‘Aangifte doen van seksueel geweld geeft weer controle’

Seksueel geweld

Slachtoffers van seksueel geweld voelen zich vaak schuldig. Hulp bij het doen van aangifte is hard nodig, zegt advocaat Korver.

Foto: ANP/ROBIN VAN LONKHUIJSEN

Het is moeilijk, zegt advocaat Richard Korver: aangifte doen van een zedenmisdrijf. Slachtoffers van seksueel geweld zijn geraakt in het meest intieme wat een mens heeft: de lichamelijke integriteit. „Ze zijn de controle over hun lichaam helemaal kwijt geweest”, vertelt Korver. „Ze voelen zich vaak hulpeloos én, hoe onterecht ook, schuldig.”

Aangifte doen van seksueel geweld bij de politie is een manier om die controle weer terug te krijgen. „Maar dan moeten slachtoffers wel over de gêne en het schuldgevoel heen kunnen en durven stappen”, aldus Korver, die mensen daarbij helpt. Hij staat als gespecialiseerd advocaat slachtoffers bij en is voorzitter van het Landelijk Advocaten Netwerk voor Geweld en Zedenslachtoffers.

Die hulp is volgens Korver echt nodig. „Ik heb laatst nog meegemaakt dat een rechter aan een 14-jarig slachtoffer van seksueel geweld vroeg: maar wilde je dit dan niet?” vertelt Korver verontwaardigd. „Daarom vind ik het goed dat slachtoffers zich nu via #metoo uitspreken. Het geeft kwetsbare mensen moed.”

Het aantal geregistreerde seksuele misdrijven is sinds 2010 langzaam gedaald, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Daar vallen aangiftes onder van aanranding en verkrachting maar ook ontuchtzaken, schennis van de eerbaarheid en het maken, bezitten en verspreiden van kinderporno. Het zijn zeer uiteenlopende vergrijpen waar ook uiteenlopende straffen op staan: van enkele maanden voor eerbaarheidsschennis tot 16 jaar voor verkrachting.

‘Cijfers zeggen niet alles’

Wat opvalt is dat het aantal geregistreerde gevallen van aanranding en verkrachting na het dieptepunt in 2014 met meer dan 20 procent is gestegen.

Maar cijfers zeggen niet alles, zegt Esther de Kruyf, leider van het team zedenzaken van de politie West-Brabant en Zeeland. De geregistreerde gevallen van seksueel geweld gaan om seksuele misdrijven. Veel norm-overschrijdend seksueel gedrag komt volgens De Kruyf niet bij de politie terecht. „Niet iedereen hanteert dezelfde norm en daarom is niet voor iedereen de overschrijding hetzelfde”, zegt De Kruyf. „Het ene slachtoffer haalt de schouders op na een betasting en de ander is er wekenlang door van slag.”

Ook De Kruyf vindt het goed dat slachtoffers zich onder #metoo uitspreken over seksueel norm-overschrijdend gedrag. Maar ze waarschuwt ook dat het strafrecht niet altijd het ultieme middel is om normen te handhaven. „Het is bij dit soort gedrag belangrijk dat mensen elkaar aanspreken op wat ze doen.” Dat gesprek hoort instantie thuis op de werkvloer, op school en aan de eettafel. De politie is er voor gepleegde seksuele misdrijven, vindt De Kruyf.

Met slachtoffers van seksueel geweld wordt altijd een informatief gesprek gevoerd voordat er kan worden overgegaan tot het doen van aangifte. Dat is onderdeel van een vast protocol „Dat doen we omdat we de slachtoffers optimaal willen informeren over de gevolgen van een aangifte.”

De Kruyf weet dat deze procedure soms als een ontmoediging ervaren wordt om aangifte te doen. „Ik kan me dat voorstellen maar onderzoek naar seksueel geweld kan heel confronterend zijn, bijvoorbeeld omdat de dader een familielid is of een goede bekende. We willen voorkomen dat slachtoffers achteraf zeggen: ik had het niet gedaan als ik dat geweten had. Ook willen we voorkomen dat er valse verwachtingen ontstaan over het doen van een aangifte. Zedenzaken zijn niet zelden moeilijk te bewijzen omdat er vaak geen getuigen zijn en de verhalen van dader en slachtoffer tegenover elkaar staan.”

Zedenzaken zijn niet zelden moeilijk te bewijzen omdat er vaak geen getuigen zijn

Die wachtperiode betekent volgens De Kruyf niet dat de politie geen onderzoek doet naar acute meldingen van bijvoorbeeld verkrachting. „Als we zo’n melding krijgen doen we meteen sporenonderzoek als het slachtoffer daarmee instemt.”

Voor dit onderzoek heeft inmiddels vrijwel iedere politieregio een Centrum Seksueel Geweld. Daar wordt forensisch onderzoek, medisch onderzoek en psychische begeleiding zo gecoördineerd dat een slachtoffer niet vaker dan nodig wordt onderzocht en zijn of haar verhaal maar één keer hoeft te vertellen. Daarnaast geldt voor alle zedenrechercheurs dat ze speciaal getraind zijn voor het afnemen van aangiftes en verhoren van slachtoffers.”

Richard Korver beaamt dat er sprake is van professionalisering bij de politie. „Het is heel belangrijk en goed dat slachtoffers serieus genomen worden.” De grootste vrees bij slachtoffers van seksueel geweld is dat ze niet worden geloofd en de zaak wordt geseponeerd of de verdachte wordt vrijgesproken. Vaak is dan de conclusie dat het slachtoffer wel zal hebben gelogen”, zegt Korver.

„Maar onvoldoende bewijs is natuurlijk iets heel anders dan een slachtoffer niet geloven. Juist in dit soort zaken moeten rechters dat goed uitleggen.”

Lees ook: Vrouwen delen massaal hun ervaringen met seksueel geweld en seksuele intimidatie. Voltrekt zich een nieuwe seksuele revolutie?