‘Meer ongeleide projectielen op straat door kabinetsplannen’

Celstraf

Gevangenen komen, als het aan het nieuwe kabinet ligt, niet meer automatisch in aanmerking voor vroegtijdige vrijlating. Advocaten en de reclassering zijn kritisch op het plan, en rechters gaan vermoedelijk lichter straffen.

Wie veroordeeld is tot een celstraf van twintig jaar, zal straks in beginsel ook die twintig jaar moeten uitzitten. Er blijft maximaal twee jaar over voor resocialisatie – te weinig, vindt de reclassering. Foto Alexander Schippers/ANP

Twaalf jaar celstraf is in de praktijk vaak acht jaar, en drie jaar is eigenlijk twee jaar. Wie veroordeeld is tot een gevangenisstraf, komt nu in principe na het uitzitten van tweederde van de straf in aanmerking voor vrijlating.

Daar moet een einde aan komen, vindt het nieuwe kabinet. In het regeerakkoord schrijven VVD, CDA, D66 en ChristenUnie dat veroordeelden „niet meer automatisch in aanmerking komen om voorwaardelijk in vrijheid gesteld te worden”. Drie van de vier partijen hadden dat ook in hun verkiezingsprogramma – alleen D66 niet. Wie veroordeeld is tot een gevangenisstraf van twintig jaar, zal straks in beginsel ook die twintig jaar moeten uitzitten.

Maar zómaar vrijkomen na tweederde van de straf uitgezeten te hebben, dat kan al sinds 2008 niet meer. „Eerst is er een advies of iemand vrij mag komen, en daar worden dan vaak voorwaarden aan gesteld”, zegt Sjef van Gennip, baas van Reclassering Nederland. Wie zich in de gevangenis heeft misdragen, of een te groot risico is voor de samenleving, kan bovendien door het Openbaar Ministerie (OM) op voorhand al langer vastgehouden worden.

En wie wél in aanmerking komt voor vrijlating, is aan allerlei voorwaarden gebonden. Belangrijkste is dat iemand niet opnieuw een strafbaar feit mag plegen. Daarnaast kan het OM ‘bijzondere voorwaarden’ opleggen, zoals een gebiedsverbod of meldplicht. De reclassering houdt toezicht op de naleving van de voorwaarden; de rechter kan iemand opnieuw opsluiten als ze worden geschonden. Ongeveer 5 procent van de veroordeelden overtreedt de voorwaarden, bleek in 2011 toen het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatie Centrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie de wet uit 2008 evalueerde. En in ongeveer eenderde van de gevallen worden bijzondere voorwaarden geschonden.

Wie nu tot achttien jaar cel is veroordeeld, kan na twaalf jaar vrijkomen, maar staat dan nog wel zes jaar onder toezicht. Veroordeelden blijven daardoor lang in het vizier, zegt Van Gennip. Met het voorstel van het kabinet verandert dat. „De periode waarin een veroordeelde via een voorwaardelijke invrijheidstelling kan werken aan zijn resocialisatie” wordt ingekort tot maximaal twee jaar, staat in het regeerakkoord. Veel te weinig, vindt Van Gennip. „Er is maatwerk nodig. Zeker mensen die lang opgesloten hebben gezeten, hebben langer de tijd nodig om terug te keren in de samenleving.”

Minder toezicht en lagere straffen

Het huidige systeem is niet waterdicht. Maatwerk is er nu ook al, want gevangenissen maken vaak met de reclassering een plan om een veroordeelde terug te laten keren in de samenleving. Michael P., die wordt verdacht van het vermoorden van Anne Faber, was bezig met zijn resocialisatie. Na tweederde van zijn celstraf van elf jaar (voor het onder bedreiging verkrachten van twee meisjes) uitgezeten te hebben, werd hij nu behandeld in een forensisch-psychiatrische kliniek. Een incident, maar het voedt de publieke druk en politieke wil om veroordeelden minder makkelijk vrij te laten.

Gevaar is, zegt strafrechtadvocaat Geertjan van Oosten, dat veroordeelden straks na uitzitting van hun straf zó op straat komen te staan. „Nu zijn er allerlei handige instrumenten voor justitie, zoals de bijzondere voorwaarden, om toezicht te houden op mensen. Straks vervalt dat.” Gevolg, volgens hem: „De kans op recidive neemt toe. Het wordt er niet veiliger door. Het kind wordt met het badwater weggegooid.” Van Gennip: „Als je daders zonder voorwaarden naar buiten stuurt, komen er straks allerlei ongeleide projectielen op straat te staan.”

De onderliggende vraag in de discussie is: dienen celstraffen vooral als wraak en vergelding, of ook voor resocialisatie en het voorkomen van toekomstige misdrijven? De VVD en het CDA zitten vooral op die eerste lijn: het doel is veiligheid, de middelen zijn repressie en zware straffen. D66 verzette zich daar altijd tegen in de Tweede Kamer, maar moet zich op dit punt gewonnen geven.

In de rechtspraak is de verwachting dat rechters lager gaan straffen als dit kabinetsplan werkelijkheid wordt, zeggen bronnen. Dat denkt Van Gennip ook: „Een rechter weet nu: als ik achttien jaar opleg, dan komt iemand na twaalf jaar in principe vrij. Dit plan zal effect hebben op de overwegingen van de rechter.” Advocaat Van Oosten: „Een rechter wil passend straffen – dat zal straks lager zijn. Dat gaat in tegen de politieke wil om harder te straffen, maar dit plan is dan ook ondoordacht.”