De opkomst en ondergang van Beatrix Ruf

Beatrix Ruf

Wie is de Duitse Beatrix Ruf, die na drie jaar leiderschap het Stedelijk Museum moet verlaten? Ze liep vooral warm voor politieke, avant-gardistische kunst.

Beatrix Ruf in 2014. Foto Inge van Mill/ANP

De verwachtingen waren behoorlijk hooggespannen, toen de Duitse Beatrix Ruf in november 2014 aantrad bij het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ze had spannende exposities georganiseerd als directeur van de Kunsthalle in Zürich, beschikte over een immens internationaal netwerk en had het mede daardoor in 2013 geschopt tot de nummer 7 op de Power Top 100 van Art Review, de lijst met machtigste mensen in de kunstwereld. Amsterdam had, kortom, een internationaal zwaargewicht binnengehaald.

Na haar wat gesloten voorganger Ann Goldstein was Beatrix Ruf ook op communicatief vlak een verademing: ze was benaderbaar, hartelijk, goedlachs. Goldstein kreeg vaak de kritiek dat ze te weinig oog had voor de hedendaagse kunst en vooral haar kunsthistorische favorieten toonde. Die angst was er niet bij Ruf: zij liep juist warm voor de nieuwste generatie, die ze de ‘digital natives’ noemde.

Tegelijk met haar baan als artistiek directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam runt Beatrix Ruf een kunstadviesbedrijf dat een winst maakte van ruim vier ton, ontdekte NRC. Lees ook: : Stedelijk onderzoekt nevenactiviteiten directeur Beatrix Ruf

Bij haar aantreden kwam Ruf terecht in een gespreid bedje, met een museum dat net verbouwd was en in 2014 een recordaantal van 816.000 bezoekers had getrokken. In 2015, het eerste jaar van haar directeurschap, waren de kritieken op de tentoonstellingen lovend. Tino Sehgal zette een jaar lang het museum op zijn kop met zijn performances, de schilderijen van Matisse wisten ook het grote publiek te bekoren. Maar eerlijk is eerlijk: beide exposities waren al gepland vóór de komst van Ruf en vooral de verdienste van haar conservatoren. Het grote overzicht van Isa Genzken, een oude vlam van Ruf, was haar eerste echte proeve van kunnen. Die expositie was indrukwekkend, al had het ook wel een paar zalen minder gekund.

Steeds hetzelfde kringetje

Er leek met de komst van Ruf weer een frisse wind te waaien in het Stedelijk. Het museum was wendbaarder dan voorheen en speelde snel in op actuele kwesties. Toen Rineke Dijkstra dit jaar een belangrijke fotoprijs kreeg, werden direct een paar zalen aan haar werk gewijd. Urgente maatschappelijke onderwerpen, zoals de vluchtelingenproblematiek, kregen een steeds prominentere rol in het museum, zoals op de expositie Oplossing of utopie?, met praktische ontwerpen voor ontheemden.

Lees ook over deze tentoonstelling in het Stedelijk Museum: Ontwerpen voor ontheemden

Maar tijdens de drie jaar van haar directeurschap werd ook duidelijk dat het beleid van Ruf tamelijk eenzijdig was. Het kringetje van kunstenaars met wie ze werkte, was beperkt. Bij haar aantreden had Ruf als gastredacteur van NRC’s toenmalige maandblad Deluxe zestien kunstenaars voorgesteld. Vijftien van hen had ze ook al eens in Zürich getoond, alleen de Nederlandse Magali Reus was een nieuwe naam in het rijtje. Zeven van die zestien kunstenaars hebben inmiddels een solo in het Stedelijk gehad. Dat kun je een helder beleid noemen, maar het is ook een voorspelbaar programma dat je bijna één op één op dat van de Kunsthalle in Zürich kunt leggen.

De jonge kunstenaars van deze ‘generatie Ruf’, zoals ze in Deluxe al werden genoemd, kwamen bovendien vrijwel allemaal uit dezelfde, conceptuele, modernistische hoek. Seth Price, Jordan Wolfson, Avery Singer zijn kunstenaars van wie het brede publiek niet heeft gehoord maar die al behoorlijk naam aan het maken zijn op de kunstmarkt. Het is werk dat nogal hermetisch en ongrijpbaar is, en misschien iets te highbrow.

Werk uit het Stedelijk Museum van Seth Price, ‘Holes’, 2003. Seth Price

Verbannen naar de kelder

Het laatste jaar kwam de nadruk van Rufs beleid te liggen op geëngageerde kunst. Het museum hoort een ‘politieke ruimte’ te zijn, vond Ruf. De huidige tentoonstelling, Ik ben een geboren buitenlander, zoomt in op de vluchtelingenproblematiek, terwijl de solo’s van Zanele Muholi en Carlos Motta specifiek de problemen van homoseksuelen en transgenders in beeld brengen. Dat zijn belangwekkende en bij vlagen ontroerende exposities, die nauw betrokken zijn bij urgente maatschappelijke kwesties.

Rufs grootste ingreep moet nog komen. Samen met architect Rem Koolhaas ontwikkelde ze een nieuwe, multimediale opstelling voor de vaste collectie. Die presentatie, Stedelijk Base, opent op 16 december in de nieuwe vleugel. De beslissing om de vaste collectie uit de oudbouw te halen en naar de ‘badkuip’ te verplaatsen, stuitte de afgelopen maanden op veel kritiek. Want waarom zou je de topstukken van het Stedelijk verbannen naar de kelder?

Carlos Motta, Zizi, The Crossing, 2017 (still uit video)
Courtesy Carlos Motta, Instituto de Visión, Bogotá, Mor Charpentier Galerie, Parijs; Galeria Filomena Soares, Lisbon; en P.P.O.W Gallerie, New York.
Zaalopname uit het Stedelijk Museum, werk van Zanele Muholi.
Foto Gert Jan van Rooij
Still van Carlos Motta, Zizi, The Crossing, 2017 en een zaalopname uit het Stedelijk Museum, werk van Zanele Muholi.
Foto’s Carlos Motta, Instituto de Visión, Bogotá, Mor Charpentier Galerie, Parijs; Galeria Filomena Soares, Lisbon; en P.P.O.W Gallerie, New York (l) en Gert Jan van Rooij (r)

Stedelijk Base blijkt dus nu het slotakkoord van de regeerperiode van Beatrix Ruf. In afwachting van die nieuwe opstelling lag het museum er dinsdag, de dag dat haar aftreden bekend werd gemaakt, wat desolaat bij. De nieuwe vleugel is geheel gesloten, evenals een groot deel van de bovenverdieping. De vaste collectie is weggestopt in vier zaaltjes met ‘kunst voor 1970’.

De vraag is nu wie het meest lijdt onder dit besluit. Rufs imago heeft schade opgelopen, maar gezien haar grote internationale netwerk zal zij ongetwijfeld weer snel een nieuwe functie krijgen – bijvoorbeeld als directeur van een particulier museum. Voor het Stedelijk is dit de zoveelste moeilijke episode uit een lange geschiedenis van langdurige verbouwingen en kort zittende directeuren.

Reacties uit de kunstwereld