Tour 2018 niet ideaal voor Dumoulin

Tour de France

Weinig tijdritkilometers en heel veel klimwerk: de Tour de France van volgend jaar is niet ideaal voor Tom Dumoulin. „We waren vooraf positief, maar zitten nu met een vraagstuk.”

Tom Dumoulin tijdens het WK in Bergen vorige maand. Foto: Jerry Lampen/ANP

Tom Dumoulin lag ergens in de Rocky Mountains nog lekker te slapen toen dinsdag in het Palais des Congrès van Parijs het parcours van de 105de Tour de France werd gepresenteerd. Maar goed ook: de Tour van 2018 lijkt niet voor hem getekend, met maar één tijdrit over 31 kilometer en een iets langere voor de ploeg. Er moeten onderweg vooral veel cols bedwongen worden, 25 stuks in totaal (twee meer dan vorig jaar), en er zijn slechts drie aankomsten bergop. „Als Tom het parcours had mogen tekenen, had hij het vast niet zo gedaan”, reageert ploegmaat Laurens ten Dam.


En dat zit ’m vooral in die tijdritkilometers. Daar kan Dumoulin zijn slag slaan, zoals hij in mei dit jaar deed in de Ronde van Italië. In de tijdrit naar Montefalco (40 kilometer) zette hij de concurrentie op minuten, en in de laatste, vlakke race tegen de klok stelde hij zijn zege veilig. Ten Dam: „In die Giro zat zestig, zeventig kilometer individueel tijdrijden. Nu de helft. De Fransen hebben dit parcours getekend voor Bardet en Pinot, onofficieel natuurlijk.”

Maar of Dumoulin nu meedoet of niet, het team van parcoursbouwer Thierry Gouvenou heeft een bijzonder gevarieerd etappeschema samengesteld, eentje met op het oog meer ritme en spektakel dan in andere jaren. Overduidelijk is rekening gehouden met de kijkers, die de laatste edities steeds vaker wegzapten vanwege ellenlange en vaak oersaaie, vlakke etappes die pas tegen etenstijd interessant werden, of keken naar een Tour die vanaf begin tot eind door Team Sky en Chris Froome gedomineerd werd.

In week één kan er al van alles gebeuren, bijvoorbeeld bij de ploegentijdrit op maandag 9 juli, etappe drie, 35 kilometer lang. Niet ongunstig voor Dumoulin, vindt Ten Dam. Team Sunweb werd op het WK wielrennen in Bergen vorige maand wereldkampioen op dat onderdeel. „Op z’n zachtst uitgedrukt zijn we daar wel redelijk goed in.”

Verder gaat de wind in de eerste week een rol spelen, daar in de Vendée en in Bretagne. Het peloton kan op waaiers getrokken worden, een moment van onoplettendheid kan dan einde klassement betekenen. „In die eerste nerveuze dagen is Tom in het voordeel”, zegt Sunweb-ploegleider Aike Visbeek. „Hij kan zich goed positioneren in het peloton, en we hebben met Michael Matthews en Søren Kragh Andersen de nodige pk’s om hem te beschermen. Veel hangt af van het weer. Als het gaat regenen en waaien kunnen de verschillen in de minuten gaan lopen.”

Een absoluut hoogtepunt is etappe negen, een soort Parijs-Roubaix, met vijftien kasseienstroken en de finish in de beroemde Noord-Franse stad, niet op de wielerbaan maar er vlak naast. Voor de klassementsrenners hachelijk, want die ontberen de brute kracht die nodig is om hard over de kasseien te jakkeren. Voor hen wordt het alle hens aan dek om tijdverlies te voorkomen, zo vlak voor de eerste rustdag. Lars Boom zal hopen geselecteerd te worden: hij won een soortgelijke rit in de Tour van 2014.

Het peloton vliegt dan naar de Alpen voor een drieluik vol klimwerk, met in rit tien de finish in skioord Grand Bornand, voorafgegaan door twee kilometer aan onverharde wegen, en een dag later de finish bovenop La Rosière, nieuw in de Tour. Hoogtepunt in de Alpen is een monsterrit naar Alpe d’Huez, met drie cols van de buitencategorie. Allemaal niet ideaal voor Dumoulin, die tijd kan pakken op tijdritten en kortere beklimmingen, maar op dit terrein tot nog toe niet verder kwam dan uiterst succesvol verdedigen. De vraag is of hij deze winter een stap kan maken, een nog betere klimmer kan worden, met behoud van een steengoede tijdrit.

Na de Alpen scheert het parcours langs het Centraal Massief en gaat het gestaag richting de Pyreneeën. Etappe zeventien belooft een zelden vertoond spektakelstuk te worden: een rit van 65 kilometer tussen Bagnères-de-Luchon en Saint-Lary-Soulan, waarvan 38 kilometer bergop, meteen vanuit de start gaat het omhoog richting de Peyresourde en de finish ligt op de nieuwe Col de Portet. Ten Dam: „Ik heb zoiets één keer eerder meegemaakt, in de Giro van 2009. Dat was een etappe van 78 kilometer naar Blockhaus. Alles is anders in zo’n rit: je moet anders eten, want je start misschien pas rond drie uur, en uit het vertrek is het gelijk vol gas. Als ik toeschouwer was zou ik eens even lekker gaan zitten voor die etappe.”

Rit negentien is er alweer eentje voor de klimmers, met drie legendarische cols: de Aspin, de Tourmalet en de Aubisque, finish in het dal. Een dag later dan de enige individuele tijdrit van deze Tour de France: 31 heuvelachtige kilometers, nu en dan stijgingspercentages van 20 procent. Eindelijk terrein voor Dumoulin, maar dat komt waarschijnlijk te laat. Want „Tom pakt op zo’n tijdrit geen minuten meer op mannen als Chris Froome”, zegt Visbeek. „Vooraf waren we positief over deze Tour, maar nu is het een vraagstuk geworden.”

Op 29 november wordt het parcours van de Giro bekendgemaakt. Dan pas weet Dumoulin waar hij het kansrijkst is. Voorlopig is hij met vakantie.