Onderwijs

Aan de nieuwe minister van Onderwijs,

Onderwijsblog Hoe beperken we uitval en burnout? Hoe maken we het beroep van leraar en de lessen aantrekkelijker? Advies van drie leraren.

Foto ANP/Piroschka van de Wouw

Gefeliciteerd met uw mooie nieuwe baan, de belangrijkste baan van Nederland. U staat vanaf vandaag aan het hoofd van 4.5 miljoen leerlingen en 260.000 leraren. Daar zijn wij er drie van. Helaas heeft u niet de állermooiste baan van Nederland, die hebben wij namelijk al. Als leraren in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs hebben wij immers het voorrecht om iedere dag met leerlingen bezig te zijn. Onderwijzen. Opvoeden. Vormen. Voorbereiden op een rol van vrije en verantwoordelijke wereldburgers.

Samen met het ministerie en de andere belanghebbenden hebben leraren de afgelopen decennia een bijdrage geleverd aan de constructie van een prachtig onderwijsstelsel. We scoren prima op alle OESO lijstjes en onze leerlingen behoren tot de gelukkigste kinderen van de wereld. Ook de luidruchtigste, maar dat is een ander verhaal. Artikel 23 uit de grondwet geeft ons de vrijheid om onze lessen zelf in te richten. U de randvoorwaarden, wij de inhoud. Hierdoor is het onderwijslandschap in Nederland diepgelaagd en geschilderd in een veelkleurig palet.

Als wij tot een beoordeling moeten komen dan zouden wij het onderwijs in Nederland met een 8 min belonen. Maar iedere leraar weet dat het leren stopt zodra er een cijfer gegeven wordt. Daarom geven wij liever gerichte feedback. Dus, wat kunnen wij samen doen om ons onderwijs nog beter te maken?

Simpel gezegd: biedt ons de voorwaarden waardoor wij kunnen doen wat we willen doen, namelijk de best mogelijke lessen geven aan onze leerlingen. Welke voorwaarden zijn dat volgens ons, per sector gezien?

Het basisonderwijs is de fundering van ons onderwijsstelsel. Het leren lezen, schrijven en rekenen begint hier. Daarnaast is het de plek waar je je eerste echte vriendjes maakt, je eigen mening leert vormen en je bewust wordt van de maatschappij buiten je eigen leefwereld. Het mogen lesgeven op een basisschool is een voorrecht en een belangrijke taak.
De afgelopen jaren zien we echter veel mensen uitvallen en weinig nieuwe mensen het onderwijs instromen. De redenen hiervoor zijn de veelal hoge werkdruk en het, in verhouding tot de markt en andere onderwijssectoren, lage salaris. Goed onderwijs valt of staat bij genoeg kwalitatief sterke leerkrachten, die ruimte krijgen om hun werk goed te kunnen doen. Als we de kwaliteit van ons prachtige onderwijs zo hoog willen houden als nu, zullen in de aankomende tijd alle zeilen bijgezet moeten worden om de uitval van de huidige leerkrachten te beperken en nieuwe leerkrachten te werven. Hierbij is creativiteit vereist, maar zijn investeringen ook nodig.

U mag dan wel 4,5 miljoen leerlingen onder uw hoede hebben, docenten in het VO hebben er ook best wat rondlopen. Gemiddeld 28 per klas, soms meer dan dertig. Dat noemen wij een plofklas. Bij een voltijd baan in het voortgezet onderwijs worden er gemiddeld 24 lesuren gegeven bij een voltijd baan. Daarmee geven Nederlandse leraren het meeste les van alle hoog-presterende onderwijslanden. Bij deze forse lestaak komen nog taakuren, zoals vergaderingen, surveillance en oudercontact. Het beantwoorden van e-mails zit daar niet eens bij. Daar hebben wij, net als u, bijna een dagtaak aan. Door deze factoren wordt het erg moeilijk om iedere week 24 sprankelende lessen te geven. Veel collega’s kiezen daarom voor het gemak van een methode, of vallen terug op routine. Als we ons onderwijs van goed naar geweldig willen brengen dan is het cruciaal dat de lesgevende taak teruggebracht wordt naar maximaal 20 lesuren per week. Dat is het Europees gemiddelde.

Het MBO, de afkorting klinkt kort en simpel maar met bijna 500.000 jongeren die dagelijks les volgen van niveau 1 tot en met 4 vraagt lesgeven het nodige van je als docent. Niet alleen omdat de studenten dagelijks leren voor een toekomstig vak maar ook omdat het jong-volwassenen zijn die levensvragen hebben en keuzes maken voor hun toekomst. Vraagstukken omtrent kansenongelijkheid, mantelzorg, liefde, armoede, (inter)nationale gebeurtenissen en spanningen in de samenleving worden in de klas besproken en vragen de nodige deskundigheid en teamwork. Wat het mbo nodig heeft, is dat we af moeten van het denken in lager en hoger. Ook moeten we een context bieden waarin jongeren zich waardevol kunnen voelen. Dit geldt ook voor de jongeren die soms “anders zijn”, deze hoeven niet altijd genormaliseerd te worden want ze zijn wellicht de ondernemers van de toekomst. De mbo-instellingen zijn geen leveranciers van het bedrijfsleven, wel een platform waarin ieder zich mag ontwikkelen tot een zelfstandig en kritisch denkend persoon.

Wij nodigen u uit in onze klaslokalen. Ervaar hoeveel plezier kinderen beleven door te leren rekenen en schrijven. Kom kijken hoe middelbare scholieren op allerlei manieren uitgedaagd worden om hun talenten tot ontplooiing te laten komen. Hoe MBO studenten tijdens de les omgaan met sociale vraagstukken en dit teruggeven aan opdrachtgevers. Spreek met leraren, met leerlingen, met ouders. Tip van ons: vergeet vooral de conciërge niet. U zult overal in het land dezelfde wens horen: biedt ons de voorwaarden waardoor wij kwaliteit kunnen leveren. Samen kunnen we ons onderwijs van goed naar geweldig brengen.

Thijs Roovers, PO Leraar basisschool en initiatiefnemer van PO in actie
Jasper Rijpma, VO Leraar geschiedenis en grote denkers VWO.
Laura Polder, MBO Leraar burgerschap en leraar Amsterdam 2016.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.