Leren programmeren met een gratis computer

Micro:bit op school

Op bijna vijfhonderd basisscholen leerden scholieren programmeren. „Ik wilde bioloog worden, maar nu wil ik misschien iets met games doen.”

474 scholen in Nederland kregen micro:bits cadeau, om te leren programmeren. Foto Peter Meijer, FutureNL

De spoken staan op tafel en de scholieren hebben al met confettipistolen geschoten. Hoewel er cameraploegen aanwezig zijn, voelde het vrijdag toch als een normale schooldag voor groep 7 en 8 van de Freinetschool in Delft. Na wekenlang in de klas te hebben geoefend met micro:bits, minicomputers waarmee je kunt leren programmeren, werken de leerlingen vandaag aan hun finaleproject. Ze zitten in groepjes bij automatiseringsbedrijf Prowareness in Delft, waar de ruimte is omgebouwd tot een klaslokaal. Het thema is ‘griezelen’ en de spoken, gemaakt van lakens en behanglijm, maken deel uit van hun eindcreaties.

Op hun laptop werken de scholieren met de eenvoudige programmeertaal JavaScript Blokeditor. Daarmee programmeren ze de micro:bits. Op die manier brengen ze hun zelfgemaakte spoken tot leven: ze kunnen er licht en tekst op laten verschijnen. En het spook geluid laten maken.

Gratis lesmateriaal

Basisschool Freinet is één van de 474 scholen in Nederland die twintig micro:bits cadeau hebben gekregen van Stichting FutureNL. De stichting maakt samen met de Technische Universiteit Delft gratis digitaal lesmateriaal en probeert zo basisschoolleerlingen te enthousiasmeren voor programmeren.

Vorig jaar hebben in het Verenigd Koninkrijk een miljoen scholieren een micro:bit van de Britse omroep BBC cadeau gekregen. „De micro:bit is heel makkelijk te gebruiken”, zegt webontwikkelaar Lukas van Driel, die de scholieren begeleidt. „We leren de kinderen in principe: als je een idee hebt, kun je dit werkelijkheid maken.”

Max (10) en Jappe (10) zijn bezig een tekst te programmeren op hun micro:bit. Op de buik van hun spook verschijnt de tekst: ‘Gruwelijk eng’. „Ik vind het superduperleuk om dit te doen”, zegt Max. Thuis zit hij ook vaak achter de computer: „Ik speel dan meestal Minecraft, op de tablet speel ik Clash Royale en op de Xbox speel ik FIFA. Ik wilde later danser of bioloog worden, maar misschien wil ik nu ook iets met games doen.”

Dagmar Ypenberg van FutureNL vindt dat „digitale geletterdheid” onderdeel zou moeten uitmaken van het curriculum in Nederland. Nu is dat nog niet het geval, in tegenstelling tot andere landen in West-Europa. „Nederlandse bedrijven die ICT’ers nodig hebben, en dat zijn bijna alle bedrijven, zitten met de handen in het haar.”

Digitale vaardigheden

In het regeerakkoord dat vorige week werd gepresenteerd, staat dat er meer geld komt voor digitale vaardigheden, zodat kinderen beter worden voorbereid op de arbeidsmarkt. Een goede stap, aangezien bedrijven computerdeskundigen nu vooral uit het buitenland halen, aldus Ypenberg. „Dit is ook de insteek van onze politieke lobby: de concurrentiepositie van Nederland komt in gevaar. Nu maken we er een vrolijk feestje van, maar het heeft wel een serieuze boodschap.”

Via een live videoverbinding kijken alle 474 scholen mee naar de finale in Delft, zodat „de kinderen het gevoel krijgen dat ze onderdeel zijn van een groot fenomeen”. De winnende school krijgt een workshop om kennis te maken met het programmeren van kleine robots.