The Big Chill als monument voor babyboomers

Achtergrond

Paula van der Oest liet zich bij ‘Kleine ijstijd’ inspireren door filmklassieker ‘The Big Chill’. De reüniefilm die uitgroeide tot de definitieve babyboomerfilm.

Reünie in The Big Chill: van links naar rechts: William Hurt, Tom Berenger, Jeff Goldblum, JoBeth Williams, Mary Kay Place. Op de achtergrond Kevin Kline.

De titel zegt het al: Paula van der Oest liet zich bij Kleine ijstijd inspireren door filmklassieker The Big Chill. Een voormalige rockband komt bijeen in een landhuis om de as van zanger Kas te verstrooien, die zelfmoord pleegde. Sarcastische vijftigers, door het leven geslagen.

Net zo’n reüniefilm als The Big Chill dus, al kan de Nederlandse cast zich uiteraard niet meten met het samengebalde charisma van Glenn Close, William Hurt, Jeff Goldblum, Kevin Kline en Tom Berenger. Kleine ijstijd wordt bevolkt door wat kluchtige types: new-agemuts, behoeftige matrone, kindman, penopauzeman. Maar het grootste verschil: het gaat niet langer over een bevlogen, utopische generatie die hun realitycheck krijgt, zoals in The Big Chill. In Kleine ijstijd raakt Generatie X op leeftijd. En die verwachtte toch al niet zoveel van het leven.

The Big Chill was een bescheiden hit in 1983, maar groeide daarna uit tot de definitieve babyboomerfilm. Zeven dertigers die als student met elkaar optrokken rond de ‘Summer of Love’ ontmoeten elkaar vijftien jaar na dato na de zelfmoord van hun vriend Alex, die nooit zijn draai vond. Wat kwam er terecht van hun aspiraties in de gure wind van het leven? Praatjesmaker Michael (Goldblum) werd geen literator, maar roddeljournalist, Sam (Berenger) ‘slechts’ een populaire actiester op tv. Nick (Hurt) is een impotente Vietnamveteraan die te veel drugs gebruikt, Harold en Sarah (Kline en Close) leiden een knus, welvarend burgermansbestaan, Karen werd een wrokkige huisvrouw, Meg heeft als alleenstaand zakenadvocaat haast om laatstekansmoeder te worden.

Ze zijn rijk, knap of succesvol, en toch heel erg teleurgesteld. Want waar bleef de zelfontplooiing? Hadden zij daar dan ook geen recht op? De vrienden van The Big Chill piekeren hoe The Age of Aquarius zomaar uit zicht verdween, en wat hun eigen materialisme en opportunisme daaraan bijdroeg. De nestwarmte is aanstekelijk: zie ze blowen, dineren, overspelen en dansen op hun jarenzestighitjes – de immens populaire soundtrack van The Big Chill leidde er in 1983 toe dat in de reclame coversongs en jingles plaatsmaakten voor originele popsongs met meer ‘gevoelswaarde’.

In The Big Chill zien we ex-hippies verrechtsen onder Ronald Reagan in het volste vertrouwen dat alles ze nog steeds toekomt omdat ze uniek zijn: open, eerlijk, liefdevol en idealistisch. Dat maakt The Big Chill als monument voor babyboomers zowel bemind als gehaat. Vaak een kwestie van leeftijd, want buiten hun eigen cohort zijn babyboomers minder populair. Pittig geformuleerd (in The Chicago Tribune): „Luide en veeleisende kinderen werden luide en veeleisende volwassenen en beloven straks luide en veeleisende bejaarden te worden.” Het is de generatie die leiders als Bill Clinton, Tony Blair en Donald Trump voortbracht.

Generatie X

In The Big Chill komt ook een Gen-X’er voor: de jonge Chloe. Zij is nuchter en realistisch, verlost tobbende veteraan Nick kordaat van zijn potentieproblemen door in aerobicpakje wijdbeens strekoefeningen te doen. Chloe past prima bij babyboomer-kerels, zegt ze. Die hebben te veel verwachtingen van het leven, zij te weinig.

Lage verwachtingen stellen nooit teleur: ook daarom is de desillusie van de Gen-X’ers in Paula van der Oests’ Kleine ijstijd lang niet zo schrijnend. Dat is de pathetiek van oudere mensen die liever nog jong waren – wie niet? – en afslagen gemist hebben.

Ook de millennials lijken niet erg vatbaar voor de met autofelicitatie doordrenkte nostalgie van babyboomers. Want ook zij hebben hun Big Chill: hommage About Alex (2014), waarin jonge dertigers samenkomen na een zelfmoordpoging van hun vriend Alex. „Dit lijkt wel zo’n film uit de jaren tachtig”, constateert iemand: voor alles is een popreferentie die onderstreept hoe weinig uniek men zich voelt. Laat staan dat ze veel waarde hechten aan jeugdige idealen. ‘Wat is er toch met ons gebeurd?’, de kernvraag van The Big Chill, wordt heel zakelijk beantwoord. ‘We werden serieus.’

Zo grappig én irritant als The Big Chill wordt zo’n filmreünie daarom nooit meer. Niemand begrijpt nog wat ‘selling out’ betekent.