Recht & Onrecht

Doorbreek de armoedecyclus met wetenschap

Armoede zorgt voor stress en daarmee voor allerlei negatieve gedragseffecten, zoals het nemen van kortzichtige beslissingen. Onderzoek geeft ons handvatten die effecten te keren, doceert Pieter Desmet in deze Gedragscolumn.

Foto Freek van Asperen / ANP

Vandaag, 17 oktober, vindt naar jaarlijkse gewoonte de internationale dag voor de uitroeiing van armoede plaats. Een jubileumeditie, want vandaag is het 30 jaar geleden dat deze voor het eerst georganiseerd werd en 25 jaar geleden dat de dag officieel erkend werd door de VN. In die 30 jaar heeft gedragswetenschappelijk onderzoek naar armoede niet stilgestaan. Goed moment om eens te kijken naar een paar bevindingen.

Onderzoek wijst uit dat armoede of het ervaren van schaarste als chronische stresssituatie bekeken kan worden en niet alleen psychologische effecten heeft maar ook economisch beslissingsgedrag beïnvloedt. Gedragseconomen onderzochten uitgebreid hoe schaarste ons financieel keuzegedrag beïnvloedt. Eén van de bevindingen die steevast opduikt is dat armoede ertoe leidt dat mensen minder economische risico’s nemen en daardoor potentiele inkomsten mislopen. Daarnaast worden mensen kortzichtiger in hun economische beslissingen en gaan ze meer waarde hechten aan kleine, onmiddellijke beloningen dan aan grote beloningen op lange termijn.

Dergelijk gedrag is ook typisch voor mensen die onder invloed van andere soorten stress beslissingen nemen, maar voor mensen in armoede zijn de gevolgen nefaster: door geen risico’s te durven nemen en minder op lange termijn te denken, zorgt armoede eigenlijk voor beslissingsgedrag dat die armoede in stand dreigt te houden.

Slechtere score in intelligentietesten

Aan de psychologische kant van het verhaal leidt armoede tot meer negatieve gevoelens en minder ervaren geluk en levenskwaliteit. Ook erodeert armoede het algemeen vertrouwen dat mensen in anderen hebben. Onderzoek laat zelfs zien dat armoede de cognitieve capaciteiten ondermijnt en de intelligentie aantast: mensen scoren in periodes zonder schaarste beter op intelligentietesten dan in periodes van schaarste. Ook heeft armoede een effect op hoe ouders met hun kinderen omgaan en heeft recent hersenonderzoek aangetoond dat jonge moeders in armoede minder sterk reageren op het gehuil van andere baby’s én van hun eigen baby’s.

De vraag is hoe armoede en haar effecten het best aangepakt kunnen worden. Een eerste, eenvoudige, directe maar vaak duurdere aanpak is het geven van geld. Dat kan werken. Er zijn talrijke veldexperimenten naar de effecten van geldtransfers gedaan en de resultaten daarvan zijn overtuigend in termen van welzijn en indicatoren van toekomstige armoede. Een tweede aanpak bestaat er echter in om op de gedragseffecten in te spelen. Zo kunnen interventies doorgevoerd worden die het economisch beslissingsgedrag trachten te veranderen en mensen zo op een meer indirecte manier uit de armoedecirkel proberen te halen. Experimenten met subtiele beïnvloedingstechnieken zoals het versturen van reminders over spaargedrag hebben hier aantoonbare effecten mee bereikt.

In diezelfde hoek is dit jaar een heel interessante reeks studies verschenen die aantonen dat er een welbepaalde buffer bestaat die ervoor kan zorgen dat mensen in armoede toch hun economische keuzes gaan verbeteren. Blijkbaar speelt het vertrouwen dat men heeft in zijn lokale gemeenschap (community trust) hier een belangrijke rol in. De studies tonen namelijk aan dat interventies die erop gericht zijn het lokaal vertrouwen en gemeenschapsgevoel aan te zwengelen ook een positief effect hebben op het economisch keuzegedrag van mensen in armoede, waardoor ze minder kortzichtige economische keuzes gaan maken en toch meer voor de lange termijn beslissen.

Net zoals armoede veel oorzaken kan hebben, zijn haar effecten op gedrag en de mogelijke interventies ook talrijk en verscheiden. Beleidsmakers kunnen ervoor kiezen om directe noden te lenigen of op een meer indirecte manier keuzegedrag te beïnvloeden. Beleidsmakers die daarbij gedragswetenschappelijke inzichten willen meenemen in hun beleid zullen alvast een literatuur aantreffen die veel rijker is dan veel van haar studiesubjecten.

Pieter Desmet is als universitair hoofddocent in Behavioural Law and Economics verbonden aan de Rechtenfaculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam.