Column

Een zorgvuldig getransporteerd eksternest

Eksters nestelen in bomen, weet . En heel soms in een kunstwerk, als ze dat voor een populier aanzien.

Het eksternest in het kunstwerk op de Coolsingel. Foto Kees Moeliker

Onzichtbaarheid is het lot van kunstwerken in de open ruimte. Mooi of lelijk, er komt een dag dat je ze niet meer ziet. Neem het zesentwintig meter hoge beeld van graniet, beton, staal en koper dat pal naast de Bijenkorf op de Coolsingel staat. Rotterdammers lopen er achteloos voorbij. Dat gold ook voor mij. ‘Het Ding’ zoals het zestig jaar oude kunstwerk van Naum Gabo in de volksmond heet, trok pas een jaar of wat geleden mijn volle aandacht toen een paartje eksters er een nest in bouwde. Beide vogels vlogen af en aan met takken die ze kunstig tussen het gaas van de nok vlochten, tot er een enorm bouwwerk was ontstaan. Vanaf straatniveau leed ook het nest aan onzichtbaarheid – het was niets meer dan een donkere vlek die opging in de sculptuur. Alleen het geoefende oog van de vogelaar wist wat er gaande was.

Het nest is bijzonder, want zelfs eksters in de stad blijven meestal trouw aan hun diepgewortelde natuur om in bomen te nestelen. Op de Coolsingel moeten ze ‘Het Ding’ voor een populier aangezien hebben. Dergelijke aanpassingen van dieren aan het grootstedelijke leven laten we graag zien in het Natuurhistorisch Museum. Dat wist Saskia van Dongen, projectleider bij de gemeente Rotterdam. Toen de restauratie van het langzaam wegroestende beeld in gang gezet werd, regelde zij behoud van het eksternest. Afgelopen week beklommen we het kunstwerk om het nest te verzamelen. Gerieflijk en zonder halsbrekende toeren, want de constructie is van onder tot boven ommuurd. Het nest had een horizontale stalen balk als fundament en is gebouwd van dunne boomtakken en drie tiewraps. De overkapping was ingestort, maar de nestkom van klei is intact en bleek te zijn verstevigd met lange repen ramenkit. Uitwerpselen wijzen er op dat het bouwsel intensief bewoond geweest is. Glimmende voorwerpen, zoals juwelen of muntjes, ontbreken.

Conservator Bram Langeveld is blij met de aanwinst voor de stadsnatuurcollectie van het museum: „In de oorspronkelijke vorm konden we het nest niet veilig stellen, maar er is geen takje verloren gegaan. Verzamelen van een stuk van het karakteristieke gegolfde gaas waarin het verankerd zat, stuitte op verzet. Het is immers een rijksmonument.”