Column

Rutte III: een kabinet dat links blij maakt

Het zal mijn leeftijd zijn, maar bij het regeerakkoord moest ik aan mr. G.B.J. Hiltermann denken. Hiltermann (1914-2000) was commentator buitenlandse politiek voor de AVRO. Elke zondagmiddag 13.00 uur gaf hij zijn visie. De toestand in de wereld heette zijn commentaar. Begin 1981 besprak hij de eerste begroting van de nieuwe Amerikaanse regering van president Ronald Reagan. De commentator en de president deelden een wereldbeeld: anticommunistisch, pro-defensie, wars van linkse modes en pro-ondernemers en minder overheid. Toch was Hiltermann verbijsterd. Deze conservatieve Republikeinse president verhoogde de defensie-uitgaven en gaf royale belastingverlagingen. Resultaat: een denderend begrotingstekort. Reagan maakte het tot afschuw van Hiltermann met zijn tekort nog bonter dan het verfoeide linkse kabinet-Den Uyl (1973-1977). Erger dan dat kon je het voor Hiltermann niet maken.

Hij stuitte op een nieuwe vorm van politiek waarin het vertrouwde links-rechtsschema faalde. Links stond in economisch opzicht voor: hogere belastingen, hogere sociale uitkeringen, meer overheidsuitgaven en dieper ingrijpen in de economie. Rechts stond voor belastingverlagingen, minder overheid, meer markt, minder regels. Links had nooit moeite met oplopende begrotingstekorten, rechts wel.

Met dit schema als meetlat is het Rutte III-kabinet van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie verrassend links. De uitgaven groeien harder dan de inkomsten, zodat het begrotingstekort oploopt. De werkgelegenheid bij de overheid groeit. De buitenlandse hulp stijgt markant. Het kabinet grijpt in het vrije ondernemerschap in met minimumtarieven voor specifieke zelfstandigen zonder personeel.

Maar rechts beleid is wel de basis, om te beginnen met de lastenverlichtingen voor burgers en bedrijven. Ook krijgt defensie extra geld. Werkenden gaan er in koopkracht meer op vooruit dan gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden. De hogere én de hogere middeninkomens profiteren het meest.

Per saldo voert het centrum-rechtse kabinet vanwege die uitgavengroei een links begrotingsbeleid. Dat zie je terug in het zogeheten houdbaarheidstekort. Dat tekort is een meting tot en met het jaar 2060 van de toekomst van de rijksfinanciën. Is het huidige beleid bestand tegen de toekomstige claims op hogere uitgaven, voor de vergrijzing en de zorg bijvoorbeeld. Rutte II bereikte een overschot, Rutte III maakt er weer een tekort van. Op lange termijn zal er een keer lastenverzwaring of uitgavenvermindering moeten komen om de financiën in het gareel te krijgen, zegt het CPB. Daarom vallen in het publieke debat woorden als ‘potverteren’. Volgende generaties worden opgezadeld met onze schulden.

Dat klinkt logisch, maar is maar de helft van het verhaal. De andere helft is: hoe verbetert het productieve vermogen van Nederland waarmee huidige én toekomstige generaties hun welvaart verdienen en hun schulden financieren? Dat schulden worden doorgegeven is niet uniek, maar juist de dagelijkse gang van zaken. Schulden én productief vermogen worden voortdurend doorgegeven van oude aan jonge generaties.

De samenleving moet zich op dit moment eerder afvragen of de overheid gezien de ultralage rente niet te wéínig schulden maakt. Waarom niet 10 miljard euro extra lenen en dat besteden aan versterking van ons productief vermogen (research, woningisolatie). Noem dat rendabel rechts. Of links.

Aan het houdbaarheidstekort van Rutte III zit ook nog een politieke dimensie. Het centrum-rechtse kabinet is soepel in de leer. De boekhoudsommen tot 2060 mogen best een tekort vertonen. Dat zal links als muziek in de oren klinken. Zij mogen in de toekomst hetzelfde doen.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie