Tweederde meisjes in Afghanistan krijgt geen les

Human Rights Watch

Twee op de drie meisjes in Afghanistan gaan niet naar school, stelt Human Rights Watch. De campagne van het Westen is goeddeels mislukt.

Afghaanse kinderen op een school in Gulbahar, zo'n 30 kilometer van Kabul. Foto Sergei Ilnitsky / EPA

Miljoenen schoolboeken gingen al naar Afghanistan en er zouden nog vele miljoenen volgen, zei toenmalig president George W. Bush toen hij in maart 2002 de toekomst beschreef die hij voor ogen had voor Afghanistan. „Onder de Taliban was het een misdaad om vrouwen te onderwijzen”, zei hij over de verdreven regering van islamitische fundamentalisten. „Onder de regering van een bevrijd Afghanistan is onderwijs aan alle kinderen een nationale prioriteit.”

Zestien jaar later is op dit vlak weinig positiefs te melden, blijkt uit een rapport dat mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) deze dinsdag publiceert. Het goede nieuws is dat er nu meer meisjes naar school gaan dan tijdens het Talibanbewind, maar daar is ook zo’n beetje alles mee gezegd. Zestien jaar nadat de VS een invasiemacht naar het land stuurden, gaat nog steeds tweederde van de meisjes niet naar school, blijkt uit het HRW-rapport I Won’t Be a Doctor, and One Day You’ll Be Sick.

Zorgelijker nog is dat er steeds minder meisjes naar school gaan door de toenemende onveiligheid, nu de Taliban ongeveer 40 procent van het grondgebied van Afghanistan in handen hebben. In gebieden waaruit de NAVO haar troepen terugtrekt, zijn de gevolgen nu al merkbaar: toenemende onveiligheid en non-gouvernementele organisaties (ngo’s) die zich terugtrekken. Alleen al in de provincie Kandahar is eenderde van de scholen alweer gesloten. Het aantal kinderen dat gedood werd of gewond raakte nam in 2016 met 24 procent toe vergeleken met het jaar daarvoor.

Lees ook het verhaal over zes Afghaanse meisjes die een internationale robotwedstrijd wonnen. Tijdens een bezoek aan Amsterdam vertelden ze hun verhaal.

Volgens de Afghaanse regering gaan er in 2017 zo’n 9,3 miljoen kinderen naar school, van wie een kleine 40 procent meisjes. Maar volgens HRW moeten die cijfers met scepsis bekeken worden, omdat de regering weinig zicht heeft op de ontwikkelingen op het platteland. Het aantal scholieren dat het ministerie van Onderwijs doorgaf, kwam zelden overeen met de werkelijkheid, ontdekte HRW. In een enkel gebied ging het zelfs om 40 procent minder schoolkinderen dan het ministerie had doorgegeven.

Veel Amerikaans geld ging op aan de bouw van scholen die er nooit zijn gekomen. Geld ging ook naar salarissen voor ‘ghost teachers’: corrupte Afghanen die nooit lesgaven.

De corruptie is niet de enige oorzaak van de achterstand die meisjes hebben in het onderwijs. Ouders op het platteland vinden het veelal niet nodig om meisjes te laten leren. Eenderde van de meisjes trouwt voor haar achttiende, een deel van hen zelfs al op vijftienjarige leeftijd. Meer dan lagere school vinden ouders vaak niet nodig. Daar komt bij dat de meeste leerkrachten man zijn (ruim 80 procent); veel ouders willen niet dat meisjes les krijgen van een man.

Problematischer dan de traditionele opvattingen is de armoede. Veel ouders kunnen het schoolgeld niet betalen, en vooral meisjes zijn thuis nodig voor huishoudelijke taken of om geld te verdienen in weverijen. Inmiddels staat Afghanistan op de vierde plek van de ranglijst van landen waar het voor meisjes het moeilijkst is om naar school te gaan.

Bekijk hieronder de video van Human Rights Watch: