Opinie

Straf anders – en breng recidive daarmee omlaag

Wat we leren van Michael P.? Dat één oogmerk van straffen het belangrijkst is, schrijven en anderen.
De muur rond het terrein van de penitentiaire inrichting Vught Foto: ANP / Olaf Kraak

In het strafrecht staat straffen centraal. Straffen betekent het opzettelijk toebrengen van leed ter vergelding van het plegen van een strafbaar feit. Voor zover iemand in strafrechtelijke zin verantwoordelijk kan worden gehouden voor een delict, wordt hij tot een straf veroordeeld. Als hij deze straf heeft volbracht, biedt het strafrecht geen mogelijkheden meer om iemand in het gareel te houden. Anders gezegd, hij krijgt een nieuwe kans om te gaan en te staan waar hij wil. Voor zover iemand het delict niet of niet volledig kan worden toegerekend, heeft de strafrechter onder meer de mogelijkheid om een tbs-maatregel met dwangverpleging op te leggen. Een tbs-maatregel die is opgelegd vanwege een misdrijf met een geweldscomponent eindigt pas wanneer iemand wordt geacht geen gevaar meer te vormen voor de samenleving.

Straf leidt lang niet altijd tot een vermindering van de recidivekans. De behoefte of impuls die aan het delict ten grondslag heeft gelegen wordt er niet door weggenomen en de gestrafte zal, als hij zijn behoefte toch wil bevredigen, zijn energie steken in het bedenken van hoe hij zijn pakkans in de toekomst kan verkleinen. Straffen maakt mensen niet beter of liever, maar eerder sluwer. Meer dan eens verzucht een afgestrafte dat de beste leerschool voor criminaliteit de gevangenis is.

Straf leidt nu niet altijd tot een verlaging van de kans op recidive

Een veroordeelde die zijn gevangenisstraf heeft uitgezeten wordt in vrijheid gesteld, zelfs wanneer het recidivegevaar tijdens de detentie is toegenomen. Rechters, officieren van justitie, politie en politici staan dan machteloos. Daarom moet het strafrecht op de schop. Niet het straffen moet centraal staan, maar het beschermen van de samenleving.

Het is de hoogste tijd ons Wetboek van Strafrecht grondig te herzien, waarbij het verminderen van het recidivegevaar centraal komt te staan. Het opleggen van straffen wordt hierbij vervangen door het toepassen van interventies, maatregelen en behandelmethoden die de delict-gevaarlijkheid verlagen en de recidivekans verminderen.

Er zou als het ware een onderhandelingsproces op gang moeten komen tussen de gedetineerde aan de ene kant en de vertegenwoordiger van de samenleving aan de andere kant. De gedetineerde kan dan zijn vrijheid pas herwinnen wanneer hij geen gevaar meer vormt voor de samenleving, vergelijkbaar met een tbs-situatie. Dit leidt tot een fundamenteel andere manier om naar het strafrecht te kijken.

Laat dit de les zijn die we trekken uit het drama dat Nederland al weken in zijn greep houdt. Het fundamentele mankement in ons strafrechtsysteem dat de dood van Anne Faber aan het licht heeft gebracht, biedt een nieuw paradigma dat onze samenleving veiliger, humaner en leefbaarder maakt.