Commentaar

Een klinkende naam is geen garantie voor een goede museumdirecteur

Beatrix Ruf stapt op als directeur van het Stedelijk Museum. Dat verbaast niet. Ze bleek een bv voor kunstadvies te drijven. Ze werkte voor grote kunstverzamelaars. Ze had zo veel nevenactiviteiten dat je je afvroeg wanneer ze dan eigenlijk tijd had om het Stedelijk te leiden. Maar die had ze toch wel: uit berichtgeving van NRC kwam behalve bovenstaande ook naar voren dat ze zich intern laatdunkend uitliet over zogeheten blockbusters – exposities voor een groot publiek. Dit voorjaar waren dat Tinguely en het overzicht van Ed van der Elsken. Grote kunstenaars, prachtige tentoonstellingen, niks mis mee.

Als Ruf inderdaad neerkeek op die blockbusters, dan had de raad van toezicht haar daarop moeten aanspreken. Een museum als het Stedelijk heeft alle belang bij evenwicht tussen het tonen van onbekende en erkende kunstenaars. Je wilt veel publiek in het Stedelijk én je wilt dat het museum nieuwe kunst op de kaart zet die zo bijzonder is dat het risico van lagere bezoekersaantallen voor lief genomen wordt. Niks nieuws, die traditie werd al ingezet door de legendarische directeur Willem Sandberg. Van 1945 tot 1963 maakt hij dusdoende van het Amsterdamse museum een internationaal baken voor avant-garde.

De vraag is hoe dit drama, want dat is het, kon gebeuren. In 2014 zocht het Stedelijk Museum een artistiek directeur met een klinkende naam en een groot internationaal netwerk. Dat zat wel goed, met Beatrix Ruf. Maar ze had zo haar nevenactiviteiten en de raad van toezicht keurde die, bij nader inzien onverantwoord klakkeloos, goed. Echter, ook Ruf zelf had zich kunnen realiseren dat het Stedelijk geen uithangbord kan zijn voor haar privéondernemingen en -contacten. Vervolgens was Ruf noch het museum transparant over haar contacten en de wijze waarop haar bijkomende activiteiten zich verstrengelden met die van het museum.

In Nederland wordt, naar het lijkt voor de zekerheid, gemikt op grote namen aan de leiding van vermaarde instellingen en die worden dan in het buitenland gezocht. Succes is echter niet verzekerd: het Stedelijk brandde de vingers al aan de vorige directeur, Ann Goldstein. Ook zij was internationaal vermaard, ook zij stapte voortijdig op.

Een bekende naam kan belangrijk zijn, maar moet meer te bieden hebben dan een reputatie en een netwerk. En stelt die grote naam al te grote eisen dan zoek je verder.

De directeur van het Stedelijk hoeft niet van ver te komen. Zoek naar iemand met kennis en durf. Met besef van integer museaal ondernemerschap. En met een gezonde neiging om te choqueren met onbekend maar onmiskenbaar talent. Zie Willem Sandberg.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.

Update: Dit commentaar is aangepast naar aanleiding van het nieuws dat Beatrix Ruf is opgestapt.
Correctie (16 oktober 2017): In een eerdere versie van dit stuk was de achternaam van de Zwitserse kunstenaar Jean Tinguely foutief geschreven als Tingueley.