Asielzoekers zullen vaker in beroep gaan

Asielbeleid

Hulpverleners zijn teleurgesteld over de plannen van het nieuwe kabinet voor asielzoekers: „spijkerhard” en „supermaf”.

Malek (blauw) (6) en Dania (roze) (5) zijn afkomstig uit Syrie, Aleppo en wonen in Zoetermeer. Remco Koers

Een ruimer kinderpardon komt er niet en Mina Emad William (bijna 19 jaar) vindt dat een gemiste kans. Zelf wachtte hij 16 jaar op het kinderpardon. Het tekende zijn jeugd en die van zijn vier jaar jongere zusje. „Elke dag die onzekerheid. Zouden we morgen nog wel gewoon in Den Haag wonen en naar school gaan? De onzekerheid is niet voor te stellen, als je het niet hebt meegemaakt.”

Kinderen die in Nederland zijn opgegroeid, naar school gaan, vriendjes hebben, na jaren terugsturen naar een land dat ze niet kennen. Het levert regelmatig ophef op: recentelijk nog met de Armeense kinderen Howick en Lili, die achterbleven omdat ze uit logeren waren terwijl hun moeder naar Armenië werd gestuurd.

Een verruiming van het kinderpardon kwam er toch niet. De angst is groot dat ouders hun verblijf extra gaan rekken als hun kind een ticket tot Nederlanderschap zou kunnen zijn.

„Het Nederlanderschap is iets om trots op te zijn en wat je moet verdienen”, staat in het regeerakkoord van Rutte III. Een zin die het inburgeringsbeleid van de afgelopen jaren mooi samenvat. De meeste maatregelen gaan nóg een stapje verder. De vraag is hoe haalbaar dat is voor de brede groep vluchtelingen die Nederland binnenkomt.

‘Afweren en uitsluiten’

Spijkerhard noemde Dorine Manson, directeur van Vluchtelingenwerk Nederland, de plannen rond migratie en integratie in een persbericht. „Het ademt één en al afweren en uitsluiten. Het kabinet heeft vertrouwen in de toekomst, maar dit regeerakkoord biedt vluchtelingen geen vertrouwen in hún toekomst.”

Mensen die met vluchtelingen werken, zoals vrijwilligers en beroepskrachten in de wijken, verbazen zich het meest over voorzieningen en begeleiding die vluchtelingen met een verblijfsstatus gedurende twee jaar „in natura” zouden ontvangen. Dit komt in plaats van een bijstandsuitkering. Voor boodschappen en kleding krijgen ze „leefgeld”.

De vraag is of het juridisch mag. In een opiniestuk in NRC wezen Tamar de Waal en Nanda Oudejans erop dat op basis van internationaal en Europees recht vluchtelingen dezelfde sociale zekerheid moeten krijgen als burgers van het land waar ze verblijven.

Ook in de praktijk is het een slecht plan, vindt Paul Bergmans uit Rotterdam, die al sinds 1980 betrokken is bij de opvang en inburgering van asielzoekers en vluchtelingen en verschillende beleidswijzingen heeft meegemaakt. „Je stelt mensen onder curatele. Je doet net alsof ze handelingsonbekwaam zijn, als kinderen. Blijf jij maar zitten, wij regelen het voor jou. Dat lijkt me psychologisch gezien geen goede boodschap voor nieuwe burgers.”

Het klopt, zegt Bergmans, dat veel mensen de eerste één of twee jaar hulp nodig hebben om hun leven op te bouwen. En hij zal de laatste zijn om te zeggen dat dat niet wat eenvoudiger moet. De formulieren die ze op juiste wijze moeten invullen en de regelingen waar ze nét wel of nét niet in vallen, zijn voor geboren Nederlanders vaak al een jungle. Laat staan voor mensen die uit een ander land komen.

Bergmans helpt vluchtelingen met een verblijfsstatus, samen met een groep vrijwilligers, bij het vluchtelingenspreekuur van de Open Hofkerk in Rotterdam-Ommoord. „Na twee jaar kunnen ze het meestal zelf, of hebben ze een buurvrouw of een goed opgeleide landgenoot gevonden die hen helpt.” Met het nieuwe regeerakkoord begint het pas na twee jaar en ben alles bij elkaar je vier jaar met ze bezig, denkt hij.

Ook het afschaffen van de rechtsbijstand voor vluchtelingen stuit op bezwaren. Sinds 2010 is de asielprocedure kort: acht dagen, na een korte rustperiode. „Die was gewenst en die werkt behoorlijk goed”, zegt universitair docent migratierecht Marcelle Reneman van de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Maar de advocaat die de net gearriveerde asielzoeker bijstaat, is dan wel essentieel.” Die advocaat adviseert maar probeert de cliënt ook op zijn gemak te stellen en een vertrouwensband op te bouwen. Veel mensen zijn getraumatiseerd, durven niet te praten over de dingen die ze hebben meegemaakt. Maar het is juist essentieel dat ze in die korte periode meteen alles op tafel leggen.”

„Supermaffe maatregel”, vindt dan ook Theo Miltenburg van het Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt. „Goed advies is goud waard in de asielprocedure.” Hij maakt regelmatig mee dat vluchtelingen zo gewend zijn hun homoseksualiteit verborgen te houden, dat ze die niet aan de IND durven melden. Of ze behoren tot een vervolgde christelijke minderheid, en durven dat niet te zeggen. „Terwijl dat juist redenen zijn voor asiel.”

Lees onze reportage uit een taalcafé met onder meer Syriërs: ‘Gelden deze plannen ook voor ons?’

Als een asielzoeker niet mag blijven en in beroep gaat, heeft hij wél recht op een advocaat. Reneman verwacht dan ook meer druk op de beroepsprocedure omdat mensen dan met het hele asielverhaal of nieuw bewijs komen. „Ik begrijp deze maatregel niet”, zegt ze. „Je kunt verwachten dat het voor iedereen nadelig uitpakt.”

‘Opvang tot sint-juttemis’

Uitgeprocedeerden moeten sneller terug naar het land van herkomst, staat in het regeerakkoord. Het is precies die groep die Miltenburg bijstaat. Je zult hem niet horen zeggen dat uitgeprocedeerden in Nederland moeten blijven. Hij weet als geen ander hoe uitzichtloos zo’n bestaan is. „Opvang tot sint-juttemis vind ik onwenselijk”, zegt hij. Hij en zijn collega’s bereiden dagelijks mensen voor op terugkeer. Hij weet hoe lastig dat is voor mensen die onder barre omstandigheden huis en haard hebben verlaten. En dat tijd om vrede te krijgen met het idee cruciaal is. „Maar er moet wel een vangnet zijn. Want niet iedereen kán of durft terug.”

Dat vangnet in de vorm van de veelbesproken bed-bad-broodregeling wordt versoberd tot acht locaties waar gemeenten uitgeprocedeerden naartoe kunnen verwijzen. De steun die ze daar krijgen, is tijdelijk. Als ze niet voldoende meewerken aan terugkeer, houdt het op. „En dan”, vraagt Miltenburg zich af. „Dan staan ze op straat. Gemeenten mogen ze niet langer opvangen. Dan krijg je een hoop extra daklozen.”

Mina Emad William is enorm blij dat hij een verblijfsvergunning heeft. Maar over de kinderen die nu in de situatie zitten waar hij in zit, is hij somber. „Ik had zo gehoopt dat er voor hen iets moois in het regeerakkoord had gestaan.”