50 kilometer of verder van Den Haag? Eigen woning voor bewindspersoon

Handboek voor bewindspersonen

Tot nu had alleen de premier een ambtswoning. Dat verandert: volgens de nieuwe versie van het handboek voor bewindspersonen heeft ieder kabinetslid dat minstens 50 kilometer van het ministerie woont recht op een gemeubileerde woning.

Het Catshuis, de ambstwoning van premier Rutte. Foto Valerie Kuypers / ANP.

Ministers en staatssecretarissen in het derde kabinet Rutte krijgen straks een eigen woning ter beschikking. Dat blijkt uit de nieuwe versie van het Handboek voor Bewindspersonen, waarin de regels voor leden van het kabinet staan opgeschreven.

Bewindspersonen die op minstens vijftig kilometer van hun ministerie woonden, konden al een verhuisvergoeding krijgen, maar hebben straks ook recht op een gemeubileerde woning. Die moet zich volgens het Handboek op maximaal vijfentwintig kilometer van het departement bevinden. De kosten worden betaald door het ministerie. Hoe hoog die maximaal mogen zijn, staat niet in het Handboek.

Bijleveld en Slob in aanmerking

Van de nieuwe bewindspersonen die al bekend zijn, hebben Ank Bijleveld (CDA, Defensie) en Arie Slob (ChristenUnie, Onderwijs) recht op een ambtswoning. Zij wonen allebei in Overijssel.

Voorheen had alleen de minister-president recht op een ambtswoning; het Catshuis. Premier Rutte maakte daar geen gebruik van, net als veel van zijn voorgangers. De laatste premier die in het Catshuis woonde, was Dries van Agt, tussen 1977 en 1982.

Ook vrijer twitteren

Uit het nieuwe Handboek, in Den Haag beter bekend als „het blauwe boek”, blijkt ook dat bewindspersonen voortaan vrijer mogen twitteren. In de versie van 2013 stond nog dat sociale media voor „vorming van en voorlichting over” beleid, niet voor „persoonlijke profilering” mogen worden ingezet. Dat is in de nieuwste versie geschrapt.

Het Handboek voor Bewindspersonen wordt door het secretariaat van de ministerraad samengesteld en bevat regels en aanwijzingen voor ministers en staatssecretarissen. Zo staan er gedetailleerde regels in over het gebruik van dienstauto’s, het aanstellen van politiek adviseurs en het bezit van aandelen in bedrijven.