Onderwijs

De mislukte rekentoets voorspelt niets goeds voor een nieuw curriculum

Onderwijsblog ,,Vertegenwoordigers uit het veld” die namens niemand spreken, brainstormen over een nieuw curriculum. Het failliet van de rekentoets laat zien wat er dan gebeurt.

ANP Piroschka van de Wouw

Door Jan Drentje

De rekentoets zoals die nu in het eindexamenjaar wordt afgenomen, houdt op te bestaan – staat in het regeerakkoord. Vele Kamerdebatten en miljoenen euro’s zijn er aan gespendeerd. Er komt een nieuw rekencurriculum, naar alle waarschijnlijkheid door rekenen onder te brengen bij wiskunde en aan het eind van de onderbouw af te sluiten. Zoals iedereen met enig benul van onderwijs al van het begin af aan adviseerde. Hoe kan het nu dat zo’n beleidscircus eerst wordt opgetuigd, het rekenexamen tegen adviezen in wordt doorgedrukt, zelfs wordt opgenomen in het zak/slaagregeling voor het vwo en dan roemloos ten onder gaat?

Eerst is er een probleem. Uit keurig wetenschappelijk onderzoek bleek dat de rekenvaardigheden van leerlingen in het voortgezet onderwijs achteruitgingen. Het eindniveau van het rekenen op de basisschool werd niet meer gehaald. Hoe dat komt? Er wordt wel wiskunde gegeven, maar de rekenvaardigheden zelf worden niet onderhouden. En als er gerekend moet worden, mag de rekenmachine worden gebruikt. Dus: wat was de voor de hand liggende oplossing? Integreer rekenen en wiskunde vanaf de onderbouw en beperk het gebruik van de rekenmachine. Dat adviseerde de vereniging van wiskundeleraren. Werkelijk niemand uit de praktijk zou zelf op het idee zijn gekomen om van rekenen een nieuw eindexamenvak te maken.

Eindexamen fetisjisme

Deze oplossing is typerend voor de politieke beleidslijn van de afgelopen jaren: een grote nadruk op eindexamens en daarmee samenhangende rendementscijfers om het onderwijs aan te sturen. Er gelden inmiddels maar liefst drie criteria voor zakken en slagen. In combinatie met inspectienormen, de maatschappelijke druk om met hoge slagingspercentages naar buiten te kunnen komen, heeft dit ertoe geleid dat scholen hun lesprogramma’s in de bovenbouw steeds meer zijn gaan toesnijden op de centrale examens. Formeel bepalen de eindexamens de helft van het eindcijfer. De andere helft wordt bepaald door het schoolexamen, maar nu die vrijwel volledig in het teken van de centrale examens komen te staan, wordt dit een keurslijf.

En zoals vaak: dan wordt van de weeromstuit het andere uiterste bepleit: afschaffen van centrale examens. Geef de scholen de ruimte om zelf programma’s op maat te maken, passend bij het niveau van de leerling. In dergelijke voorstellen wordt dan weer vergeten dat centrale examens een belangrijk ijkpunt zijn voor het niveau en in verband staan met de eisen van het vervolgonderwijs. De Onderwijsraad heeft dit in verschillende rapporten met kracht van argumenten betoogd.

Brainstormen

Maar hoe leerlingen – en de onderwijsinhoud – te bevrijden uit het keurslijf van de toets- en selectiefabriek die scholen in toenemende mate zijn geworden? Ligt dat niet aan de overheid zelf die met het zogenaamde opbrengstgerichte werken het onderwijs in zijn vormende doelstellingen beperkt? Of moet daarvoor het onderwijscurriculum op de schop?

Sander Dekker vond van wel. Hij zette beleidsmatig in op excellente leraren en scholen, cum laude op het diploma. Lang leve het rendement. En tuigde tegelijkertijd een adviescommissie op die een nationale brainstorm organiseerde over hoe het onderwijs in 2032 eruit zou moeten zien. Leidend was de visie dat de nadruk te veel op kennis zou liggen en te weinig op vaardigheden die er in de toekomst toe doen.

Ook zou het onderwijsprogramma te overladen zijn. In het rapport dat hieruit tevoorschijn kwam, werd het samengaan van vakken in themavelden bepleit plus heroverweging van centrale eindexamens, nieuwe vakken als persoonlijkheidsvorming, burgerschap en digitale geletterdheid. Maar wat bleek: leraren en hun vakverenigingen steunden de conclusies niet. Er was geen draagvlak. Na een reeks Kamerdebatten en moties werd Onderwijs32 omgevormd tot een nieuwe denktank: curriculum.nu
Leraren en schoolleiders die zich zelf mogen opgeven, praten samen over hoe de onderwijsinhoud er in de toekomst uit moet zien. Maar – zo bepaalden de Kamermoties: persoonlijke vorming is geschrapt en de afzonderlijke vakken moeten blijven bestaan.
Een nieuw inspraakcircus dat het gewenste draagvlak moet opleveren voor vernieuwing van het onderwijscurriculum.

