Kleinzoon oprichter Rotterdams handelshuis nieuwe verdachte in fraudezaak

Handelshuis Nidera

Het miljoenenverlies bij handelshuis Nidera is mogelijk toch geen eenmansactie, zoals het bedrijf en PwC stellen.

Foto iStock

Het staat te boek als een van de grootste handelsfraudes in de Nederlandse geschiedenis. En het plot wordt steeds merkwaardiger. Twee jaar geleden moest het Rotterdamse handelshuis Nidera zo’n 200 miljoen euro afschrijven vanwege fraude bij de biobrandstoffentak.

De schuld werd in de schoenen geschoven van het hoofd van de kleine afdeling, handelaar Tim Remie. Volgens Nidera was het „puur een eenmansactie”. Forensisch onderzoekers van PwC maakten een onderzoeksrapport dat Remie neerzet als eenling en brein van de fraude en brachten daarvoor bijna 1 miljoen euro in rekening.

Met dat rapport in de hand stapte Nidera (omzet 16,2 miljard euro) naar justitie. Sinds vorig jaar zomer wordt Remie door het Openbaar Ministerie verdacht van niet-ambtelijke corruptie en valsheid in geschrifte en ligt er voor ruim 1 miljoen beslag op zijn bezittingen. De oud-handelaar, die zelf geen bezwaar heeft tegen het gebruik van zijn achternaam in de media, zou volgens justitie bepaalde klanten hebben bevoordeeld en daarvoor steekpenningen hebben ontvangen.

Een rechttoe-rechtaan fraudegeval dus? Nou, niet meer. Sinds twee maanden heeft justitie namelijk nóg een andere verdachte in het vizier, zo blijkt uit een procesverbaal ingezien door NRC. Het gaat om Dennis E. die als junior handelaar werkte bij de driekoppige biobrandstoffenafdeling waarop Nidera de miljoenen moest afschrijven.

Dat nou juist E. formeel als verdachte is aangemerkt door justitie, is pikant. Hij is namelijk een kleinzoon van een van de Nidera-oprichters. Nidera werd in 1920 opgericht door drie families: Salzer Levi, Mayer-Wolf en Drake, zij bleven aandeelhouder en verkochten het bedrijf de afgelopen jaren in twee etappes aan het Chinese staatsbedrijf Cofco.

Nadat de verkoop van de eerste helft van de aandelen (51 procent) in 2014 nog 1,3 miljard dollar opleverde, kwamen in 2015 de problemen op de biobrandstoffenafdeling naar buiten en moest Nidera fors afschrijven. Voor de resterende 49 procent van de aandelen ontvingen de verkopers nog ‘maar’ 750 miljoen dollar. Zo bekeken zou E. zijn eigen familie dus een astronomisch bedrag door de neus geboord hebben.

Motief

E. wordt verdacht van dezelfde feiten als Remie. Hij reageerde niet op verzoeken om commentaar via e-mail, Linkedin en brief. Het procesverbaal leert dat E. mails zou hebben vervalst en niet direct alle handelsverliezen inboekte.

Bij Remie was daarvoor een motief aanwezig, volgens justitie bevoordeelde hij bepaalde klanten en ontving hij daarvoor steekpenningen die vermomd als betalingen voor ‘advieswerkzaamheden’ naar prive-bv’s werden overgeboekt. Iets wat Remie overigens ontkent. Onduidelijk is wat het motief van E. zou zijn geweest, al helemaal gezien zijn familiebanden. Justitie wil niet ingaan op vragen en stelt enkel dat het onderzoek zich in „de afrondende fase” bevindt, daarna worden vervolgbeslissingen genomen.

Het formeel bestempelen van E. als verdachte ondergraaft de lezing van Nidera en PwC dat het „puur een eenmansactie” betrof. NRC schreef begin dit jaar na eigen onderzoek en op basis van interne mails dat de problemen bij de biodieselafdeling binnen Nidera breed bekend waren binnen het bedrijf en dat er dus de nodige vraagtekens gezet mochten worden bij het volledig toerekenen van het miljoenenverlies aan Remie, zoals Nidera met behulp van het PwC-onderzoek doet.

Remie heeft tegen PwC een klacht ingediend bij de tuchtrechter. Bij de behandeling van die klacht door de Accountantskamer in juni trok Remie’s advocaat Hans Koets, de „integriteit, professionaliteit, objectiviteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid” van het prestigieuze PwC in twijfel, onder meer omdat het onderzoek vooringenomen zou zijn uitgevoerd, Remie niet genoeg ruimte voor wederhoor kreeg en door hem aangedragen getuigen niet zijn gehoord. Volgens PwC was sprake van „deugdelijke onderbouwing” van het onderzoek. De zaak wordt in december vervolgd.

Schandaal in Brazilië

De verdenking van Dennis E. bevestigt volgens advocaat Koets dat het PwC-onderzoek „niet zorgvuldig” was en dat „de verdenkingen aan het adres van mijn cliënt uiterst voorbarig zijn geweest”.

Cofco International, de nieuwe eigenaar van Nidera, reageerde niet op vragen. Veel plezier hebben de Chinezen in ieder geval nog niet van hun Nidera-aankoop gehad. Na de volgens Nidera „geïsoleerde gebeurtenis” in 2015 bij de biobrandstoffentak die onder de streep voor een verlies van 60 miljoen euro zorgde, kwam eind 2016 een boekhoudschandaal in Brazilië naar buiten waardoor Nidera vorig jaar 240 miljoen euro verlies maakte. Volgens de Financial Times zou Cofco inmiddels al weer een deel van Nidera willen verkopen.