Paul Poiret: mode-icoon en spil van de art deco

De Parijse couturier Paul Poiret was niet alleen een trendsetter in de mode, hij was ook een sleutelfiguur binnen de art deco. Een expo in Den Haag plaatst zijn werk in een brede context en omringt zijn mode met meubels, sieraden en schilderijen.

Gedecoreerd harem-pak van Poiret uit 1911, waarschijnlijk gedragen op een van zijn feesten.

De mode van Fransman Paul Poiret (1879-1944) leent zich uitstekend voor het soort modetentoonstelling waar het Gemeentemuseum in Den Haag bekend om staat. Je ziet de fraaie jurken uit het begin van de vorige eeuw zo voor je, met op de achtergrond uitvergrote foto’s van interieurs en straatbeelden uit dezelfde tijd en opstellingen met navolgers van deze trendsetter.

Paul Poiret introduceerde een Oriëntaalse stijl in de mode, hij bedacht de nauwe strompelrok, was de eerste ontwerper die mode verbond met parfum en staat bekend als de couturier die vrouwen bevrijdde van het korset (al was hij niet de enige die dat deed).

Schaamteloos decoratief

Verrassing: het Gemeentemuseum heeft het allemaal heel anders aangepakt dan je tevoren zou verwachten. Niet de invloed van Poiret op de mode staat centraal maar zijn positie binnen de art deco, de schaamteloos decoratieve stijlbeweging die rond 1910 ontstond en invloedrijk bleef tot 1939.

De naam art deco stamt uit de jaren zestig; kunstcriticus Bevis Hillier (1940) ontleende die aan de legendarische wereldtentoonstelling Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes, die in 1925 werd gehouden in Parijs. Daarvoor had de stroming andere namen, waaronder Style Poiret.

‘Chez Poiret’, cover van Les Modes, met ontwerpen van Paul Poiret, getekend door Georges Barbier, april 1912
Japon ontworpen door Jeanne Lanvin op de Exposition Internationale des Arts Décoratifs te Parijs, 1925. Foto door Man Ray, gepubliceerd in Vogue, 1925
Chez Poiret’, cover van Les Modes, met ontwerpen van Paul Links : Poiret, getekend door Georges Barbier, april 1912 .
Rechts: Japon ontworpen door Jeanne Lanvin op de Exposition Internationale des Arts Décoratifs te Parijs, 1925. Foto door Man Ray, gepubliceerd in Vogue, 1925

Uitbundige verkleedfeesten

Dat had Poiret niet alleen te danken aan het feit dat de art deco-stijl terugkwam in zijn kleurrijke, luxueuze, uitbundig gedecoreerde kleding. De ontwerper verzamelde ook een kring van vormgevers, kunstenaars en fotografen (onder wie Man Ray) om zich heen, die onder meer zijn stoffen en briefpapier ontwierpen en illustraties maakten. De voor die tijd gewaagd losse illustraties die Paul Iribe voor hem maakte, gelden zelfs als het begin van de art deco.

Poirets uitbundige verkleedfeesten inspireerden ook de Nederlandse schilder Kees van Dongen, die in Parijs woonde. Hij had een eigen warenhuizen genaamd ‘Martine’ (naar een van zijn dochters) waar onder meer ook meubels van Pierre Fauconnet werden verkocht, en hij kleedde Josephine Baker.

Armoedig einde

Poiret behield zijn sleutelpositie binnen de art deco en de mode tot midden jaren twintig. Daarna werd zijn mode ouderwets gevonden. In 1929 moest hij zijn huis sluiten, de laatste jaren van zijn leven bracht hij in armoede door.

Op de tentoonstelling wordt de kleding van (vooral) Poiret steeds samen getoond met beeldende en toegepaste kunst. Een feestelijk harempak staat naast een verkleedpak en een schilderij van Van Dongen, stoelen zijn bekleed met dezelfde stof met dessin van Dufy als waarvan een elegante jas met een bontkraag is gemaakt, een relatief sobere blauwe jurk wordt begeleid door een elegant krukje van dat wordt toegeschreven aan Iribe. Er is kunst van Mondriaan, Modigliani, Picasso en Brancusi, een theaterkostuum van Matisse, en er zijn sieraden en kleinoden van Cartier en covers van Vogue.

Art Deco Zaalfoto’s
Art Deco Zaalfoto’s

Optimistische sfeer

Een van de grote uitdagingen bij mode-tentoonstellingen is voelbaar maken wat voor impact kledingstukken hadden in de tijd dat ze werden gedragen, en in welke context ze werden ontworpen. Je kunt Art Deco Paris door de veelzijdige opzet nauwelijks nog echt bestempelen als mode-expositie, maar de verbinding tussen mode en context is hier in elk geval uitstekend gelukt: er hangt onmiskenbaar een sfeer van vernieuwing, optimisme en creativiteit in de zalen.