Column

Zó werkte het bij Weinstein

Hoe gerechtvaardigd ook, er kleeft iets hypocriets aan de morele verontwaardiging in de Amerikaanse filmwereld over de van seksueel misbruik verdachte producer Harvey Weinstein. Pas nu hij ontmaskerd is door enkele moedige actrices, valt iedereen geschokt en woedend over hem heen. Waar waren ze toen Weinstein nog een machtig man was in filmland?

Een dezer dagen dook een video-opname uit 2005 op waarin Courtney Love, zangeres en weduwe van Kurt Cobain, gevraagd wordt welk advies ze heeft voor jonge vrouwen die naar Hollywood willen. „Ik krijg een proces wegens laster als ik het zeg”, zei ze, „maar als Harvey Weinstein je uitnodigt voor een privéfeestje in hotel Four Seasons – ga niet.”

Je zou zo langzamerhand kunnen concluderen dat het gedrag van Weinstein het best bewaarde niet-geheim van Amerika was. Terwijl iedereen zich druk maakte over de seksuele mores van Donald Trump, zat Weinstein likkebaardend achter zijn actrices aan. Wie deed hem wat? Als Trump er uiteindelijk mee kon wegkomen, waarom hij dan niet?

Dat neemt niet weg dat er nu buitengewoon interessante reacties loskomen van vrouwen die ervaringen met Weinstein hebben. Eén van hen is de Canadese regisseur-actrice Sarah Polley, die voortreffelijke films als Away from Her en Stories We Tell maakte. Ze schreef er een opiniestuk in The New York Times over: „De mannen die je ontmoet als je films maakt”.

Ze was negentien jaar toen ze uit een nogal seksueel getinte fotoshoot van Weinsteins toenmalige productiemaatschappij Miramax werd gehaald. De sessie was bedoeld voor de promotie van een speelfilm. Polley werkte er met tegenzin aan mee, gehuld in een kort zwart jurkje met royaal decolleté. Het had weinig met de film te maken, maar als actrice wil je niet altijd lastig zijn. Halverwege werd ze er door een pr-medewerker uitgehaald omdat Weinstein haar op zijn kantoor wilde spreken.

Hij vertelde haar, in aanwezigheid van twee medewerkers, dat een nu beroemde actrice dankzij een „heel intieme relatie” met hem mooie hoofdrollen en prijzen had gekregen. Als zij ook zo’n relatie wilde, hield hij haar voor, zou ze een soortgelijke carrière krijgen. „Zo werkt het”, zei hij. Polley antwoordde naar waarheid dat ze niet zo erg geïnteresseerd was in acteren; haar ambitie lag meer bij de regie.

Ze had geen hoge dunk van de filmindustrie. „Op de set zag ik hoe vrouwen voortdurend werden gedwongen om hun seksualiteit te exploiteren, en als ze dat deden werden ze voor slet versleten. […] Je voelde je alleen in een zee van mannen.”

Achteraf vraagt ze zich af hoe ze die dag op Weinsteins kantoor gereageerd zou hebben als ze wél een ambitieuze actrice was geweest. „Ik zat voor een man die reusachtig veel macht had. Als je in films van interessante regisseurs wilde spelen, zou je hem niet graag van je vervreemden. […] Ik had geluk dat het me niets kon schelen.”

Verderop stelt ze vast dat Weinstein maar een zwerende puist in een zieke industrie is. Vrouwen moeten naar zichzelf kijken, vindt ze. „Wat hebben we nog meer geaccepteerd waarvan we beseffen dat het volkomen onaanvaardbaar is? En wat gaan we eraan doen?”

Meer vrouwen die zelf films maken, zoals Sarah Polley, lijkt me een goed begin.