Het kalifaat is zijn hoofdstad kwijt

Raqqa

Na een belegering van vier maanden is Islamitische Staat ook verslagen in Raqqa, de zelfverklaarde hoofdstad van het kalifaat.

Syrian Democratic Forces (SDF) vieren overwinning in Raqqa REUTERS/Erik De Castro

Mohamed Khebhr, 31, woonde in Raqqa toen de stad op 13 januari 2014 onder de voet werd gelopen door Islamitische Staat (IS). Hij schat dat hij met eigen ogen dertig tot veertig publieke executies heeft gezien, meestal op Midan al-Naim, het Paradijsplein, in het centrum van de stad.

„Vroeger was dat een prettige plek. Er was een gazon in het midden, waar families kwamen picknicken”, zegt Khebhr aan de telefoon vanuit Duitsland, waar hij nu woont. Hij herinnert zich een dag waarop vier mensen werden voorgeleid.

„IS beschuldigde hen van spionage. Ze zouden IS-gebouwen gefilmd hebben. IS heeft alle voorbijgangers en winkeliers gedwongen om te komen kijken. Dit is wat er gebeurt met spionnen, zeiden ze. Ze hebben hun een kogel door het hoofd geschoten.”

Bijna vier jaar later is de groepering die ooit dreigde Rome te veroveren een schaduw van zichzelf. Begin dit jaar werd de groep verdreven uit Mosul; deze maand verloor ze haar laatste grote bastion in Irak, Hawija.

Lees ook het achtergrondverhaal van redacteur Floris van Straaten: Raqqa is voor overlevenden de ‘slechtste plek op aarde’

In Raqqa hebben de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) dinsdag naar eigen zeggen het laatste IS-verzet gebroken. In het voetbalstadion, waar de resterende IS-strijders zich hadden verschanst, is de vlag geplant van de YPG, de extreem-linkse Koerdische militie die het gros van de SDF-troepen levert. Toch is het vandaag geen vrolijke dag voor Mohamed Khebhr.

„Natuurlijk zijn wij blij dat IS uit Raqqa is verdreven. Maar dit is geen bevrijding; het is een nieuwe bezetting. De YPG is net zo radicaal als IS. Daar waar IS vrouwen dwong om de nikab te dragen, dwingt de YPG hen de nikab af te leggen. Ze hebben veel mensen gearresteerd die valselijk beschuldigd worden van IS-lidmaatschap.”

Khebhr is de directeur van Sound-and-Pictures, verwant aan de bekende actiegroep Raqqa is Being Slaughtered Silently. Maandenlang voerde Khebhr in Raqqa, en later in Deir es-Zor, clandestien actie door anti-IS-pamfletten te verspreiden en tegen IS gerichte posters en graffiti aan te brengen op de muren van Raqqa. Tot IS op een dag bij hem thuis aanklopte.

„Ik dacht dat ze mij kwamen arresteren. Maar ze hadden een designer nodig. Ik heb onder dwang het logo gemaakt voor Al-Furhat, de media-arm van IS. Ze waren daar zo blij mee dat ze mij een baan, een huis en een auto aanboden. Ik heb drie dagen bedenktijd gevraagd en ben naar Turkije gevlucht.”

Burgerdoden

De strijd tegen IS heeft een hoge tol geëist. Het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten schat dat in de strijd om Raqqa 1.117 burgers zijn gedood. Volgens de internationale anti-IS-coalitie waren eind september 1.100 SDF-strijders gesneuveld rond Raqqa en Deir es-Zor. In Irak sneuvelden in de strijd om de stad Mosul alléén zo’n 1.700 Koerdische peshmerga en 1.400 regeringssoldaten.

De coalitie erkent dat bij luchtaanvallen in Irak en Syrië minstens 735 burgers zijn gedood. De actiegroep Airwars denkt dat het werkelijke aantal boven de vijfduizend ligt. Het aantal burgerdoden dat bij grondgevechten in Mosul en elders is omgekomen is nog onbekend, maar het loopt volgens Amnesty International zeker in de duizenden. Daar bovenop komen de slachtoffers van IS zelf: de duizenden Jezidi-mannen, de gekidnapte Jezidi-vrouwen, de slachtoffers van de aanslagen in Europa, sommige waarvan werden beraamd in Raqqa.

Toch denkt Khebhr niet dat we met de val van Raqqa het laatste hebben gehoord van IS.

„Veel IS-leiders zijn al lang geleden uit Raqqa gevlucht: eerst naar Deir es-Zor en vandaar naar Al-Mayadin en Al-Bukamal.”

Al-Bukamal, waar Khebhr is geboren, is een bijzondere stad, zegt hij. „Niet alleen ligt het pal op de grens met Irak maar het grenst ook aan de Iraakse regio waar de voorloper van IS, Al-Qaeda-in-Irak, jarenlang heeft standgehouden ondanks de aanwezigheid van een grote Amerikaanse troepenmacht. Ze kennen het terrein daar en ze hebben er veel lokale sympathisanten.”

De Iraakse analist Hisham al-Hashem deelt die mening. Hij schat dat IS in de aangrenzende Iraakse provincie Anbar nog op zo’n achtduizend jihadisten kan rekenen. Die kunnen verdwijnen ‘als zout in water’, terwijl ze een nieuwe opstand of nieuwe aanslagen plannen, aldus Al-Hashem in een gesprek met Reuters.

Bekijk ook onze video over hoe Islamitische Staat opstond en weer ondergaat: