliseren, waardoor oudere Britten, met minder warme EU-gevoelens, de doorslag konden geven.

Haalbaar?

Waar gaat dit schuren? Junckers Solidariteitskorps stuit op de nodige argwaan. Zo is Nederland van mening dat het niet mag leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt of een verkapte vorm van (goedkope) arbeidsmigratie. Volgens Den Haag ligt de verantwoordelijkheid voor jeugdwerkgelegenheid en vrijwilligerswerk „voornamelijk bij de lidstaten”. Lidstaten staan nooit te juichen bij initiatieven die het Europa-gevoel moeten vergroten. Het voorstel van het Europees Parlement om elke 18-jarige gratis op Interrail te sturen, verzandde voor de zomer.

Polen aan het werk in de kassen van Looije. Het werk wordt wellicht volgend jaar over genomen door Bulgaren en Roemenen.Foto David van Dam

Omarm die euro

Visie

Sinds de eurocrisis zijn grote hervormingen doorgevoerd om te voorkomen dat de belastingbetaler een volgende keer opnieuw opdraait voor omvallende banken. Zo kwam er Europees toezicht op banken, en een door banken zelf gevuld ‘resolutiefonds’ om de liquidatie van probleembanken te bekostigen. Macron wil nu doorpakken en het economisch bestuur binnen de eurozone stroomlijnen. „Het Europa dat we kennen is te zwak, te langzaam, te ineffectief.” Hij wil een hervormde eurozone met een minister van Financiën, een aparte begroting (gefinancierd met Europese belastingen) en een eigen parlement. Maar deze nieuwe structuren zouden volgens critici de soms al moeilijk te overbruggen kloof tussen landen met en zonder de Europese munt onnodig vergroten.

Waarom?

Europa heeft een gemeenschappelijke munt, maar het economisch bestuur loopt langs nationale lijnen. In theorie waakt de Commissie over begrotingsdiscipline, in de praktijk heeft zij geen macht om die af te dwingen. Het Franse begrotingstekort zit al sinds 2009 ‘straffeloos’ boven de EU-norm. De eurocrisis maakte pijnlijk duidelijk dat het met 19 eurolanden aan tafel moeilijk schakelen is. De Europese Centrale Bank (ECB) is hierdoor in een ongemakkelijke hoofdrol geduwd, en stut de eurozone door maandelijks voor 60 miljard euro staatsobligaties op te kopen. Nog een punt van zorg: het democratisch toezicht in de eurozone. Wie controleert de Eurogroep, het gremium van ministers van Financiën uit eurolanden dat in de afgelopen jaren zware beslissingen nam, bijvoorbeeld over Griekenland? Het Europees Parlement heeft er formeel niets over te zeggen.

Haalbaar?

Deze discussie over de eurozone wordt explosief. Zo staat Nederland nu al vol op de rem. Rutte vindt het prima als de voorzitter van de Eurogroep de titel ‘minister’ krijgt, maar als dat betekent dat deze „een eigen begroting etcetera [krijgt], dan zijn wij tegen”, zei de premier vorige week tegen de Kamer. Bevoegdheden aan Europa overdragen is wat Rutte betreft niet aan de orde, landen op hun eigen verantwoordelijkheid wijzen des te meer, bijvoorbeeld door het recht op Europese middelen te „koppelen aan de vraag of landen ook daadwerkelijk hun economieën hervormen” en zich aan de Europese begrotingsnormen houden. Ook Duitsland zit doorgaans meer op die lijn. Tegelijkertijd zal Berlijn meer geneigd zijn Macron tegemoet te komen als dit de al jaren haperende Duits-Franse motor weer op gang kan brengen en de EU nieuw zelfvertrouwen kan geven.