Ondeugdelijke probleemanalyse

Voor welke problemen moet het nieuwe curriculum eigenlijk een oplossing zijn? Op de website lezen we dat de samenhang in het onderwijs bevorderd moet worden, plus doorlopende leerlijnen van Primair Onderwijs naar het Voortgezet Onderwijs. Het huidige programma zou te overladen zijn en onduidelijk is welke ruimte scholen voor eigen invulling hebben. Zijn dit inderdaad de problemen waar het onderwijs mee worstelt?

Een van de belangrijkste aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissie Dijsselbloem (2008) naar het mislukken van de invoering van de basisvorming en het studiehuis) was dat voor de politiek tot onderwijsvernieuwing overgaat, er een gedegen probleemanalyse moet plaatsvinden. Eerst een goede diagnose, dan pas het voorschrijven van het medicijn. Bij gebrek hieraan loopt curriculum.nu het risico het zoveelste placebo te zijn.

Even kritisch nadenken. Is het huidige programma te overladen? Voor de onderbouw hangt dat van de scholen zelf af. Na de afschaffing van de Basisvorming mogen ze het doen met ruim geformuleerde kerndoelen. Niets aan de hand dus. De invoering van de Tweede Fase (1998) leidde aanvankelijk tot een flinke stijging van het aantal vakken. Hieraan lagen tal van adviezen en een uitgebreide raadpleging van vervolgopleidingen ten grondslag: er moest een einde komen aan de pretpakketten, meer aan brede vorming worden gedaan. Afstudeerprofielen moesten de aansluiting op het vervolgonderwijs verbeteren. In 2007 is de studielast al weer flink teruggebracht. Inmiddels zijn vrijwel alle nieuwe deelvakken geschrapt. Een VWO’er moest voor de Tweede Fase examen doen in minimaal zeven vakken, nu zijn het er acht – gemiddeld met dezelfde studielast (HAVO was zes, is nu zeven). Maar hoeven er veel minder boeken te worden gelezen. Is dit programma te zwaar? Is het extra vak een probleem? Moet de verplichte tweede moderne vreemde taal er weer uit? Zijn de argumenten voor invoering hiervan niet meer valide?

Er moeten betere doorlopende leerlijnen komen. Altijd goed. Maar waar zitten de knelpunten? Waarom is het vervolgonderwijs niet betrokken bij de curriculumherziening? Hebben exacte studies iets aan het huidige wiskunde B? Is natuurkunde wel nodig voor geneeskunde? Welke taalvaardigheden hebben leerlingen nodig in het vervolgonderwijs? Sluiten de profielen nog aan bij de eisen van het vervolgonderwijs? Ook op dit punt ontbreekt een systematische analyse. Of een wetenschappelijke toetsing van de veronderstellingen waarop curriculum.nu gebaseerd is. En zijn de aanbevelingen voor doorlopende leerlijnen straks een slag in de lucht.

Voor vernieuwing van het curriculum zelf hebben de meeste vakverenigingen van leraren overigens uitstekende adviezen klaar liggen. Bij hen heerst al jaren onvrede over de door het SLO uitgewerkte kerndoelen en de daarmee samenhangende manier van examineren. Die verenigingen hebben slechts een adviserende bijrol bij curriuculum.nu

Denkt de regering echt dat de ad hoc samengestelde ontwikkelteams beter werk kunnen afleveren dan de vakverenigingen die meestal goed samenwerken met wetenschappers? Of is dat de bedoeling ook niet?

Politiek onderwijs

Inmiddels is het grootste probleem de politiek zelf. Die het onderwijs voortdurend wil vernieuwen zonder een deugdelijk institutioneel verankerd kader te creëren waarbij onderwijs, vakverenigingen van leraren, wetenschap en vervolgopleidingen samen kunnen werken om het curriculum bij de tijd te houden. In plaats daarvan worden brainstromsessies gehouden met ‘vertegenwoordigers uit het veld’ – die niemand vertegenwoordigen en aan niemand verantwoording schuldig zijn. Of de politiek zadelt het onderwijs top down op met de waan van de dag – rekenexamens, verplicht bezoek van het Rijksmuseum, het leren van het Wilhelmus, burgerschapsonderwijs – zonder een voorafgaande probleemanalyse of een gerichte vraag te stellen: hoe kan het onderwijs zelf ervoor zorgen dat leerlingen meer leren over hun geschiedenis, beter kunnen rekenen en bijdragen aan de samenleving. Van goede vragen worden we wijzer dan van curriculum.nu

Jan Drentje is historicus aan de Rijksuniversiteit van Groningen

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.