Albumoverzicht: Racoon hamert waar het nodig is

De muziekrecensenten van NRC beoordelen de nieuwe albums van deze week, met onder andere Liam Gallagher, Racoon en Chelsea Wolfe.

  • ●●●●

    Racoon: Look Ahead and See the Distance

    RacoonPop: De Zeeuwse band Racoon heeft zich voor hun nieuwe album verder toegelegd op verfijning. Gitaren zijn bijna steeds akoestisch, drumpartijen strelen in plaats van stampen, de zangstem stamelt zachtaardige syllaben.Ieder nummer op Look Ahead and See the Distance kreeg daarbij een eigen signatuur: de van ‘The Fool On The Hill’ geleende fluit in ‘The Battle of Springtime’, de schuifelende reggae-beat van ‘Motherfather’, en de toch nog galmende bombast aan het eind van ‘Bring It On’, als alle instrumenten opgloeien en zanger Bart van der Weide zijn stem voor eenmaal verheft. De verfijning werd hier hoogwaardig uitgevoerd, met aandacht op de vierkante millimeter: in de coulissen van de melodie doemen submelodietjes op, of bijdragen van gitaar.
    ‘Look Ahead’ begint met een ferm couplet en lijkt dan op te lossen in het refrein, zo ijl vervliegen de akkoorden, zonder zoet te worden. Racoon hamert waar het nodig is, maar kan ook borduren. Hester Carvalho

  • ●●●●●

    Liam Gallagher: As You Were

    Liam GallagherPop: Na het uiteengaan van Oasis en het minder bekende Beady Eye, is Liam Gallagher een solo-carrière begonnen. Het is verrassend dat Liam, met zijn ogenschijnlijke nonchalante houding, zo’n samenhangend debuut-album maakte als As You Were.De instrumentaties zijn semi-ruig, met scherpe gitaarakkoorden omhuld door bonkende piano en jubelende koorzang. Het beste nummer is het eerste, ‘Wall Of Glass’, met daarin gospelkoortjes, penetrante riffs en Gallaghers snedige stem, verpakt in een daverende melodie. Maar al wordt dat niveau later niet meer gehaald, de meeste nummers zijn aantrekkelijk.

    Broer Noel zorgt op zíjn solo-platen voor psychedelische accenten en muzikale verdieping maar Liam wint op stem en zang. ‘When I’m In Need’ is een draak van een liefdesliedje en ‘You Better Run’ is een niemandalletje. Maar Gallaghers achteloze toon met hier en daar een tedere uithaal, verrijkt met een zweem van John Lennons cynisme, blijft wervend. Voor Liam is er leven na Oasis. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Chelsea Wolfe: Hiss Spun

    Chelsea WolfeHeavy: Dat de Californische zangeres Chelsea Wolfe als tweede naam Joy heeft, is ironisch. Ze maakt muziek om haar angststoornissen eronder te houden en doet dat het liefst door ons de rillingen te geven met haar intense, spookachtige gothrock.

    Haar vijfde album Hiss Spun is even zwaar als mooi: pulserend als Nine Inch Nails en overweldigend als het beste werk van Marilyn Manson. Wolfe wordt geholpen door het vervormde, gruizige gitaarwerk van Troy van Leeuwen, die overdag bij Queens of the Stone Age speelt. De aardse gitarist is een perfect contragewicht voor de schmierende Wolfe, die soms ook ongenadig harde riffs om haar oren krijgt. Zoals in ‘The Culling’ en ‘Twin Fawn’, en zeker in het bijtende ‘Vex’ met gastzanger Aaron Turner, van onder meer ISIS (de band, niet het kalifaat).

    Met de implosie van de pijnlijk mooie eindsong ‘Scrape’ is Wolfe terug bij af na bijna 50 minuten muzikale therapie, maar ook met van de beste heavy platen van het jaar als resultaat. Peter van der Ploeg

  • ●●●●●

    Courtney Barnett & Kurt Vile: Lotta Sea Lice

    Courtney Barnett & Kurt VilePop: Bedoeld als eenmalige samenwerking, hadden de Amerikaan Kurt Vile en de Australische Courtney Barnett zo’n klik bij het over en weer e-mailen van songideeën dat er een heel album uit volgde. De muzikale en tekstuele pingpong van ‘Over Everything’ werkt briljant, met Viles bekentenis over de tinnitus die hij opdeed door harde muziek, en punkrocker Barnett die toegeeft dat ze liever oordopjes indoet.

    Hun lijzige stemmen kronkelen zich informeel om elkaar. Na de uitwisseling van songschrijverervaringen in ‘Let It Go’ vervalt het album in een luie groove die wel prettige muziek, maar geen grote artistieke statements meer oplevert. Wanneer Kurt en Courtney dan ook nog elk één van elkaars oudere nummers vertolken, groeit de indruk dat een heel album misschien wat hoog gegrepen was. Maar lekker klinken ze, samen. Jan Vollaard

  • ●●●●●

    Four Tet: New Energy

    Four TetElektronisch: Het nieuwe album van Four Tet, psuedoniem van Keiran Hebden, is een bijzonder geslaagd amalgaam van zijn invloeden. De Indiase snaarinstrumenten van zijn laatste album Morning/Evening, werden voor de dansvloer geschikt gemaakt met springerige en soms schots en scheve beats (‘SW 9SL’), die we kennen van de door jungle geïnspireerde langspeler daarvoor, Beautiful Rewind. Soms rinkelen de snaarakkoorden (‘Lush’, ‘Two Thousand and Seventeen’), soms is een nummer niet veel meer dan een laid back hip hop beat (‘La Trance’) die doet denken aan zijn vroege werk.

    New Energy is een muzikaal drielandenpunt dat hoopvol klinkt, soms bijna overrompelt, maar bij tijden ook introspectief (neem ‘LA Trance’). Het prachtige ‘Daughter’ is emotioneel en troostend, met Indiase zang over een down tempo hip hop beat. Dat contrast werkt goed en zo is het ook op de rest van het album. Kieran Hebden weet als geen ander de lijn te bewaken tussen emotioneel en pathetisch, tussen lyrisch en kalmerend. Rolinde Hoorntje

  • ●●●●

    Kamasi Washington: Harmony of Difference

    Kamasi WashingtonJazz: Dat de ambitie van saxofonist Kamasi Washington ver reikt, weten we sinds zijn drie uur durende jazzepos Epic. Opvolger ep Harmony of Difference is meer een conceptalbum, met zes nummers die Washington inleverde voor de Whitney-biënnale in New York. Even lijkt hij in de eerste vijf korte nummers de koers te hebben verlegd: lichtvoetige latin, wat dikkere funk, softere meer alledaagse jazz. Een heel wat minder episch geluid dan het verlichte Epic - al zijn de titels van hetzelfde hoogdravende soort (‘Humility’, ‘Integrity’).

    Als alle riffjes en motiefjes vloeiend worden verbonden in het lange slotnummer Truth is echter weer goed voelbaar waar Washington en zijn in zeggingskracht uitblinkende solo’s op tenor voor staan. Orkestrale lyriek, mooi opgebouwde intensiteit en opnieuw de diepte van een koor dat toewerkt naar een crescendo.
    Amanda Kuyper