Iemand die op straat leeft in Griekenland. Foto Orestis Panagiotou/EPA

Een minder asociale EU

Visie

Is er behoefte aan een Europese arbeidsinspectie, die de regels voor grensoverschrijdende arbeid en detachering kan controleren en afdwingen? Wel wat Juncker betreft. Hij wil ook dat er in november tijdens een speciale top in het Zweedse Gothenburg een ‘Europese pijler van sociale rechten’ wordt aangenomen. De EU zou verder moeten nadenken over sociale schokdempers, noodfondsen waarmee in tijden van extreme crisis een minimum aan sociale bescherming in stand gehouden kan worden.

Waarom?

De sociale dimensie van de EU is jaren verwaarloosd. Tijdens de eurocrisis lag de focus sterk op hervormingen in de financiële sector (bankenunie) en snoeihard bezuinigen, niet op voorkomen van sociale schade. Bovendien zorgt het vrije verkeer voor problemen: Oost-Europese landen zien jong talent vertrekken, West-Europese landen klagen dat arbeidsmigratie hun sociale orde verstoort. Door Europese regels voor detachering is het aantrekkelijk geworden goedkopere werkers te ‘importeren’ uit landen waar de sociale afdrachten aanzienlijk lager liggen. Vaak is zelfs sprake van regelrechte uitbuiting. De sociale verschillen tussen oost en west en noord en zuid zijn te groot en door de eurocrisis alleen maar gegroeid. Wat uiteindelijk op het spel staat, is de muntunie zelf. Die kan niet overleven zonder draagvlak.

Haalbaar?

Sociaal beleid is in principe een nationale competentie. Rutte benadrukte daarom onlangs dat de ‘sociale pijler’ „een niet-bindende, politieke verklaring” is die niet mag leiden tot overdracht van bevoegdheden aan Brussel. Oost-Europese landen voelen zich bedreigd door de West-Europese wens om Europese detacheringsregels aan te scherpen. Zij zien hierin een verkapte poging tot protectionisme, die hun burgers een kans ontneemt om te concurreren met het enige wat ze vaak bezitten: hun handen.

Meer fiscale rechtvaardigheid

Visie

Belastingharmonisatie is het buzzword, en Duitsland en Frankrijk moeten het voortouw nemen. Binnen vier jaar moet de berekening van bedrijfswinsten zijn gelijkgetrokken in beide landen. Macron wil dat landen die te veel op belasting concurreren, ten nadele van andere landen, op Europese middelen gekort moeten worden. Ook moet er veel meer gebeuren om multinationals eerlijk belasting te laten betalen. Juncker wil bovendien af van de unanimiteitsregel die nu geldt bij belastingzaken. Landen zouden hierover met (gekwalificeerde) meerderheden besluiten moeten kunnen nemen.

Waarom?

Altijd zijn er wel een paar landen die echte vooruitgang in dit dossier blokkeren. De situatie is des te nijpender geworden door de opkomst van grote internetbedrijven (Google, Apple), die door de ongrijpbare aard van hun digitale waar landen op belastinggebied tegen elkaar uit kunnen spelen. In de toekomst moet het leidende principe zijn dat belasting daar wordt betaald waar omzet en winst ook daadwerkelijk zijn behaald.

Haalbaar?

Over belastingen zijn landen de baas en dat blijven ze liever ook. Tegelijk is meer harmonisatie onvermijdelijk: door belastingontwijking lopen EU-landen jaarlijks 50 à 70 miljard euro mis. Ook door de talrijke affaires (LuxLeaks, Panama Papers) is nu de druk om te handelen groot. Het momentum is wel heel breekbaar: door het aanstaande Britse vertrek uit de EU lijkt een nieuwe ‘belastingwedloop’ begonnen, waarbij landen zo aantrekkelijk mogelijk proberen te zijn voor bedrijven die vertrek uit Londen overwegen. Ook de nieuwe Nederlandse regering is voornemens de vennootschapsbelasting te verlagen, naar 21 procent.

