Culturele instellingen schieten tekort bij verantwoorden beleid

Culturele instellingen

Het Stedelijk Museum is zeker niet de enige culturele instelling die haar beleid matig verantwoordt. Dat blijkt uit recent onderzoek.

Kantoor op het dak van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Foto Koen van Weel/ANP

Niet alleen het opstappen van Beatrix Ruf als directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam was dinsdag opmerkelijk. Zeker zo opzienbarend is het feit dat de raad van toezicht opdracht geeft voor twee onafhankelijke onderzoeken naar de manier waarop het Stedelijk de afgelopen jaren is geleid.

Ruf stapte op vanwege „speculaties in de media” die „impact kunnen hebben op de reputatie van het museum”, stelde het Stedelijk in een persverklaring. Door de onderzoeken maakt de nieuwe voorzitter van de raad van toezicht, Ferdinand Grapperhaus, duidelijk die ‘speculaties’ (waarmee wordt gedoeld op een reeks van onderzoeksverhalen in NRC) zeer serieus te nemen.

Lees hier meer over de nevenactiviteiten van Beatrix Ruf

Het eerste onderzoek, door een expert die eind deze week wordt aangewezen, betreft de verhouding tussen Ruf en de raad van toezicht. Het tweede onderzoek, door hoogleraar arbeidsrecht Jaap van Slooten, richt zich op Rufs beloning, en dan vooral op de vraag of de Wet normering topinkomens (maximaal 181.000 euro per jaar) is nageleefd. Mocht Ruf met haar nevenactiviteiten net zoveel verdienen als zij bij het Stedelijk met haar voltijdsbaan verdiende (zeker 437.000 euro in 2015)?

De afgelopen weken kwamen Ruf en het Stedelijk diverse malen in opspraak. Onder meer door nevenactiviteiten van de artistiek directeur die onvermeld bleven in het jaarverslag, waaronder haar bv. Ook wekte het museum de schijn van belangenverstrengeling door geen verantwoording af te leggen over bruiklenen aan het museum door leden van de raad van toezicht en door zakelijke relaties van Ruf.

Lees hier een portret van de Duitse Beatrix Ruf

Het Stedelijk is zeker niet de enige culturele instelling die de principes van goed bestuur gebrekkig toepast. Drie jaar na de invoering van de Governance Code Cultuur blijkt het volgens een recent onderzoek van de Stichting Cultuur+Ondernemen bij veel meer instellingen matig te zijn gesteld met de transparantie.

De stichting, die verantwoordelijk is voor het opstellen en bewaken van de code, heeft honderd culturele instellingen onderzocht. In Onderzoek Governance Code Cultuur 2017 wordt geconcludeerd dat veel instellingen tekortschieten als het gaat om het transparant verantwoorden van hun beleid. Vooral de geringe aandacht voor het ‘risicomanagement’ wordt zorgelijk genoemd.

„Directeuren van culturele instellingen zoeken meer risico’s op, zeker nu ze meer eigen inkomsten moeten binnenhalen”, zegt Jo Houben, directeur van Cultuur+Ondernemen. Een raad van toezicht moet dan voor tegenwicht zorgen. Houben: „Die moet controleren hoe gevaarlijk het beleid van directeuren kan zijn voor de instelling, juist in het belang van andere belanghebbenden en financiers. De onderzoekers zullen nu de vraag moeten beantwoorden of dat bij het Stedelijk goed is gegaan.”

Ook moeten die onderzoekers beoordelen of het Stedelijk het ‘Pas Toe of Leg Uit’-principe wel goed heeft toegepast bij afwijkingen van de code, vooral bij besluiten over mogelijke belangenverstrengeling. „Als de schijn van belangenverstrengeling kan ontstaan, moet je goed en expliciet uitleggen waarom een besluit in het belang van de instelling is genomen.” Elke afwijking van de norm moet je apart toelichten, zegt Houben. „Iedere keer weer.”

Bijklussen

Alexander Ribbink, de toenmalige voorzitter van de raad van toezicht van het Stedelijk, heeft in 2014 bij de aanstelling van Ruf afspraken met haar gemaakt over nevenactiviteiten. Dat schreef de huidige voorzitter Grapperhaus vorige week in een brief aan NRC.

Bij de huisadvocaat van het museum heeft Ribbink over de afspraken met Ruf destijds advies ingewonnen. Uit het te houden onderzoek moet blijken of toen ook is afgesproken of de bv buiten de jaarverslagen van het Stedelijk zou blijven. En ook of er afspraken zijn gemaakte over de hoogte van haar bijverdiensten. Aan hoogleraar Van Slooten wordt de vraag gesteld of cultureel bestuurders naast hun salaris wel zoveel mogen bijverdienen dat zij ruim boven het wettelijk maximum uitkomen.

Is Ruf de enige directeur van een culturele instelling die stevig bijklust? Daar lijkt het wel op. Een kleine steekproef van NRC onder directeuren van twaalf grote kunstmusea leert dat Ruf de enige is die met een eigen bedrijf staat geregistreerd bij de Kamer van Koophandel.

Reageren? onderzoek@nrc.nl