Column

Pech

Afgelopen weekend was zo druk dat ik ervan moest bijkomen. Mijn hoofd bonkt nog makkelijk een half etmaal na van een feestje: van het geklets, van alle info die er op je werd afgevuurd. Het stomme is dat ik op dat soort avonden ook geen maat kan houden, ik praat met iedereen, op een zeker moment gaan de gesprekken door elkaar lopen, en de volgende dag word je wakker, dringt er opeens tot je door wat er allemaal is gezegd, en ontstaan er verbanden.

Vrijdagmiddag sprak ik een vriend die na een relatie van negen jaar weer single was. Ik vroeg hem waarom het uit was.

„Ik heb geen idee”, zei hij. „Ze hield ook nog steeds van me. Ze wist het zelf ook niet.”

„Maar er moet toch een aanleiding zijn geweest”, drong een kennis aan. De vriend tuurde in zijn cola, alsof het antwoord op de bodem van het glas lag.

„Nee. De ene dag dacht ik nog dat we samen oud zouden worden, de volgende dag sliep ik bij mijn moeder op de bank.”

Het feit dat een relatie ook gewoon zomaar voorbij kon zijn, zonder vreemdgaan, huiselijk geweld of beddendood was een schok voor de kennis. Later die avond sprak ik met een vriendin over haar kinderwens. Ze had begin dit jaar een miskraam gehad.

„Iedereen,” zei ze, „bleef maar vragen of het door stress kwam, of omdat ik had gesport, of iets verkeerds had gegeten. Het wilde er gewoon niet in dat je gewoon pech kan hebben.”

Bij een kennis werd twee jaar geleden een tumor in de longen gevonden. Waar ze destijds vooral moe van werd, waren niet eens de ziekte en de behandeling, maar vooral dat ze keer op keer aan mensen moest uitleggen dat ze nooit had gerookt. Ze dronk niet, at geen vlees en sportte drie keer per week. Niemand kon geloven dat je ook met een gezonde levensstijl ziek kon worden.

Ik kom veel leeftijdsgenoten tegen die denken dat alles altijd goed komt. Niet voor niets eindigen we mededelingen over wat tegenzit (de hypotheekmarkt, blessures, de peuterpuberteit) regelmatig met: ‘nou ja, komt wel goed’, om de pech te bezweren. We geloven nog steeds in de maakbaarheid van ons leven, waardoor we er niet mee om kunnen gaan als iets zomaar gebeurt.

Want we staan er maar liever niet bij stil dat pech soms een kwestie van pech is. We kunnen het ons gewoon niet permitteren om wakker te liggen, niet nu we nog zoveel plannen hebben, die verwezenlijkt zullen worden, omdat we geleerd hebben dat we grip hebben, en dat we daar recht op hebben.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.