Migranten in een vluchtelingenkamp op Lesbos.Foto Alkis Konstantinidis/Reuters

Meer regie over migratie

Visie

Macron, die harmonisatie van asielbeleid bepleit, wil een nieuw Europees Asielbureau. Er bestaat al een asielagentschap (EASO), maar dat beperkt zich tot bijstand van lidstaten bij het uitvoeren van hun eigen asielbeleid. Het nieuwe asielbureau zou vergaande bevoegdheden krijgen en regisseur worden van een Europees asielbeleid. Ook de Commissie opperde dit al, in 2016. Zij wil meer aandacht voor legale migratiekanalen, niet alleen voor oorlogsvluchtelingen, maar ook voor economische migranten, als daar in Europa behoefte aan is. Macron vindt dat er voor de integratie van vluchtelingen EU-middelen moeten worden vrijgemaakt.

Waarom?

Als het om migratie gaat, is de EU een waterbed: een beslissing in het ene land, bijvoorbeeld om de grenzen te sluiten of juist extra migranten op te nemen, heeft door de regels van het vrije verkeer meteen gevolgen in een ander land. In de hele unie geldt de Dublin-regel: een migrant blijft altijd ‘gekoppeld’ aan het eerste aankomstland. Dat leidt ertoe dat landen in de ‘frontlinie’ onevenredig veel verantwoordelijkheid toebedeeld krijgen. Plannen om de taken eerlijker te verdelen, bijvoorbeeld door herhuisvesting (‘relocatie’), hebben nooit goed gewerkt. Landen hebben vaak ook uiteenlopende asielregels, wat ‘asielshoppen’ in de hand zou werken. Meer coördinatie ligt dus voor de hand.

Haalbaar?

Eensgezindheid heerst over betere coördinatie op asielgebied tussen EU-landen, een strenger terugkeerbeleid en meer samenwerking met landen van herkomst, met name in Afrika. Over de invulling lopen de meningen sterk uiteen. Oost-Europese landen zien weinig in een asielbeleid waarover ze zelf geen absolute controle meer hebben. Nederland hamert meer op het belang van een effectief terugkeerbeleid en opvang in de regio. Merkel ziet in extra legale migratie een belangrijke manier om mensensmokkelaars het gras voor de voeten weg te maaien. Iets wat in de plannen van Macron weer van ondergeschikt belang lijkt. De chaotische situatie in Libië, waar geen centraal gezag is en migranten onder vreselijke omstandigheden in detentiecentra zitten, maakt veel EU-plannen bij voorbaat moeilijk uitvoerbaar.

Vol de digitale revolutie in

Visie

Juncker pleit voor een nieuw industrieel beleid rondom de digitale economie. Macron wil binnen twee jaar nieuwe gemeenschappelijke fondsen creëren om innovatief onderzoek te stimuleren, bijvoorbeeld op het gebied van kunstmatige intelligentie, onder de hoede van een Europees ‘agentschap voor baanbrekende innovatie’.

Waarom?

Omdat nu China en de Verenigde Staten de toon zetten in de technologische revolutie. Ooit maakte telefoonmaker Nokia de dienst uit, nu zijn de grootste ICT-bedrijven ter wereld allesbehalve Europees. In menig opzicht bestaat de EU nog steeds uit 28 verschillende webwerelden: internetwinkels en streaming-diensten zijn geografisch begrensd. Volgens de Commissie laat de EU jaarlijks 415 miljard euro aan extra inkomen liggen door al deze barrières.

Haalbaar?

Nationale belangen botsen met Europese. Zo stelt de Commissie voor om de verdeling van telecomfrequenties meer te coördineren ten behoeve van een Europese, grensoverschrijdende telecommarkt. Maar landen zijn daar niet van gediend, omdat ze veel geld verdienen met frequenties veilen. Juncker klaagde onlangs dat slechts 6 wetsvoorstellen zijn aangenomen van de 24 die de Europese Commissie sinds 2014 in het digitale economie-dossier heeft gedaan.

Lees ook: De EU mag wel wat harder rennen, vindt e-Estonia. Over Estland dat vergevorderd is met digitalisering. Als roulerend EU-voorzitter wil het andere EU-landen aansporen digitaal vaardig te worden.