Geen tekortkomingen, wel eigenaardigheden

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: de herdenking van de wiskundegigant Vladimir Voevodsky.
Illustratie Eliane Gerrits

‘Mijn vader was een vreemde man.” Zo begint de 17-jarige dochter van Vladimir Voevodsky haar toespraak bij zijn herdenkingsbijeenkomst. Voevodsky was een gigant in de wiskunde, die zich bezig hield met de meest abstracte vorm van meetkunde. Hij kreeg daarvoor de hoogste onderscheiding, de Fields-medaille. Vanuit de hele wereld zijn vandaag collega’s toegestroomd om hem te eren. „Wiskunde”, legt een van hen me uit, „is als bergbeklimmen. Slechts een enkeling weet de top te bereiken en biedt ons een nieuw vergezicht.”

Iemand haalt Einstein aan: „Het enige dat interfereerde met mijn leren, was mijn opleiding.” Voevodsky werd van elke school in Moskou gestuurd, maar kwam zonder diploma toch op Harvard. Als kind liet hij van alles ontploffen. Zijn ouders stimuleerden hem om de wetenschap achter de explosies te bestuderen. Wiskunde was voor hem een spirituele ervaring, net als de natuur. Volodja, zoals zijn vrienden hem noemen, leefde in de bossen van Princeton. Herten en eekhoorns liepen zijn huis in en uit. In de winter kon je hem zien zitten op de veranda, luisterend naar het vallen van de sneeuwvlokken.

Maat houden kon hij niet. Niet in zijn berekeningen, niet in de paddestoelen en de wodka die hij nodig had om zijn onrustige geest te bedaren. Hij werkte dag en nacht door om daarna in winterslaap te gaan, zoals zijn dochter dat noemde. Niemand durfde hem dan te storen. Vorige week werd hij vanuit zo’n diepe slaap niet meer wakker. Hij was pas 51 jaar. Terwijl we de blini’s met kaviaar en dikke plakken steur wegspoelen met mierikswortelwodka, bekijk ik zijn natuurfoto’s. Uren lag hij op het mos te wachten tot er iets gebeurde. Dat de mieren over hem heen krioelden, deerde hem niet. Een roodborstje trekt aan een glimmende worm. Een helgroene kikker maakt zich op voor een sprong. Kleine onverwachte bewegingen in een onbekende dimensie.

Vladimir was zowel een complex als eenvoudig mens. Kinderlijke dwaasheid paarde hij aan de diepste inzichten. Zijn dochter vergeeft het hem dat hij niet was als andere vaders. „Er zijn geen tekortkomingen, enkel eigenaardigheden”, haalt ze een Russische collega aan. „Vanochtend vroeg liep ik langs zijn huis”, vertelt een jeugdvriendin. „Op het raamkozijn zat een slang. Hij liet me heel dichtbij komen. Volodja is er nog.”

Zijn geest waart ook hier in de zaal rond. De wodka, de poëzie, de boswandelingen, de schurkenstreken, de tranen van de dochter. Hij hechtte geen waarde aan materiële zaken of politieke beschouwingen. De wiskunde bood hem de ultieme vrijheid zijn eigen pad af te lopen, weg van het asfalt, diep de bossen in. Dan declameert iemand vol gevoel, zoals alleen een Rus dat kan, Poesjkins gedicht Uit Pindemonte (hier in de vertaling van Hans Boland).

Neen, geen mens verantwoording verschuldigd zijn, alleen/ Je eigen hart volgen, onkreukbaar en zelfstandig,/ Geen rangen najagen, al lijkt dat nog zo handig,/ Maar ronddolen zoals jou het beste past,/ Soms door de wonderen van Gods natuur verrast,/ Soms door de scheppingen die ons de kunsten schenken/ En waarin wij de geest ontroerd en dankbaar drenken:/ Dat recht is pas geluk!...

Reacties naar pdejong@ias.edu