‘Het Betere Idee van Afghanistan’

Zes Afghaanse meisjes wonnen een internationale robotwedstrijd. Tijdens een bezoek aan Amsterdam vertellen ze hun verhaal.

Afghaanse meisjes treffen de laatste voorbereidingen voor de internationale robotwedstrijd FIRST Global. Foto PAUL J. RICHARDS / AFP

Eigenlijk zou er niets opmerkelijks aan moeten zijn: zes tienermeisjes die vertellen over hun dromen om robotica te studeren, om ingenieur te worden, om een robot te bouwen die gras maait, om een eigen bedrijf op te zetten. De meisjes zijn tussen veertien en zestien jaar oud en wonen in Herat in het westen van Afghanistan. Ze zijn een paar dagen te gast bij de World Summit AI in Amsterdam, een conferentie over kunstmatige intelligentie en de toepassingen daarvan.

Afgelopen juli zou het meisjesteam meedoen aan de internationale robotwedstrijd FIRST Global in de VS. Tot tweemaal toe werd hen echter een visum voor de VS geweigerd, zonder opgaaf van reden. Tweemaal hadden de meisjes voor niets de reis vanuit Herat naar de hoofdstad Kabul ondernomen om een visum aan te vragen, door een gebied dat door de Taliban wordt gecontroleerd. Nadat er internationale verontwaardiging losbrak over de visaweigering, kwam de Amerikaanse president er zelf aan te pas om de meisjes toch toe te laten.

Bij de robotwedstrijd won het team de zilveren medaille in de categorie ‘Moedige prestaties’. De tieners werden geprezen voor hun doorzettingsvermogen ondanks voortdurende tegenslagen. Behalve de problemen rond hun visa, konden ze in Afghanistan ook maar moeilijk aan de benodigde onderdelen voor hun robot komen. Uiteindelijk had het team maar twee weken om de robot te bouwen, waar andere teams vele maanden hadden.

Rolmodellen

De zes tienermeisjes – Fatemah, Lida, Yasimin, Somayah, Kaswar en Rodaba – zitten rond hun zelfgebouwde robot. Ze worden vergezeld door hun mentor, software-ingenieur Alizera Mehraban, en de vrouw die zich het meest heeft ingezet voor het team: Roya Mahboob, een in de VS wonende Afghaanse ondernemer en oprichter van Digital Citizen Fund. Deze non-profitorganisatie onderwijst vrouwen en kinderen in Afghanistan in digitale vaardigheden. Mahboob vertaalt in het Engels wat de meisjes in het Afghaans vertellen.

Kaswar Roshan, 15 jaar oud, vertelt dat ze hun robot ‘Het Betere Idee van Afghanistan’ hebben genoemd. De robot kan oranje en blauwe ballen oppakken, op kleur van elkaar scheiden en ze dan op een andere plek weer neerleggen. De oranje ballen staan symbool voor vervuild water en de blauwe ballen staan voor schoon water. De medaille die ze in de VS heeft gewonnen hangt bij Kaswar boven haar bed. „Elke avond wanneer ik ga slapen, kijk ik ernaar. Dat geeft me kracht.”

De tekst gaat verder onder de video:

In Afghanistan gebeurt veel werk nog met de hand, vertelt Lida Azizi, ook 15. „Robots kunnen werk gemakkelijker en sneller maken en onze samenleving beter maken. Dan denk ik aan robots in de landbouw of robots in ziekenhuizen. Ik wil verder gaan in robotica en net zo goed worden als de beste mensen uit andere landen.”

Somayah Faruqi, 14, vertelt dat ze door hun deelname aan de robotwedstrijd een voorbeeld zijn geworden voor andere Afghaanse meisjes. „Ineens willen heel veel meisjes in dit robotteam zitten. Voorheen dachten ze dat het alleen iets voor jongens was.”

Net een week terug in Afghanistan kwam de vader van het jongste meisje, de 14-jarige teamcaptain Fatemah Qadiryan, om tijdens een ISIS-aanslag in Herat. Op het conferentiepodium in Amsterdam vertelt Fatemah: „Toen ik terugkwam uit de VS omarmde mijn vader me en zei: ‘Je hebt trots teruggebracht naar dit land en deze mensen.’ Een week later was hij er niet meer, de man die voor mij alles was. Hij stond op tegen alle traditionele beperkingen die er in mijn land voor vrouwen bestaan. Ik ben heel blij dat ik hem in zijn laatste dagen nog zo trots heb kunnen maken.”

Tot tweemaal toe werd hen een visum voor de VS geweigerd

Doodsbedreigingen

De zes meisjes zijn overgebleven van een oorspronkelijke groep van 150 voor wie Mahboob in Afghanistan een selectiewedstrijd had georganiseerd. Ze hadden allemaal al interesse in techniek, sommigen ook specifiek in robots. Mahboob selecteerde eerst de beste twintig van de selectiewedstrijd. Vervolgens moesten de ouders toestemming geven om hun dochter verder te laten gaan met de robotwedstrijd in de VS. Lang niet alle ouders deden dat en zo bleven er zes meisjes over.

„Traditionele gemeenschappen in Afghanistan hebben decennialang genegeerd wat vrouwen en meisjes kunnen in wetenschap en techniek”, vertelt Mahboob. „Ik werk al tien jaar in dit veld en ik word in mijn thuisland nog steeds genegeerd. Mijn hoop is gevestigd op deze nieuwe generatie meisjes.”

Toen bekend werd dat de oprichter van World Summit AI, de Britse Sarah Porter, het Afghaanse meisjesteam naar Amsterdam wilde brengen, ontving ze doodsbedreigingen. „Ik mag niet in detail treden, maar de bedreigingen zijn afkomstig van extremistische groepen buiten Nederland”, vertelt Porter. „Roya moet al jaren leven met zulke bedreigingen. Het onderwijzen van vrouwen stuit velen in Afghanistan nog steeds tegen de borst.”

Mahboob werkt er samen met Porter en haar medewerkers hard aan om dat te veranderen. Zo hebben ze 120 internationale topwetenschappers bereid gevonden om elk van de zes meisjes in de komende twee jaar twee uur individueel mentorschap aan te bieden. Porter: „Ondanks serieuze dreigingen en tegenwerkingen zijn deze meisjes vastberaden en moedig. Ik ben heel blij dat ze nu al belangrijke rolmodellen in hun land zijn. En dit is nog maar het begin.”