Nog meer Rohingya? Bangladesh zat al vol

Onder druk van de Birmese regering heeft de VN een rapport over 80.000 Rohingya-kinderen die honger leden teruggetrokken. Ondertussen vluchten Rohingya nog steeds massaal naar Bangladesh. Vóór die exodus vluchtten al 400.000 Rohingya naar het land.

Rohingya blijven in groten getale de rivier de Naf oversteken, op de grens tussen Birma en Bangladesh. Foto Fred Dufour/AFP

‘De mensen in Bangladesh zijn goed voor ons, hebben ons altijd geholpen. Er is niets slechts hier.” Nur Alam staat voor zijn huisje. Een écht huisje, vergeleken met de krakkemikkige hutjes in vluchtelingenkampen. Alams huisje heeft een stevig dak van vastgeschroefde golfplaten op een frame van bamboe, en muren die ook uit golfplaten zijn opgetrokken. Het heeft een keukentje en een toilet. Naar Nederlandse begrippen mag het dan nauwelijks de betiteling ‘huis’ waard zijn, hier in het zuiden van Bangladesh verhoogt het de kwaliteit van leven aanzienlijk.

Het is redelijk bestand tegen tropische stormen (cyclonen) die tijdens de moesson vanuit de Golf van Bengalen komen opzetten. En de vrouwen kunnen zich buiten het zicht van buren en voorbijgangers wassen en omkleden. „We hadden geluk hier terecht te kunnen”, zegt Alam.

Hij spreekt in vloeiend Bengaals, maar zijn moedertaal is Rohingya. Als tweejarige vluchtte hij met zijn ouders en oudere zus vanuit Birma naar Bangladesh. Dat was in 1990. Ook toen waren de islamitische Rohingya slachtoffer van een golf van geweld in het boeddhistische Birma.

Sinds 25 augustus zijn er volgens Human Rights Watch minstens 530.000 Rohingya uit Birma naar Bangladesh gevlucht. De cijfers zijn van begin deze week en er komen nog dagelijks vluchtelingen over de grens.

Verreweg de meeste Rohingya komen terecht in of rond de officiële vluchtelingenkampen. Sommigen vinden opvang bij familieleden die al eerder naar Bangladesh vluchtten.

Volgens WFP-directeur Beasely bevinden de 460.000 vluchtelingen in Bangladesh zich in een “uitermate treurige situatie”. De wereldvoedselorganisatie wil 75 miljoen dollar voor Rohingya.

Groepsverkrachtingen

De huidige uittocht kwam op gang door een militair offensief dat volgens de Birmese autoriteiten is gericht tegen gewapende Rohingya-strijders die aanvallen op politie- en legerposten uitvoerden. Volgens de vluchtelingen vallen militairen en boeddhistische milities echter dorpen aan. De huisjes worden in brand gestoken, de vluchtende bevolking wordt beschoten. Vrouwen vertellen aan hulpverleners verhalen over groepsverkrachtingen. Onderzoekers van Human Rights Watch spraken met overlevenden van een aanval op het Rohingya-dorp Maung Nu. Daarbij zouden tientallen mannen, vrouwen en kinderen van dichtbij zijn vermoord, met vuurwapens en kapmessen, door Birmese militairen.

Volgens Alam ging het leger net zo te werk in de tijd dat zijn ouders vluchtten. „Mijn ouders waren bang dat mijn vader gedood zou worden en mijn zus verkracht”, zegt Alam.

Daarna gebeurde het in 2006, en in 2012, en in 2016. Nu gebeurt het weer. Nur Alam nam de voorbije weken vijf gevluchte familieleden in zijn huisje op. Er kan niemand meer bij, en zijn geld is bijna op. „Andere familieleden leven nu buiten het vluchtelingenkamp Kutupalong. Hun situatie is heel slecht”, zegt hij.

Rohinya vluchteligen staan in de rij voor hulp in Cox’s Bazar. Foto Cathal McNaughton/Reuters

Tatmadaw

Voor de huidige exodus leefden in Bangladesh al tussen de drie- en vierhonderdduizend Rohingya die voor eerdere militaire acties vluchtten. Al vanaf de jaren vijftig vechten Birmese moslimstrijders tegen de boeddhistische autoriteiten en slaat de Tatmadaw, het Birmese leger, meedogenloos terug.

Alam wist zich aan de ellende van de vluchtelingenkampen te ontworstelen door hard te werken. Hij was onder meer riksja-fietser en visverkoper. Hij ziet het somber in voor de half miljoen nieuwe vluchtelingen. „Hoe moeten zij ooit werk vinden? Voor ons was dat al heel moeilijk. Wij waren met veel minder.”

Een volwaardig leven kan hij niet leiden in Bangladesh, hij heeft geen staatsburgerschap. In Birma werd dat de Rohingya onthouden. Bangladesh wil dat de Rohingya uiteindelijk allemaal terugkeren naar de staat die hen uitdreef, en weigert hen zelfs maar te erkennen als officiële vluchtelingen, wat hen zekere rechten in het land van opvang zou geven. De autoriteiten zijn inmiddels wel begonnen met het vastleggen van de biometrische gegevens van nieuwe vluchtelingen. Donderdag 5 oktober werd bekend dat elke Rohingya met een biometrisch identiteitsbewijs officieel een „verdreven Birmese burger” wordt – een status die geen rechten oplevert in Bangladesh.

Hoe moeten zij ooit werk vinden? Voor ons was dat al heel moeilijk.

Alam sloeg ook op de vlucht

Jaren geleden stak Nur Alam geregeld ’s nachts de grensrivier de Naf over. Soms over land, langs smalle oerwoudpaden – een veel langere weg, maar veiliger. Het brede water van de Naf is verraderlijk; verscheidene vluchtelingenbootjes zijn de laatste tijd vergaan, vaak met tientallen doden tot gevolg. Alam moest en zou terug naar zijn geboortedorp Khadibil in het district Maungdauw, want zijn ouders leerden hem dat dát zijn enige echte thuis was.

Het dorp bestaat niet meer, hoorde hij van zijn familieleden. Alle huizen zijn verwoest. „Nu kunnen we echt niet meer terug.” Hij lacht wat onzeker. „De situatie is hier beter. We hebben goed te eten.”

Lees ook deze reportage van NRC-correspondent Joeri Boom: Rohingya-vluchtelingen hebben geen water, geen eten, geen ouders