Rapport over basisregistratie ‘ondermaats’

Bevolkingsregister

Een rapport luidde het einde in van de bouw van een nieuw, landelijk bevolkingsregister. Maar intern was er felle kritiek op dat rapport.

Demissionair minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken.Foto Bart Maat / ANP

Demissionair minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) heeft de zo’n honderd miljoen kostende bouw van een nieuwe gemeentelijke basisadministratie stopgezet op basis van een ondeugdelijk rapport, zo zeggen meerdere direct betrokkenen bij het ict-project.

Uit stukken in handen van NRC blijkt dat er vooraf felle interne kritiek was over vermeende feitelijke onjuistheden in het rapport en de werkwijze van de rapporteurs van het Bureau ICT-toetsing (BIT).

Na het negatieve advies in juni van het BIT over de bouw van het persoonsregister besloot Plasterk onder druk van de Tweede Kamer ermee te stoppen. In het register wordt onder meer bijgehouden wanneer iemand verhuist, trouwt of een kind krijgt. Meer dan 500 (semi)publieke organisaties gebruiken deze gegevens. Sinds 2001 was aan het project gewerkt.

Het BIT werd opgericht na een advies van de parlementaire commissie Elias over falende ict. Het toetst de slagingskans van grote projecten van de rijksoverheid.

De conclusie van het BIT-advies verraste ook buitenstaanders. Eind 2015 had het BIT het project namelijk ook al doorgelicht, met een veel positiever oordeel. Daarna hadden twee externe adviesbureaus bij elkaar zeven keer redelijk positief over het project en de kwaliteit van de software geoordeeld.

Lees ook het achtergrondverhaal over de modernisering van het bevolkingsregister: 16 jaar vastlopen en lostrekken

Deze opeenvolging van tegenstrijdige adviezen toont aan hoe moeilijk het is om een helder beeld te krijgen van de voortgang van software-ontwikkeling. De abstracte en complexe materie is voor leken niet te doorgronden. Neutrale deskundigen zijn moeilijk te vinden vanwege zakelijke of politieke belangen.

Interessant aan de kritiek op het laatste BIT-advies is dat zij niet alleen uit de hoek van de bekritiseerde bouwers van de nieuwe registratie komt. Ook gemeenten, instellingen die persoonsgegevens ‘afnemen’ en een ontwikkelaar van gemeentesoftware die op de nieuwe registratie moeten aansluiten snapten de conclusies niet.

Het BIT zou verkeerd hebben ingeschat hoe ver de bouw was, door bijvoorbeeld niet mee te rekenen dat een belangrijk deel van het testen van de software al tijdens de bouw gebeurde. Ook zou het de afbouwkosten veel te hoog hebben gemaakt. Zo werd de kostenschatting voor het in gebruik nemen van de nieuwe software door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens op het laatste moment verhoogd van 55 naar 134 miljoen euro. Betrokkenen begrepen ook de conclusie van het BIT niet dat gebruikers en beheerders van het nieuwe register op grote afstand stonden. In de zogenoemde stuurgroep, die besluiten neemt over het project, zaten juist belanghebbenden, die ook op andere manieren betrokken waren.

Bronnen – die vanwege mogelijke gevolgen anoniem willen blijven – erkennen dat het project door vertragingen en kostenoverschrijdingen publiekelijk soms moeilijk te verdedigingen is. Maar zij zijn ervan overtuigd dat de laatste jaren een grote verbetering is opgetreden.

Ook de werkwijze van het BIT wekte verbazing. Het conceptadvies van het BIT werd streng geheimgehouden. Het bureau ging ook nauwelijks in op de inhoudelijke kritiek die het kreeg. Een feitenrelaas van het BIT van een tiental A4’tjes werd door de projectmanager teruggestuurd met elf kantjes aan correcties – beide ingezien door NRC. In het uiteindelijke advies komen veel van de weersproken feiten terug.

Via een voorlichter laat Plasterk weten dat hij het BIT-advies heeft gevolgd en dat een commissie de gang van zaken reconstrueert.