Zege SPD in Nedersaksen brengt Merkel in het nauw

Duitse Deelstaatverkiezingen

De uitslag van de deelstaatverkiezingen komt voor Merkel op een ongelukkig moment. Schulz’ kansen keren juist ten goede.

Drie weken na de Bondsdagverkiezingen is de positie van Angela Merkel verder verzwakt, door de nederlaag die haar CDU zondag leed in grote deelstaat Nedersaksen. De SPD werd met 36,9 procent van de stemmen de grootste partij. Het is de eerste overwinning voor de sociaal-democraten sinds het aantreden van Martin Schulz als partijvoorzitter begin dit jaar. De CDU behaalde 33,6 procent.

Voor bondskanselier Merkel komt deze domper op een slecht moment. Deze woensdag beginnen in Berlijn de besprekingen van de Union (CDU/CSU) met de liberale FDP en de Groenen over de vorming van een nieuwe regeringscoalitie. Niet alleen moet Merkel grote inhoudelijke verschillen tussen de partijen zien te overbruggen. Ze kampt bovendien met ontevredenheid in eigen kring.

De christen-democraten zijn verdeeld over de vraag welke koers ze moeten volgen na het ontnuchterende resultaat bij de Bondsdagverkiezingen van 24 september. De Union haalde daarbij slechts 32,9 procent, een verlies van 8,6 procentpunt ten opzichte van 2013. Sommigen in de CDU en vooral ook in de Beierse zusterpartij CSU houden haar en haar vluchtelingenbeleid daarvoor verantwoordelijk. Het schoot velen bovendien in het verkeerde keelgat dat Merkel, toen de uitslag bekend was, zei dat ze niet zag wat ze anders had moeten doen en dat het CDU/CSU toch maar gelukt was de strategische doelstelling te halen: in de Bondsdag de grootste te blijven. Daarmee zou ze de indruk hebben gewekt zich niets van de kiezers aan te trekken.

Verrassende eindsprint

In Nedersaksen zette de SPD onder leiding van minister-president Stephan Weil een verrassend effectieve eindsprint van de campagne in. Merkel kwam vijf keer campagne voeren, maar het baatte niet.

De Groenen kwamen zondag op 8,7 procent, de FDP op 7,5 procent. De AfD, met 13,2 procent de grote winnaar van de Bondsdagverkiezingen, behaalde in Nedersaksen slechts 6,2 procent – mede door interne twisten.

Een belangrijke opsteker is de uitslag voor SPD-leider Schulz. Zijn positie was ernstig ondergraven door de uitslag bij de Bondsdagverkiezingen, met 20,5 procent het slechtste resultaat in de geschiedenis van de partij. Eerder dit jaar verloor de SPD ook al drie deelstaatverkiezingen. De kansen van Schulz om aan te blijven als partijleider zijn met de overwinning in Nedersaksen weer gestegen.

In de deelstaat zijn CDU en SPD afwisselend de grootste. De coalitie van SPD en Groenen verloor deze zomer haar meerderheid van één zetel, toen een parlementariër van de Groenen overliep naar de CDU. Dat maakte vervroegde verkiezingen noodzakelijk. De rood-groene coalitie heeft nu voldoende zetels om verder te regeren. Met welke partij (of partijen) de SPD nu gaat regeren is nog onduidelijk.

Bij deelstaatverkiezingen laten kiezers zich doorgaans sterk leiden door lokale thema’s. De vluchtelingencrisis speelde geen dominante rol in de campagne. In plaats daarvan had de CDU gehoopt de SPD in het nauw te brengen met kritiek op de aanpak van terrorisme door de politie – die in Duitsland onder de deelstaten valt. Maar dat pakte averechts uit. De chef van de politie werd zo kwaad over de kritiek, dat hij een paar dagen voor de verkiezingen in het openbaar zijn lidmaatschap van de CDU opzegde, terwijl hij de samenwerking met de SPD prees.